Fondsenhuis Vanguard tegen de smarties

Vanguard was in town deze week; een groot Amerikaans fondsenhuis dat in deze column nog niet echt aan de beurt is geweest. Daar was ook een goede reden voor: de Vanguard-fondsen waren in Nederland nog niet rechtstreeks te koop voor particulieren.

Sinds kort liggen ze bij Rabobank in het schap. In het Amsterdamse Hermitage Museum hield Vanguard donderdag een seminar, onder meer over de index als benchmark en over ETF’s, ofwel trackers.

Vanguard is de nummer drie op de wereldmarkt voor deze goedkope en eenvoudige beleggingsproducten, en wint snel terrein. Tom Rampulla, eerste man van Vanguard Europa dat vanuit Londen opereert, trapte het seminar af. „You own us”, hield hij zijn gehoor voor.

Vanguard heeft een unieke eigendomsstructuur. De vele ETF’s en ‘gewone’ beleggingsfondsen zijn medeaandeelhouder van het moederconcern in Pennsylvania. Dat maakt de beleggers indirect mede-eigenaar.

Zo wilde oprichter John Bogle, die Vanguard in 1975 stichtte, de belangen van het management gelijktrekken met die van zijn klanten. Het was hem opgevallen dat de meeste beleggingsfondsen hun belofte de markt te verslaan, niet konden waarmaken. Als de managers al hogere rendementen behaalden, werden die weer teniet gedaan door hun hoge management fees.

Bogle lanceerde fondsen die uitsluitend grote, liquide benchmarks volgden, zoals de S&P 500. Dat hield de kosten laag. Die aanpak bleek een groot succes. Vandaag de dag beheert Vanguard wereldwijd zo’n twee biljoen dollar voor beleggers.

Het concern laat zich niet gek maken door de niet aflatende stroom modegrillen op de beleggingsmarkt. Smart beta is momenteel de waan van de dag. Beta is een cijfer dat de ‘correlatie’ aangeeft tussen een belegging – aandelen, obligaties of vastgoed – en haar index.

Een positieve beta wil zeggen dat de belegging met zijn markt meebeweegt, een negatieve duidt erop dat hij daar juist tegenin gaat. Alle grote indices waarop Vanguard zijn fondsen baseert, zijn gewogen naar marktkapitalisatie.

Dumb beta, vinden de nieuwe slimmerds. Zo krijgen aandelenbeleggers in de AEX relatief veel gewicht in grote beursfondsen als Shell, en obligatiebeleggers in landen met de grootste staatsschulden zoals Italië en Griekenland. De smarties zoeken extra groei door de indices te herwegen, bijvoorbeeld naar winst en omzet, of naar aandelen met het hoogste dividend.

Maar zo dom is de traditionele index nog niet, zo toonde Vanguard-analist Charles Thomas aan met een stortvloed aan cijfers. Smarties beleggen in riskantere categorieën, zoals small cap-aandelen of junkbonds van kleine bedrijven. Bovendien moeten ze continu herwegen.

Gevolg: hogere transactiekosten. De markt heeft altijd gelijk, en de grote indices weerspiegelen die markt het best. Daarom blijft Vanguard ze volgen.

Nu maar afwachten of Nederlandse beleggers dat ook gaan doen.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken.