De piano doet wat ik wil

Karsu Dönmez (22) begon als zingende pianiste in haar vaders restaurant in Amsterdam, nu is ze net terug van een tournee in Indonesië. Zaterdag gaat op het documentairefestival IDFA een film over haar in première.

Piano

„Op televisie zag ik een man met wapperend haar achter de piano zitten. Een klassiek concert op Nederland 2. Geweldig, dat wilde ik ook. Ik was vijf. Mijn vader probeerde nog: ‘Waarom ga je geen klarinet spelen, of saz.’ Hij had altijd al een saz willen hebben, dat is een soort Turkse gitaar, maar dat mocht niet van zijn vader. Vanaf m’n zevende zat ik op pianoles. Op mijn achtste kreeg ik een piano. Dat verhaal kent iedereen nu wel: mijn ouders hadden gespaard voor een auto, maar ze kochten van het geld een witte piano. De piano was mijn beste vriend, mijn safe zone toen ik puber was. Ik zat er niet achter, ik kroop erachter. De piano deed wat ik wilde.”

Restaurant Kilim

„Wil je een börek, wat brood misschien, een bordje en bestek? Neem toch, neem. Sorry, dat is de serveerster in mij. Ik wil iedereen plezieren. Bij Kilim, het restaurant van mijn vader, staat een pianola. Tussen het serveren door speelde ik een stukje Chopin, Bach, Beethoven. Vaak zagen de gasten niet dat ik het was die speelde. Als ik hun tafeltje afruimde, vroegen ze: wie speelde er nou net? Dan zei ik: oh, dat is een heel aardig meisje. Karsu heet ze, en ze is een beetje verlegen.”

Chopin

„Het Calandlyceum organiseerde elk jaar een open podium in De Meervaart in Amsterdam. In de eerste klas havo deed ik mee. Ik stond in de coulissen te kijken naar een van Nederlands beste zangeressen. Ik wist: wat zij kan, dat kan ik ook. Erg hè? Tot dan toe had ik alleen in de badkamer gezonden of als mijn vader me filmde. Die avond ben ik huilend van het podium gelopen. Ik liep vast in de Nocturne opus 9 van Chopin. Traumatisch. Het jaar erop zong ik wel, Foolish Games van Jewel achter de piano. Ik won. In de categorie vocaal. Woedend was ik. Hoorden ze dan niet dat ik ook heel goed pianospeelde? Het heeft een poos geduurd voor ik weer durfde te zingen.”

Jazz

„Op school werd ik geselecteerd voor de World Scholar Athlete and Artist games, een soort Olympische Spelen voor jongeren. Een jaar later won ik een concours in het Concertgebouw en mocht optreden in Carnegie Hall in New York. Vierduizend man in de zaal. Ik zong jazz. Daarna is de knop omgegaan. Dat was wat ik wilde. Jazz is vrijheid, improvisatie, doen wat je zelf wilt. Geen bladmuziek die een miljoen jaar geleden is geschreven en een miljoen keer is gespeeld. Brutaal hè? Ray Charles, Ella Fitzgerald, Nina Simone. Die vind ik vet.”

Conservatorium

„Achteraf begrijp ik wel dat ik werd afgewezen voor het conservatorium. Ik was te apart, deed te veel mijn eigen ding. Ik was net overgestapt op jazz, maar mijn techniek was nog klassiek. Toen was dat een probleem, dat ik geen worstje uit de worstfabriek was. Nu is het mijn voordeel. Ik klop niet. Ik pas niet in een vakje. Ik ben niet helemaal klassiek, niet puur jazz, want ik gebruik ook Turkse volksmuziek. Ik wist toen ook al dat ik de theorie, de scholing miste. Ik heb op eigen kosten de vooropleiding van een jaar gedaan.”

