Friese koude oorlog op ijsvloer van Thialf

De Nederlanders waren gisteravond in Thialf heer en meester op de 5.000 meter. Sven Kramer won, zoals verwacht, maar de strijd om de troon wordt met de week spannender.

Thialf, vijftien maanden voor de Winterspelen van Sotsji: op ’s werelds meest bereden ijsvloer woedt een koude oorlog. Sven Kramer (26), Jorrit Bergsma (26), Jan Blokhuijsen (23), twee Friezen en een West-Fries in de kracht van hun leven. Niemand is van plan ook maar een centimeter te wijken voor de ander.

Gisteravond was Kramer, die de sport weer met strenge hand regeert, nog de snelste tijdens de wereldbekerwedstrijd over vijf kilometer, maar de verschillen zijn kleiner dan ooit. „Er zit nog rek in”, klonk het laconiek uit de mond van Kramer, nadat hij zijn negentiende wereldbekerzege had behaald (6.16,09). „Ik zit in een opbouwende fase, het kan nog wel beter”, luidde de repliek van Bergsma (6.16,78). En ook bij Blokhuijsen (6.16,81) was de tank nog lang niet leeg.

De moordende binnenlandse concurrentie op de vijf kilometer belooft nog wat, in de aanloop naar Sotsji. Achter de drie Nederlanders op het podium loeren Bob de Jong (vierde) en Ted-Jan Bloemen (zesde) op hun kans.

Maar vooral de Friese machtsstrijd stevent af op een adembenemende apotheose: recordkampioen Kramer tegen Bergsma, de omgeturnde marathonman die op de langebaan elke week dichterbij komt.

Diens coach, Jillert Anema, stookte het vuurtje gisteravond nog wat op. „Statistisch gezien zit er meer rek in Jorrit dan in Sven”, zei hij met stelligheid. „Sven rijdt al vijf jaar geen persoonlijk record meer, Jorrit verbetert zich elk jaar.”

Ter illustratie: Bergsma reed in Thialf nooit een snellere vijf kilometer dan gisteravond. „Het was een goede rit, mijn eerste goede vijf kilometer van het jaar. Hier kan ik wel verder mee”, zei Bergsma, die vorige week de nationale titel won op de tien kilometer.

Maar gisteren was Kramer nog de baas in Thialf, na een geweldige inhaalrace in de slotrit, waarin hij zijn oude concurrent Håvard Bøkko op grote achterstand reed. Met een gecalculeerd, Krameriaans slot, drie razendsnelle ronden van 29-laag, reed hij precies wat nodig was om Blokhuijsen en Bergsma voor te blijven. „Enigszins berekenend was het wel”, erkende Kramer na afloop. Dit voelt anders dan dat ik met hangen en wurgen over de finish kom.”

Kramer ziet wel dat de concurrentie dichterbij komt. „Ik heb ook wel eens wereldbekers gehad waar ik vijf seconden sneller was dan de rest. Dit geeft het niveau van de Nederlanders aan. In de breedte is het heel sterk. Ik zou best wat meer buitenlandse concurrenten willen. Maar het zal vooral tussen de Nederlanders gaan.”

Eerder op de avond zorgde shorttrackster Jorien ter Mors voor een verrassing door haar wereldbekerdebuut op de langebaan op te luisteren met een bronzen medaille op de drie kilometer. De Enschedese, die de langebaan gebruikt als training voor haar het shorttrack, was haar vier landgenoten te snel af. Met 4.06,90 bleef ze maar een fractie achter de Tsjechische Martina Sáblíkóva (4.06,71). De zege was voor de Duitse Stephanie Beckert (4.04,39).