Het kan één mug zijn geweest

Van de ene op de andere dag kwam Jan Foppen in een nachtmerrie terecht. Zalm uit zijn bedrijf bleek besmet met salmonella. Bijna duizend mensen werden ziek. De fabriek ging op slot, de zalm werd uit de handel gehaald. Twee maanden later doet hij voor het eerst zijn verhaal.

Een vingerwijzing is het misschien niet geweest. Maar wel een beproeving. Een rotsvast geloof heeft ze op de been gehouden: de overtuiging dat God ze in hun moeilijkste momenten zou bijstaan. Ook al voelden ze zich door iedereen in de steek gelaten. Vooral door de Nederlandse overheid. „En het heeft gewerkt, we draaien weer op volle toeren.”

Bijna twee maanden geleden raakte het paling- en zalmbedrijf Foppen uit Harderwijk ernstig in opspraak omdat het gerookte zalm had verkocht die besmet was met de Salmonella Thompson bacterie. Bijna duizend mensen zijn ziek geworden door de besmetting. Zeker vier oudere, kwetsbare patiënten zijn overleden.

Een nachtmerrie was werkelijkheid geworden. Er was iets totaal misgegaan langs de hypermoderne productielijnen waar 300 mensen dagelijks zalm verwerken voor de meest uiteenlopende producten.

Jan Foppen (44), directeur van het familiebedrijf, wist zich geen raad. Kranten en televisieprogramma’s vroegen alle mogelijke specialisten om uitleg. De een weet de besmetting aan het feit dat er steeds meer met voedsel gesleept wordt. Waarom moest zalm uit Noorwegen duizenden kilometers verderop verwerkt worden? De ander suggereerde dat de vis misschien met proteïnen zou zijn ingespoten om het volume te vergroten, zoals dat bij kipfilets ook gebeurt. Een derde wees op de Griekse vestiging van het bedrijf. Daar zou het wel net zo zijn als met de Griekse economie: een zootje.

De eerste reflex van Foppen zelf was: niet reageren. Hij sloot zich op met zijn naaste medewerkers Bertus van Panhuis, verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking, en Wilbert Vedder, verantwoordelijk voor de marketing en het contact met klanten. De luiken gingen dicht. „Wij wilden eerst zelf uitzoeken wat er precies aan de hand was en onze zaken op orde brengen.”

Nu doet Jan Foppen voor het eerst zijn verhaal. In zijn fabriek in een buitenwijk van Harderwijk waar 150 mensen werken, net zoveel als in de vestiging in Griekenland waar het deze zomer vreselijk misging.

Foppen komt regelmatig in de Griekse vestiging in Preveza. De band van het familiebedrijf met Griekenland dateert van een jaar of dertig geleden toen ze nog voornamelijk in paling deden. In het IJsselmeer was de palingstand sterk teruggelopen. Noord-Griekenland had nog volop paling en Foppen begon in Preveza paling te roken. Hij bracht er ook menige vakantie door.

Maar de vraag naar paling nam af terwijl de vraag naar zalm steeg en Foppen ging zich toeleggen op de verwerking van zalm. Ook in Griekenland, waar in 2009 een gloednieuwe fabriek werd gebouwd, een kopie van het gebouw in Harderwijk.

Dat de vis helemaal uit Noorwegen of Schotland komt, ziet hij niet als een probleem. Met twee chauffeurs is de vis, gekoeld op ijs, binnen twee dagen na de vangst in de fjorden in Griekenland en vandaar weer binnen twee dagen in de Nederlandse supermarkt. „We werkten al jaren met de Grieken en het gevoel was gewoon goed”, zegt Foppen op de vraag waarom hij niet dichterbij een nieuwe vestiging opende, bijvoorbeeld in Polen.

Voor het geld is Foppen niet naar Griekenland gegaan, zegt hij. De Griekse lonen lagen op dat moment veel hoger dan de Poolse. De vestiging in Preveza heeft bovendien een volledig Nederlandse leiding, zegt hij ter geruststelling. De kwaliteitsnormen zijn er precies dezelfde als in Harderwijk.

Toen de Voedsel- en Warenautoriteit op 26 september belde met de boodschap dat er vermoedelijk salmonella zat in de gerookte zalm, reageerde Foppen nuchter. Tot dat moment was er namelijk nog nooit salmonella in zalm aangetroffen. „Dat komt gewoon niet voor, denk je dan.” Het leek een kwestie van nieuwe monsters nemen en dan zou blijken dat het allemaal op een misverstand berustte.

Maar binnen een dag stond de wereld van Jan Foppen op zijn kop. Niet alleen bleek er wel degelijk sprake van een besmetting, er waren ook mensen zieken geworden en er vielen zelfs doden. De Voedsel- en Wa renautoriteit (VWA) liet zalmproducten van Foppen terugroepen uit de supermarkten. De productie werd stilgelegd. Iedere week werden er nieuwe ziektegevallen gemeld, en soms ook doden.

Foppen was verbijsterd. Zijn gevoel werd alle kanten opgeslingerd. Alle voorzorgsmaatregelen waren nageleefd en toch had hij doden en zieken op zijn geweten. De onrust groeide met de dag. Het RIVM berekende dat er wel eens tienduizenden mensen besmet zouden kunnen zijn.

De wanhopige Foppen probeerde contact te leggen met het RIVM en de VWA. Maar de telefoon werd niet opgenomen. Tot zijn grote frustratie werd hij op afstand gehouden. De eigen onderzoeksgegevens van het bedrijf werden niet in het overheidsonderzoek betrokken. „Wij bepalen zelf wat we doen”, was de boodschap van de het RIVM en de VWA. In Foppens ogen: de overheid.

Frustrerend en zonde, zegt Foppen, die vindt dat dat in de toekomst anders moet. Het bedrijf had namelijk zelf al snel in de gaten dat de besmetting op een bepaalde productielijn in Griekenland was ontstaan. Toch heeft de VWA daarna nog de mogelijkheid opengehouden dat de besmetting toch uit Nederland kwam. Er werden om die reden ten onrechte maaltijdsalades teruggeroepen. Wat volgens Foppen alleen maar tot meer onrust leidde.

De mannen van Foppen vertellen tot in detail wat ze overkomen is. Ze hebben elkaar de afgelopen weken nog beter leren kennen dan ze al deden. Ze komen allemaal uit de buurt en delen de normen en waarden die bij hun geloof horen.

Ze voelen zich afgewezen omdat ze in de krant hebben moeten lezen dat mensen ziek zijn geworden en er doden zijn gevallen. Gefrustreerd over het feit dat hun telefoontjes aan het RIVM niet werden beantwoord. Dat directeur Coutinho rekenmodellen losliet op het aantal mogelijke zieken. Zonder zich te verstaan met het bedrijf zelf.

Ze hadden hun medeleven willen betuigen aan de slachtoffers en hun nabestaanden. „Om te laten weten hoe erg we het vinden.” Maar ze weten niet wie de slachtoffers zijn. Behalve dan degenen die zich zelf hebben gemeld via de website die Foppen onmiddellijk heeft opengesteld voor gedupeerden. Die hebben allemaal een bloemetje gehad.

Over de manier waarop de besmetting zich heeft kunnen verspreiden bestaat intussen geen twijfel meer. Van Panhuis laat plankjes zien van wit pvc waarop de zalmfilets in een bepaald stadium van de productie over de lopende band werden vervoerd. In zijn eigen laboratorium heeft hij net zolang proeven gedaan tot hij begreep dat de salmonella zich had genesteld in de zijkanten van de plankjes, waar de pvc poreus was.

Ironisch genoeg was dat gebeurd tijdens het schoonmaken, bij het voorweken van de plankjes in een grote bak. De pvc-plankjes zijn inmiddels vervangen door kartonnen borden die maar een keer gebruikt worden. Het is de nieuwe standaard, zowel in Griekenland als in Nederland.

Maar de vraag hoe de salmonellabesmetting is binnengekomen, blijft nog onbeantwoord. „En dat zullen we misschien wel nooit weten, daar moeten we mee leven”, zegt Foppen. „Het kan één vlieg, of één mug zijn geweest”, verzucht van Panhuis, de voedselveiligheidexpert van de drie.

De productie die eind september twee weken volledig heeft stilgelegen is inmiddels weer in volle gang. De bevoorrading van de supermarkten is hervat en ook naar de Verenigde Staten wordt weer volop geëxporteerd. Het salmonelladrama heeft het bedrijf financieel twee jaar achterop gezet, denkt Foppen, die verder geen details wil geven over de schade. Hij ontkent dat het familiebedrijf door het salmonelladrama in de problemen is gekomen. „Van ophouden is geen enkele sprake. Twee jaar geleden hadden we het ook goed.” De verzekering is bezig met de afwikkeling van de letselschade.

Foppen laat alle fases van het productieproces in de fabriek zien. Bij iedere stap worden schoenen geboend, handen gewassen en ontsmet met alcohol. Foppen laat zien waar de vrachtwagens binnenkomen, hoe de zalm die gemiddeld 4 kilo weegt wordt verwerkt: gefileerd, gerookt, in plakjes gesneden. Dikke plakken voor de Verenigde Staten, dunnere plakken voor de Nederlandse markt. Warm gerookte moten, koud gerookte plakken. Snippers voor door de pasta of de sla. Het lijkt wel of alles wat je in de supermarkt aan zalmproducten ziet, uit de fabriek van Foppen komt. Wat ook voor een groot deel zo is. Het familiebedrijf heeft een jaaromzet van tegen de 100 miljoen euro.

Toch blijft de vraag knagen of Foppen het onheil niet over zichzelf heeft afgeroepen door de productieketen zo enorm op te rekken. In 1918 deden ze in paling die in de Zuiderzee gevangen was en om de hoek werd verkocht. De lijnen waren kort. Nu verwerken ze jaarlijks 2,5 miljoen zalmen uit alle noordelijke gebieden, van Alaska tot Noorwegen, in Nederland en Griekenland. Ieder stukje zalm reist duizenden kilometers voor het bij de klant belandt. Is dat geen reden om na de salmonella-uitbraak deemoedig het hoofd te buigen en te erkennen dat de productieketen misschien te groot is geworden? Is de overmoed bestraft?

„Nee, een straf van God is het zeker niet geweest, zo zie ik dat niet”, reageert Foppen bedachtzaam. De hele keten wordt prima beheerst en gecontroleerd, vinden de mannen.

Ze hebben altijd bekend gestaan als een degelijk bedrijf, deze ramp is ze overkomen. Op de vraag ‘waarom’ zal misschien wel nooit een antwoord worden gevonden. Op sommige vragen bestaan nou eenmaal geen antwoorden, zegt Van Panhuis stilletjes. Het is nu zaak om vooruit te kijken en de kwaliteitscontrole nog verder te verbeteren, vindt het drietal. Want als er één ding duidelijk is geworden is het dat salmonella wel degelijk ook in zalm kan voorkomen. Een bittere les.