‘Dubbelleven was niet vol te houden’

Carolien van de Lagemaat heeft geluk gehad. Haar gezin accepteerde dat hun man en vader liever als vrouw door het leven ging. „Ben ik een man? Ben ik een vrouw? Ik weet het niet. Ik bén.”

Carolien van de Lagemaat met haar Australische herder. Foto Robert Vos

Eenzaamheid, armoede, arbeidsongeschiktheid, zelfmoord. Voor Carolien van de Lagemaat is het geen verrassing dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een zaterdag gepubliceerd onderzoek heeft vastgesteld dat transgenders – vrouwen die zich man voelen, mannen die zich vrouw voelen – vaak ongelukkig zijn. Haar stem schiet omhoog van verontwaardiging als je haar vraagt hoe dat komt. „Hoe denk je dat het is om alles te verliezen als je ervoor uitkomt? Werk, familie, partner, alles. En als je er niet voor uitkomt, wat voor leven heb je dan? Je wordt gék.”

Accepteer ons zoals we zijn, dat is wat Van de Lagemaat van de samenleving vraagt. Sluit ons niet buiten. Ze is blij met het onderzoek van het SCP, want nu gaan mensen misschien eens beter over hun vooroordelen tegen transgenders nadenken.

Carolien van de Lagemaat (54) is, naast ict-docent en adviseur in logistiek en communicatie, voorzitter van de belangenorganisatie Transgender Netwerk Nederland. Ze heeft een boodschap te verkondigen. Ondertussen probeert ze haar Australische herder in bedwang te houden. Hij is nog jong en wil graag spelen.

Ze woont in Dordrecht en daar in de buurt is ze ook geboren, als jongen, in een hervormd gezin. Dat maakte het voor haar niet gemakkelijker om te zijn wie ze is. Ze wist, zoals bijna alle transgenders, als kind al dat er „iets niet klopte”. Maar wat was het? Ze had geen zin in jongensdingen. „Ik viel wel op meisjes. Toch een jochie!” Ze lacht. Haar tanden lijken door haar felrode lippenstift nog witter dan ze zijn. Nu is ze trouwens lid van remonstrantse gemeente.

Jarenlang dacht Carolien van de Lagemaat dat ze maar veel moest bidden, dan zou het wel over gaan. Wat is ‘het’? Dat kan ze bijna niet uitleggen: de taal schiet tekort. „Ben ik een man? Ben ik een vrouw? Ik weet het niet. Ik bén.” Zo lastig dat geslacht als iets absoluuts wordt gezien en dat je je ernaar moet gedragen. Zelf weet ze zeker dat er een lijn loopt tussen man zijn en vrouw zijn. Mensen kunnen bij de extremen zitten, maar ook dichtbij het midden.

Ze trouwde op haar drieëntwintigste en ze is nog steeds getrouwd – wat dat betreft heeft ze geluk gehad. Haar vrouw is verpleegkundige. Ze hebben twee volwassen kinderen. „Na een paar jaar heb ik aan haar opgebiecht dat ik het leuk vond om af en toe een vrouwenkleren te dragen. Daar had ze geen oren naar en dat begreep ik.” Maar haar vrouw heeft haar er uiteindelijk wel toe gebracht om ‘in transitie’ te gaan: hormoonkuren, operaties. Dat is nog geen tien jaar geleden. Daarvoor probeerde Carolien van de Lagemaat gelukkig te blijven door zich na haar werk – altijd in pak, ze werkte nog als logistiek manager bij een Amerikaans-Zweeds bedrijf – te verkleden. „Ik leidde een dubbelleven. Het was steeds moeilijker vol te houden en op een gegeven moment denk je: voor wie doe ik het eigenlijk?”

Eigenlijk, zegt ze, is het niet de transgender die in transitie gaat, maar de omgeving. „Die moeten je als vrouw gaan zien. Jij weet al wie je bent.” Hoe deed ze dat met haar kinderen? „Ik heb het eerst mijn zoon verteld en een half jaar later mijn dochter. Mijn zoon wilde meteen dat ik vrouwenkleren aantrok, dat wilde hij wel eens zien. Hij vond mijn pruik mooi – toen droeg ik nog een pruik. Mijn dochter vond de pruik juist heel stom. Verder was het zoals het was.”

Ze raakte wel haar baan kwijt. Het bedrijf waar ze werkte moest inkrimpen en het verraste haar niet dat van de twee logistiek managers zij degene was die werd ontslagen. „Het was voor de operatie, maar ik gedroeg me al androgyn.” Met haar nieuwe werk verdient ze nog niet de helft van wat ze vroeger verdiende. Ze lijkt er niet mee te zitten. Ze doet voor hoe ze als man zat: wijdbeens, onderuitgezakt, „zoveel mogelijk ruimte innemend”. Dan zit ze weer als een vrouw: benen over elkaar, armen bij haar lichaam.

Dit wil ze graag nog zeggen: verzekeraars zouden alle operaties moeten vergoeden, niet alleen de operaties aan „wat er in de onderbroek zit”. Gezicht en borsten zijn veel belangrijker voor hoe mensen je zien. „Je kost de samenleving 50.000 euro, maar dat betaalt zich zo terug als je gelukkiger bent en blijft werken, en niet in de bijstand komt.”