Gevangenen in DDR werkten voor Ikea

De Zweedse meubelfabrikant Ikea heeft in de jaren tachtig gebruikgemaakt van dwangarbeid door politieke gevangenen in Oost-Duitsland. Dat blijkt uit een rapport dat vrijdag in Berlijn werd gepresenteerd. Ikea zei de feiten „diep te betreuren”.

Al langer was bekend dat Ikea, net als duizenden andere West-Europese bedrijven, contracten had met staatsbedrijven in de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR). De productie in de Volkseigene Betriebe in de socialistische staat was goedkoop.

Uit het vrijdag verschenen rapport van accountantsbureau Ernst & Young blijkt dat Ikea al in 1981 aanwijzingen had dat bij de Oost-Duitse toeleveranciers politieke gevangenen werden tewerkgesteld.

Na nieuwe aanwijzingen eerder dit jaar besloot Ikea een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren. UOKG, een vereniging van slachtoffers van de Stasi, de geheime dienst van de DDR, zei Ikea „dankbaar” te zijn dat het bedrijf „de leiding” had genomen in het onderzoek. Volgens UOKG-voorzitter Rainer Wagner is Ikea slechts één van de westerse bedrijven die gebruikmaakte van dwangarbeid. Onduidelijk is vooralsnog welke andere bedrijven dat waren.

Op de site van weekblad Der Spiegel vertelt een van de slachtoffers, Dieter Ott, hoe de dwangarbeid functioneerde. Ott werd op 22-jarige leeftijd gearresteerd en gevangen gezet in Naumburg, bij Leipzig, omdat hij naar het Westen wilde. Elke dag werd hij met medegevangenen in een bus met tralies naar een nabijgelegen fabriek zonder daglicht gebracht. Daar moesten de gevangenen gescheiden van de andere arbeiders werken.

Andere slachtoffers hebben verteld dat ze in een isoleercel belandden of andere straffen kregen als de productiequota voor West-Europese bedrijven niet werden gehaald.

Ikea heeft toegezegd dat het de slachtoffers financieel zal steunen bij verder onderzoek naar de gebeurtenissen.