Opinie

De K.

Veel mannen dragen in de maand november een snor omdat ze tegen prostaatkanker zijn. Movember heet deze actie. Ik laat mijn snor niet staan. Denken mensen nu dat ik vóór prostaatkanker ben? Zou zomaar kunnen.

Ik ben nog uit de tijd dat mensen het woord kanker niet uit durfden te spreken.

„Hij heeft K.”, zei mijn moeder over iemand die door de toen nog dodelijke ziekte getroffen was. En zo’n zinnetje werd gefluisterd. Kinderen mochten het namelijk niet horen. Wij hoorden het echter wel.

Waarom? Omdat er gefluisterd werd. Had mijn moeder het zinnetje gewoon uitgesproken dan was het volledig langs me heen gegaan.

Vorige week stond er een fascinerend bericht in de kranten: een bestuurslid van een kinderkankerfonds had die organisatie voor zes ton opgelicht. De man heet De K. Schitterende initialen voor deze engerd uit Scherpenzeel. Dus een kinderkankerfonds tillen en zelf De K. heten. Zal hij deze maand ook zijn snor laten staan?

Ik probeer in het hoofd van die De K. te kruipen. Wat bezielt je om geld te jatten van kale chemokinderen? Een bank tillen of een beetje geld van je werkgever plukken, snap ik. Deed Rijkman Groenink ook.

Maar geld dat bestemd is voor kinderen met kanker? Vrees dat de man met behulp van een gewiekste Moszko goed wegkomt. Er worden vast en zeker wat vormfouten gevonden. Zelf betrapte ik me op ouderwets primitief denken. Wat voor straf ik voor deze gluipkop droomde? Verplichte chemo. Dat hij langdurig de ogen uit zijn kop kotst.

„Dat ga je toch niet opschrijven in de NRC?”, vroeg een milde vriendin aan mij. Ik beloofde dat niet te doen.

Maar donderdag besloot ik anders. Zat ’s middags in de Leidse schouwburg bij de herdenkingsdienst van de vorige week overleden actrice Will van Kralingen. Twintig jaar is zij gepest en getreiterd door borstkanker en daar uiteindelijk kansloos aan overleden. Er werd mooi gesproken.

Uit alles bleek dat ze niet alleen een begenadigd actrice was, maar bovenal een geweldige vrouw en gediplomeerd moeder met wie je hard en veel kon lachen.

Luisterend naar de speeches was ik bereid om een baard van tien meter te laten groeien. Al was het maar om haar aardige zonen hun zonnige moeder terug te geven. Het toneel lag vol met wel duizend rode rozen.

Op datzelfde podium mocht ik ’s avonds mijn mopjes tappen. Ik vond dat eigenlijk wel mooi. De lach en de traan op dezelfde planken.

Buiten de schouwburg werden we opgewacht door een tweetal treurige mannen met grote telelenzen voor hun veel te dikke buiken. Zij moesten voor de roddelbladen vastleggen wie er kwamen huilen. Daar hebben de lezers recht op.

Ik dacht aan een van de fotografen die er niet meer bij is. Geveld door prostaatkanker. Zullen deze paparazzi bij zijn herdenkingsdienst ook hebben lopen kieken?

Durfde trouwens niet te kijken of de mannen uit solidariteit met hun overleden collega een snor droegen. In het bijzijn van die kneuzen kijk ik namelijk altijd devoot naar de straatklinkers.

Geen blik waardig noemen we dat. De voetvegen van Santegoeds doen hun best maar.

’s Avonds vroeg ik me af of op het toneel van diezelfde Leidse schouwburg ooit Badr, de musical zal worden opgevoerd. Zou zomaar kunnen. Geschreven door de eerder genoemde Evert Santegoeds op basis van de bestseller van Leon de Winter.

Samen met ene Yves vormen Evert en Leon een zogenaamd cordon amicale rond de door het OM opgejaagde kickbokser, die inmiddels alweer vastzit.

Niet alleen omdat hij in een horecagelegenheid gezien was, maar ook omdat hij met die vrienden had gepraat.

Een paar moesten nog getuigen en daarom mocht hij geen contact. Dat wisten die getuigen niet. Je kunt niet overal verstand van hebben. Zelf opper ik al jaren dat iedereen die met Evert praat onmiddellijk gearresteerd moet worden, maar volgens Moszko is dit juridisch niet haalbaar.

Maar Badr zit dus vast. Onder andere omdat hij in het Amsterdamse café Moustache gezien was. Moustache! De snor dus. Niks is toeval.