Dorre stabiliteit in China

Communistische congressen mogen op de bühne vaak voorgekookte demonstraties van eenheid lijken, achter de coulissen wordt er rond een partijcongres verbitterd gevochten om machtsposities. Het 18de congres van de Communistische Partij van China (CPC), dat deze week is afgesloten, was daarop geen uitzondering.

In de aanloop naar het congres oogden de spanningen zelfs onbeheersbaar. De zuivering van partijchef en politbureaulid Bo Xilai, die de gevestigde orde in Beijing uitdaagde, was daarvan een climax.

Nadat dat varkentje was gewassen, kon het partijcongres beginnen. De interne tegenstellingen hoefden niet te worden gesmoord door het Centraal Comité uit te breiden, zoals gebeurd als communisten het niet eens kunnen worden. In een poging om eenheid en daadkracht te etaleren, is de hoogste top van de partij zelfs teruggebracht tot zeven leden. De nieuwe secretaris-generaal Xi Jinping is de baas in al deze geledingen. Op de achtergrond lijkt echter de oude Jiang Zemin (86), de voorganger van de nu afgezwaaide Hu Jintao, aan veel touwtjes te trekken. Hij heeft banden met zes van de zeven leden in het Permanente Comité.

De grote vraag is of de nieuwe partijtop onder secretaris-generaal Xi Jinping het voortouw zal nemen bij hervormingen. Drastische ingrepen zijn niet aan de orde. China heeft na de slechte ervaringen in de vorige eeuw, met miljoenen slachtoffers, zijn bekomst van te veel revolutionair elan.

In het Centraal Comité, dat in personele zin voor bijna de helft uit nieuwe gezichten bestaat, zijn bovendien amper mensen doorgedrongen die verder willen gaan dan de consensus tot nu toe voorschrijft. Economen domineren.

Die dorre stabiliteit heeft als voordeel dat de buitenwereld niet meteen bang hoeft te zijn voor wispelturigheid. Maar rustig en gestaag reformisme blijven nodig om het ‘grote experiment’ in China verder te te ontwikkelen.

In trefwoorden gaat het globaal om de volgende stappen. Minder corruptie en bureaucratisch monopolisme bij het staatsapparaat. Meer pluriformiteit in de feitelijke eenpartijstaat om de verscheidenheid aan belangen in het beleid tot uitdrukking te laten komen. Betere en rechtstatelijke wetgeving om voor ondernemers en burgers een gelijkwaardiger maatschappelijk speelveld te creëren. En een buitenlands beleid dat, ook als het door patriottisme wordt gedreven, mondiaal verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag legt.

Zonder dit soort hervormingen komt het Chinese groeimodel vroeg of laat in de knel. Een verdrievoudiging van het inkomen per hoofd van de bevolking, zoals afgelopen tien jaar is gerealiseerd, is komend decennium eigenlijk niet te herhalen. De huidige vorm van mobilisatie – de zogeheten ‘wetenschappelijke visie op ontwikkeling’ – is niet meer afdoende om de problemen van de toekomst te lijf gaan. Denk aan de effecten van de vergrijzing, die het gevolg is van de éénkindpolitiek. Of aan de ecologische belasting van de leefomgeving door de fossiele energie vretende industrie in het oosten van het land. En aan de spanning tussen stad en land, tussen boeren, arbeiders en burgers alsmede tussen arm en rijk: allemaal tegenstellingen die de CPC om ideologische en sociale redenen moet kanaliseren.

Ook om de Chinese positie op internationaal plan te versterken, zijn hervormingen onvermijdelijk. China is weliswaar lid van de WTO, de wereldhandelsorganisatie die probeert protectionisme tussen staten te beperken. Maar het voortslepende conflict met de Verenigde Staten over de valutamanipulatie om de renminbi ter wille van de export goedkoop te houden ten opzichte van de dollar en de euro, moet een keer de wereld uit. Al is het maar omdat China de interne consumptie nog verder zal moeten aanjagen als zijn exportpositie door de economische recessie in het Westen relatief verslechtert.

Intussen beseffen partijleiding en regering in Beijing dat de eerste buitenlandse mogendheid die ze tegenkomen Amerika is. Voor de herkozen Barack Obama is de Stille Oceaan en dus China een prioriteit. In die regio worden de VS politiek, economisch en militair op de proef gesteld. Indirect gebeurt dat ook door de Chinese aanwezigheid rond de Indische Oceaan, in Afrika en in delen van Latijns-Amerika.

Die nieuwe realiteit kan leiden tot onvoorspelbare spanningen. In die zin is het geruststellend dat er in China een weinig spectaculaire partijtop is opgekomen en in de VS een bekende president zit. Voor China zijn te veel hervormingen in slakkengang vermoedelijk niet goed. Voor de rest van de wereld is trage voorspelbaarheid beter.