De koers van next: nieuws, maar geen kluitjesvoetbal alstublieft

Hoeveel ‘meta’ kan een krant verdragen?

Mediakritiek of ‘metajournalistiek’ mag zich in een groeiende populariteit verheugen. Argos bracht op televisie een veelgeprezen reeks over hypes, kranten en bladen ruimen pagina’s in voor bespiegelingen op de rol van de media.

Geen wonder: in een samenleving die is gemarineerd in beeldvorming, is het ontrafelen van medialogica allang geen speeltje meer voor academici. Wij twitterende en bloggende nieuwsconsumenten zijn allemaal ‘meta’, anno 2012.

Tegelijk blijft journalistiek een primair beroep. Journalisten moeten zich ook weer niet te veel over elkaars werk buigen: het gaat om waarheidsvinding, om de feiten daarbuiten. Bovendien, het idee dat iedereen die feiten ‘al kent’ en dat journalisten het nieuw vooral nog moeten duiden, lijkt mij op zijn minst aanvechtbaar.

Afgelopen donderdag herhaalde president-commissaris Derk Sauer van NRC Media dat idee nog eens, in een opmerkelijk interview bij BNR: „Het duiden en interpreteren van nieuws is de enige manier waarop een krant kan overleven en zijn functie kan behouden.”

Dat is enerzijds een waarheid als een koe: natuurlijk is een krant er niet voor het nakauwen van Teletekst 101. Anderzijds: nieuws wordt niet dagelijks in een vaste dosis door God gegeven. Journalisten moeten zelf onderzoek doen, onderwerpen agenderen, nieuwe feiten blootleggen. Waarheidsvinding gaat vooraf aan duiding.

Ik belandde in deze mijmering, over meta gesproken, door het treurige bericht dat Rob Wijnberg de krant vaarwel zegt (Rob Wijnberg weg bij NRC Handelsblad, Koelewijn blijft, 14 november). Wijnberg had altijd een scherp oog voor mediakritiek en ‘metajournalistiek’.

Een maand geleden werd hij al ontheven uit zijn functie van hoofdredacteur van nrc.next, na een conflict over de koers van die krant. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch bood hem een prominente plek aan als columnist voor NRC Handelsblad, maar Wijnberg liet deze week weten dat hij het voor gezien houdt: hij wil een nieuwe, digitale krant beginnen.

Het bericht van Wijnbergs onvrijwillige terugtreden als hoofdredacteur (Wijnberg weg, meer nieuws in nrc.next, 25 september) leidde tot 192 boze en verbaasde e-mails van lezers. Wat was hier aan de hand?

Uit het bericht sprak vooral een botsing tussen ‘primair’ en ‘meta’. Wijnberg wilde nadrukkelijk „een andere krant” maken, zei hij. Dat was ook zijn opdracht, toen de 28-jarige filosoof in 2010 werd benoemd, en niet tot chef, maar tot hoofdredacteur. Ja, een variant op de staatssecretaris die zich over de grens minister mag noemen, maar ook in de titulatuur werd zo de eigen koers van next onderstreept.

Wijnberg introduceerde de pagina ‘metamedia’ en later de rubriek ‘next checkt’. Maar hij had minder belangstelling voor het nieuws van de dag, dat alle andere kranten toch al hadden. Waarom ‘moest’ een onderwerp als Prinsjesdag dan per se ook nog eens in next?

Goeie vraag. Alleen, hij bevond zich in een snel veranderende omgeving bij de krant.

Bij de start in 2006 gold next nog als het frisse broertje of zusje van het statige, degelijke NRC Handelsblad. Toenmalig hoofdredacteur Folkert Jensma, die met dit gedurfde initiatief een wereld van behoudzuchtige krantenuitgevers zijn stof liet eten, schreef dat de krant vooral een groep twintigers en dertigers trachtte te bereiken „die nu geen krant leest” (De lezer schrijft, 18 maart 2006).

Er was een markt voor: next schoot omhoog naar 80.000 exemplaren binnen drie jaar, een oplage die rond dat aantal bleef schommelen (nu: 71.000, met 7.800 digitaal).

Maar zes jaar later is ook NRC Handelsblad veranderd: die krant heeft nu meer beeld, meer persoonlijke stukken, en de afgelopen twee jaar ook „meer hart en buik en niet alleen maar hoofd”, zoals Vandermeersch graag zegt.

Wat je daar ook van vindt, het heeft gevolgen voor de tweede titel. Symbiose vergt regelmatige kalibrering.

Belangrijker, het drieste plan om van NRC Handelsblad een ochtendkrant te maken, is vorig jaar afgeketst. Om dan toch te kunnen concurreren in de ochtend, wanneer verreweg de meeste losse verkoop plaatsvindt, moest next het roer omgooien, vonden Vandermeersch en ook de uitgever van NRC Media. Ze werden daarin gesterkt door opzeggers die vonden dat er te weinig nieuws in next stond.

Die herijking werd blijkbaar niet toevertrouwd aan de zittende leiding. Wijnberg kreeg uiteindelijk nog maar zo weinig speelruimte dat hij „beter kan weggaan”, zei hij zelf. De ochtendkrant wordt nu weer aangestuurd vanuit de hoofdredactie van NRC Handelsblad.

De hamvraag is dan: wat wordt die nieuwe koers van next? Nog meer kluitjesvoetbal?

Nee, dat is niet de bedoeling, heeft Vandermeersch laten weten. Next moet ook een „laboratorium” blijven, een journalistiek proefstation. Geen NRC Light in de ochtend.

Wat wel? Mij zijn de afgelopen maand geen drastische veranderingen opgevallen, al kruipt next wel weer dichter tegen het nieuws van de dag aan. Dat komt het nieuwsritme ten goede, al kan het ook leiden tot voorspelbaarheid: Obama op de voorpagina’s van de ochtendkranten, Obama op de cover van next. Hoewel, de opening van gisteren (De moord op Johan de Waal), een reportage van Carola Houtekamer en Freek Schravesande, was weer klassiek onklassiek.

We zullen merken of de redactie, na die pijnlijke interventie aan de top, een balans vindt tussen de actualiteit en de eigenzinnigheid die bij next hoort. Daar moeten ze dan wel die ruimte van het laboratorium voor krijgen.

Als dat niet lukt, zou het een nederlaag zijn voor de hele krant.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl