Eén klein land, ruim honderd talen

Taalkunde Er zijn 13 Nederlandse, 19 Duitse en 10 Belgische talen. Tenminste, dat meldt de lijst die taalkundigen gebruiken. Met 7.000 talen in de wereld lijkt die lijst veel te lang.

Melanesien. Vanuatu. Insel Tanna. Cargo Cult. Im Dorf Lamakara. Followers of Cargo Cult performing a P/Hollandse Hoogte

Als je aan een taalwetenschapper vraagt hoeveel talen er wereldwijd gesproken worden, is het antwoord doorgaans: ‘ongeveer zevenduizend’. En dan wordt er altijd verwezen naar een internationale lijst van talen, de Ethnologue.

Maar er is iets vreemds met die lijst. Kijk je naar Nederland, dan zie je dat hier volgens de Ethnologue dertien verschillende inheemse talen worden gesproken. Waaronder uiteraard het Nederlands, het Fries en de Nederlandse Gebarentaal (van doven en mensen die veel met doven omgaan). Maar ook het Achterhoeks, Drents, Gronings, Limburgs, Sallands, Stellingwerfs, Twents, Veluws, Vlaams en Zeeuws.

Ook in de ons omringende landen worden er verbazend veel inheemse talen onderscheiden: België heeft er tien, Duitsland negentien. Als er over heel de wereld zo geteld is, hoe serieus moeten we dat aantal van 7.000 talen dan nemen? Linguasphere, een mondiale lijst van talen die nooit helemaal goed van de grond gekomen is, gaat dan ook uit van 3.000 tot 5.000 talen in de wereld.

Marc van Oostendorp van het Meertens Instituut, dat de Nederlandse talendiversiteit bestudeert, spreekt van een “zotte opsomming” door Ethnologue. “Er worden wel erg veel talen onderscheiden en het is ook een merkwaardige selectie. De nadruk ligt heel erg op het Noordoosten van Nederland. Maar waarom wél het Twents en het Achterhoeks, en niet het Brabants?” Van Oostendorp heeft al eens contact gehad met iemand van de Ethnologue: “Degene met wie ik daarover sprak was heel serieus en vriendelijk, maar tot een echte argumentatie voor deze indeling, laat staan een heroverweging ervan, heeft dat toen niet geleid."

De Ethnologue wordt bijgehouden door SIL International, een christelijke organisatie die nauw gelieerd is aan Wycliffe Bible Translators, een eveneens christelijke organisatie die het vertalen van de bijbel wereldwijd stimuleert. Dit kan volgens Van Oostendorp verklaren waarom er zoveel Noordoostelijke dialecten als ‘talen’ in de lijst staan. In het Noordoosten van Nederland wonen veel protestanten, waaronder dialectliefhebbers die de bijbel in hun eigen dialect vertaald hebben, zoals Gronings, Achterhoeks en Stellingwerfs.

De lijst is inderdaad van origine een hulpmiddel om te zien in welke talen de bijbel nog vertaald moest worden, zegt Paul Lewis, hoofdredacteur van de Ethnologue: “Maar tegenwoordig zien we de lijst primair als een wetenschappelijk verantwoorde beschrijving van de linguïstische diversiteit wereldwijd.” De vermelding bij elke taal of er al een bijbelvertaling in bestaat, heeft volgens Lewis een culturele reden: “In een kleine taal is de vertaling van de bijbel vaak een belangrijke stap in de verschriftelijking van die taal.”

Nederlandse taalonderzoekers onderscheiden in Nederland, naast het Nederlands en Fries, vaak nog twee streektalen. Of eigenlijk twee grote groepen van dialecten die je taalkundig niet perse bij het Nederlands hoeft in te delen: het Nedersaksisch (al die Noordoostelijke dialecten) en het Limburgs. Het zou voor de hand liggen als de Ethnologue die indeling ook zou volgen. Maar hier doet zich een verrassend probleem voor.

Slag om de arm

De Ethnologue is sinds 2005 gekoppeld aan ‘ISO 639-3‘, een internationaal coderingssysteem waarin iedere taal zijn eigen code van drie letters heeft. Dat is handig voor internet en allerlei andere technische toepassingen van taal. Al die dertien ‘inheemse Nederlandse talen’ hebben zo’n ISO-code gekregen. Die van het Stellingwerfs is bijvoorbeeld ‘stl’. En als een taalvariant zo’n code heeft, moet hij ook als aparte taal vermeld worden in de Ethnologue. Dat is de afspraak, aldus Lewis. “Dat kan dan alleen nog via een officiële procedure teruggedraaid worden”, zegt hij.

