Een tekenaar krijgt levenslang

In de documentaire Kill your darling laat Jaap van Hoewijk zien hoe amateurkunst van een verdachte tot levenslang kan leiden. Maar is dat voldoende bewijsgrond?

Bewijsstukken uit het proces Sweeney. Boven: op een in de gevangenis gemaakte tekening portretteert Sweeney zichzelf als spin in het web, die het op de tere, vermoorde Melissa voorzien heeft. Onder: John en Melissa, verliefd in de foto-automaat

Wat denkt de filmmaker eigenlijk zelf? Heeft timmerman John Sweeney inderdaad twee vrouwen vermoord en in mootjes gezaagd en heeft hij terecht in maart 2011 levenslang gekregen?

Jaap van Hoewijk, wiens documentaire Kill your darling zaterdagavond op IDFA in première gaat, denkt even na. „Als ik nou in die Londense rechtbank in de jury had gezeten, had ik dan ‘schuldig’ uitgesproken? Ik denk het niet.” En dan niet, zegt Van Hoewijk (1963), omdat hij denkt dat Sweeney het niet gedaan zou hebben. Maar omdat hij vindt dat het geruchtmakende proces geheel op „beeldvorming” berustte.

Forensisch bewijs was er namelijk niet om Sweeney te verbinden aan twee vrouwenrompen die in 1990 inde Rotterdamse Westersingel en in 2001 in een Londens kanaal waren gevonden. Getuigen van de misdaad ontbraken, ondanks oproepen in Opsporing verzocht en BBC’s Crimewatch.

Het bewijs bestond geheel en al uit de autobiografische tekeningen en versjes die Sweeney, vastzittend voor een andere veroordeling, in de gevangenis had gemaakt. Vooral die tekeningen wekken de suggestie van betrokkenheid bij de moorden. „Want waarnemen is interpreteren”, zegt Van Hoewijk.

Meer dan vier jaar is de filmmaker „dag en nacht” bezig geweest met de film. Zijn aanvankelijke opzet in 2008 was om een film te maken over een cold case, een oude onopgeloste misdaad die de recherche alsnog probeert op te lossen. Op een avond mocht hij het openen van een anoniem graf in Rotterdam bijwonen. Taaie vasthoudendheid werd met geluk beloond: DNA-onderzoek wees uit dat de romp toebehoorde aan Melissa Halstead, ex-vriendin van Sweeney. De romp in Londen was eveneens van een ex-vriendin van de timmerman.

Daarmee ging van Hoewijks film opeens over een van de spectaculairste Britse moordzaken van de laatste jaren. Tweede geluk: Van Hoewijk kon telefonisch contact leggen met Sweeney in de gevangenis. „In totaal hebben we door de jaren heen elf uur gepraat.” De verdachte komt in de film uitvoerig aan het woord en ontkent in alle toonaarden. Hij vindt de aanklacht volkomen belachelijk. De tekeningen en versjes worden door de aanklager ,,opgesekst”, zegt hij, om hem maar achter de tralies te krijgen.

Twijfel bevangt je als toeschouwer van de film. Zijn zijn tekeningen – hoe intrigerend ook – echt genoeg voor levenslang? Die twijfel groeit als de camera aanwezig is bij intern overleg van de Britse recherche. Die vindt het bewijs ook niet zo sterk, maar vreest dat er bij niet-vervolgen kritiek zou kunnen komen, als Sweeney in de toekomst weer een moord zou plegen. Dus gaan ze er voor: of de jury de verdachte nu schuldig vindt of niet, de recherche is in ieder geval buiten schot.

Van Hoewijks eerdere lange documentaires gingen ook over beeldvorming in extreme omstandigheden. Procedure 769 (uit 1995, ook op dit IDFA te zien) onderzocht de wijd uiteenlopende waarnemingen van getuigen bij één en dezelfde Amerikaanse executie. In Familiegeheim (2001) deed hij iets dergelijks rond de zelfmoord van zijn eigen vader.

Het telefooncontact met Sweeney heeft de filmmaker inmiddels verbroken. Wekelijks contact met een man die óf een geslepen psychopaat is, óf onschuldig veroordeeld, wordt op den duur wat bedrukkend.