Karsu

„Mijn ouders zijn allebei geboren in Karsu, een Turks dorpje aan de grens met Syrië, vlakbij de Middellandse Zee. Kar betekent sneeuw, Su water. Sneeuwwater heet ik dus. Karsu ligt in de provincie Hatay, daar zijn evenveel moskeeën als synagogen en kerken. Mijn vader zegt altijd dat hij jochrislamitiet is. Hij is een wereldmens. Hij vluchtte op zijn twintigste naar Nederland omdat hij in Turkije opgepakt was voor zijn politieke ideeën. Mijn moeder was acht toen ze met haar ouders in Nederland aankwam, met haar zes broers en zussen. Mijn vader wilde altijd terug naar Turkije. Tien jaar geleden ging hij vast vooruit. Hij opende daar een viersterrenhotel en een restaurant. Maar mijn moeder wilde toch niet mee. Mijn vader is teruggekomen en is hier een restaurant begonnen.”

Succes

„Veel jongeren willen wat ik nu heb bereikt. Het lijkt zo makkelijk, je doet mee met een talentenwedstrijd op televisie en je bent beroemd. Dat succes duurt niet lang. Succes behouden, dat is het allermoeilijkst. Ik treed op in Duitsland en Engeland, in Israël en Turkije. Maar met mijn eerste eigen album moest ik me weer bewijzen. Het heeft me drie jaar gekost om Confession te maken, en een bedrag met vier nullen. Ik heb het betaald met de opbrengst van een cd van een liveconcert in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Ik heb met alle grote platenmaatschappijen om tafel gezeten. Maar uiteindelijk willen zij bepalen welke muziek ik maak, wat ik aantrek, waar ik optreed, wat ik adem. Kijk in het cd-boekje van Confession. Geen covers, alles zelf geschreven of bewerkt. Jazzism, hét jazzblad, gaf me vier van de vijf sterren. Kabam. Zo’n goede recensie na al die jaren stress.”

Wedstrijdzwemmen

„Alleen van mijn moeders kant al heb ik zestien nichtjes. Met de helft van hen zat ik zeven jaar op wedstrijdzwemmen. De helft speelt trouwens ook piano. Turken zijn heel ondernemend, we vinden het belangrijk ergens goed in te zijn. Mijn familie heeft vijf horecazaken in Amsterdam. Mijn nichtje Pinar is pas 26 en heeft al twee modezaken. Bijna alle andere nichtjes studeren. Cansu, mijn zusje ook. Ik ben heel trots op mijn familie.”

Hollands

„Ik zou best op mezelf willen wonen, maar thuis wonen is ook wel makkelijk. Mijn ouders zijn bijna mijn vrienden. Ze willen graag dat ik ver kom, maar alleen als ik het zelf wil. Ze zeggen: ‘Karsu, als jij niet meer wil, trekken we de stekker eruit.’ Mijn moeder bedient het gaspedaal. Ze is niet streng, wel heel duidelijk. Zij zegt: ‘Moet je geen piano oefenen?’ Van haar moest ik altijd op de fiets naar school, ook al sneeuwde het. Ik ken niemand die zo Hollands is al zij. Mijn moeder is op haar 42ste afgestudeerd als onderwijskundige, ze heeft 25 jaar voor de gemeente Amsterdam gewerkt. Ze heeft haar baan opgezegd en doet nu fulltime mijn management. ”

Turkije

„In Nederland is het publiek heel respectvol. Ze klappen niet na de laatste noot, maar pas als mijn vingertoppen echt de toetsen loslaten. In Turkije beginnen ze te klappen en te schreeuwen zodra ze de eerste noot van een liedje herkennen. Mijn Turkse publiek is veel jonger. Jongeren luisteren daar niet naar dance of techno zoals hier. Ze houden meer van rock. Ze zeggen altijd dat muziek verbindt. Blèèh, braak. Maar ik ben erachter gekomen dat het waar is. Als ik in Nederland in de zaal kijk, zie ik zo’n Hollandse met een brilletje en grijs haar genieten van Chopin. Daarnaast zit een vrouwtje met een hoofddoek, en zij zingt al mijn Turkse liedjes mee. Normaal zitten die twee toch alleen in de tram naast elkaar.”

De documentaire Karsu van Mercedes Stalenhoef gaat vanavond op het IDFA in première in Tuschinsky 1 in Amsterdam. Inl. www.karsu.nl