Deltavlieger of vleermuis?

Illustratie Mark Witton

Koos de reusachtige Quetzalcoatlus al fladderend het luchtruim? Of lanceerde hij zichzelf zoals een krukkenloper doet, door zich met zijn voorste poten af te zetten en zijn lichaam naar voren te zwaaien? De discussie laaide deze week op, aangewakkerd door een ronkend persbericht.

Eerst de feiten. Quetzalcoatlus was een imposant roofdier uit de orde van pterosauriërs, de groep van vliegende reptielen die 65 miljoen jaar geleden uitstierf. Quetzalcoatlus had ongeveer de spanwijdte van een kleine straaljager en had op de grond een giraffe recht in de ogen kunnen kijken. Maar hoe kwamen deze reuzen van de grond?

Ontzettend onhandig en een tikkeltje hysterisch. Althans, volgens paleontoloog Sankar Chatterjee van de Texas Tech University. Alleen als het beest al wapperend een heuvel afholde, met een beetje tegenwind, kon hij genoeg liftkracht genereren om los van de grond te komen, beweert hij. Chatterjee vergelijkt deze techniek met de aanloop die albatrossen en deltavliegers nemen om op te stijgen.

Het probleem: Chatterjee heeft deze hypothese nooit in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Wel gaf hij er vorige week een lezing over, op een congres.

Zijn universiteit stuurde op basis van de samenvatting van het praatje een jubelend persbericht de wereld in. ‘Chatterjee en zijn collega’s hebben het geheim achter de vlucht van de gigantische pterosauriërs ontsluierd’. Verschillende media, waaronder de Huffington Post en Discovery News namen het bericht vervolgens over.

Andere pterosauriëronderzoekers reageerden geïrriteerd. De paleontologen Mark Witton en Michael Habib schreven kritische reacties op hun blog pterosaur.net. Habib heeft een paar jaar geleden een ander idee over het opstijgen van Quetzalcoatlus uitgewerkt: volgens hem lanceerde het dier zichzelf zoals een vleermuis doet, door zich met zijn voorste ledematen af te zetten.

Vleermuis of deltavlieger, maakt het uit? Ja. Habib heeft zijn hypothese in verschillende door peers beoordeelde artikelen gepubliceerd. Chatterjees betoog is vooralsnog alleen als samenvatting en persbericht te lezen.

Witton wijst er per e-mail op dat verschillende aannames van Chatterjee onwaarschijnlijk zijn. Zoals zijn suggestie dat de Quetzalcoatlus maar 70 kilo woog. Veel te weinig, voor een dier van 5 meter hoog. 200 tot 250 kilo vindt Witton een realistischere schatting.

En het belangrijkste argument van Habib, dat de achterpoten van Quetzalcoatlus ranker zijn dan zijn robuuste voorpoten, wordt door Chatterjee genegeerd. “Het opperarmbeen van een Quetzalcoatlus met een spanwijdte van 10 meter kan 500 kilo lanceren.” De iele achterbeentjes van Quetzalcoatlus zouden daarentegen knikken zodra hij begon te rennen en fladderen.

Filmpje van een ‘vierpootlancering’: http://nrch.nl/m4j