Marc van Oostendorp, na een diepe zucht: “Het is natuurlijk onwaarschijnlijk dat iemand dat gaat doen. Waarom zou je allerlei rompslomp aangaan om terug te draaien dat het Achterhoeks zijn eigen ISO-code heeft? Het zal dus wel ten eeuwigen dage zo blijven dat het Achterhoeks in de Ethnologue vermeld wordt als een aparte taal. Amusant.” De Taalunie, het officiële instituut dat zich in Nederland en Vlaanderen bezighoudt met het taalbeleid, heeft geen plannen om zo’n procedure te beginnen.

Paul Lewis denkt dat we in Nederland onze eigen talendiversiteit onderschatten. De standaardtalen (Nederlands en Fries) onttrekken de dialecten aan het zicht. “In Europa, waar iedereen toegang heeft tot hoogwaardig onderwijs, zijn veel mensen tweetalig. Naast de kleinere taalvariant die ze van huis uit spreken, beheersen ze ook de grote nationale taal. Vaak zien ze de kleinere variant als een dialect van de nationale taal.”

Maar, zegt Lewis, een taalonderzoeker ziet soms dat twee varianten zozeer van elkaar verschillen dat de sprekers elkaar niet verstaan: “En dat het dus eigenlijk twee verschillende talen zijn.” Want dat is het belangrijkste criterium dat de Ethnologue gebruikt: als de sprekers van twee taalvarianten elkaar niet of nauwelijks kunnen verstaan, gaat het om twee verschillende talen.

Van Oostendorp vindt dit “een heel moeilijk criterium”. Want vaak verstaat de een de ander wel, maar omgekeerd niet: “Mensen uit arme gebieden verstaan mensen uit de rijke gebieden meestal beter dan andersom.”

Bovendien zijn mensen in de regel meertalig. Limburgers verstaan Amsterdammers beter dan andersom, simpelweg omdat Limburgers tweetalig zijn: ze spreken Limburgs én Standaard-Nederlands.

In Nieuw-Guinea onderscheidt de Ethnologue maar liefst duizend verschillende talen talen. Hoe serieus moeten we dat cijfer nemen? Papoeatalen-expert Ger Reesink: “Dat is gebaseerd op een aantal publicaties van specialisten, die soms ook maar wat gokken tussen dialect of taal. Ikzelf ben geraadpleegd voor een regio in Indonesisch Papua en ik heb ook af en toe een slag om de arm gehouden.”

Menselijke geest

Het komt voor, zegt Reesink, dat een bevolkingsgroep over een groep verderop zegt: die mensen spreken een ander dialect, maar we kunnen ze wel verstaan en zij kunnen ons ook verstaan: “Ja, dan ga je daar maar een beetje op af. Terwijl het best eens zo zou kunnen zijn dat je met variëteiten te maken hebt die net zoveel verschillen als Nederlands en Duits.”

Sommige taalwetenschappers spreken liever van ‘dialectcontinua’ dan van talen of taalfamilies. Het Germaans vormt bijvoorbeeld een dialectcontinuum waarin het Nederlands langzaam in het Duits overgaat en omgekeerd, en waarin het Brabants geleidelijk in het Limburgs verandert. Binnen dat continuum zijn er geen absolute grenzen tussen de verschillende talen of dialectgroepen.

Waarom willen we dan toch zo graag in talen en dialecten denken?

“Zo werkt de menselijke geest”, zegt Lewis. “Wij zien de wereld graag in de vorm van aparte eenheden.” Zo kan het gebeuren dat mensen talen zien, waar ze wetenschappelijk gezien niet zijn. Een bekend voorbeeld is het Servo-Kroatisch, dat na het uiteenvallen van Joegoslavië ‘uiteen viel’ in drie sterk op elkaar lijkende taalvarianten, die in de betreffende landen tot drie verschillende talen zijn bestempeld.

In de Ethnologue zijn het Servisch, Kroatisch en Bosnisch daarom als drie verschillende talen opgenomen, ook al kunnen de sprekers van die ‘talen’ elkaar perfect verstaan. Lewis: “Als een dialect voor de sprekers ervan zo belangrijk is dat ze er een aparte taal in zien, dan volgt de Ethnologue die zienswijze. Dat is een tweede criterium dat wij hanteren.”

Bekijk de Ethnologue online: www.ethnologue.com