Column

Criminaliteit is zichtbaar puntje van ijsberg

Wie almaar meningen over ‘de rechtsstaat’ schrijft, moet ook cijfers lezen. Ieder jaar verschijnt de bundel ‘Criminaliteit en Rechtshandhaving’, waarin alle cijfers over veiligheid en rechtshandhaving staan. Met conclusies zijn de auteurs van het dikke boek terughoudend. Voor je het weet klopt het cijferbeeld immers niet met wat er op straat, in de media, en dus in de politiek, wordt beleefd en gevoeld. Conclusies zijn voor anderen.

De VVD zegt in ieder geval consequent dat het ernstig is gesteld in Nederland met de onveiligheid. Is dat emotiepolitiek? In alle westerse landen dalen de criminaliteitscijfers al meer dan een decennium. Maar de bezorgdheid erover niet. Zie onze kickboksers, pedo’s en Facebook-daders die voor paniek en onheilssentiment zorgen. De ernst van seksuele misdrijven zijn we ijverig aan het opwaarderen. Criminaliteit is emotieconjunctuur.

Cijfers dus, feiten! Hoe ‘erg’ is het eigenlijk – wat doen politie en justitie eraan? Of is het dansen op een waterbed? Uit ‘Criminaliteit en Rechtshandhaving’ blijkt in ieder geval ieder jaar opnieuw dat de misdrijven die politie en justitie afhandelen, maar een fractie zijn van wat de burger ervaart. Zoals een gepensioneerde OM-topambtenaar me onlangs vertelde: „De kans dat een dader ooit bij de strafrechter komt is kleiner dan dat een spermaatje ècht een eitje bevrucht.”

Criminaliteit is een enorme ijsberg waarvan alleen het bovenste puntje zichtbaar is. Burgers en bedrijven ervaren jaarlijks 8,2 miljoen misdrijven, zo geven zij in enquêtes aan. Een kwart van de bevolking boven de 15 werd in 2011 slachtoffer van één of meerdere delicten. Dat aantal slachtoffers krimpt overigens – in 2004 zat dat nog tegen de 29 procent aan.

Van die kolossale berg van 8,2 miljoen krijgt de politie dus maar kennis van 1,2 miljoen. Die andere 7 miljoen misdrijven worden door de samenleving genegeerd, geïncasseerd, afgeschreven, weggewuifd. Burgers of bedrijven denken dat de politie er toch niks aan doen, vinden het delict onbelangrijk of wijten het voorval aan zichzelf. Burgers worden vooral getroffen door, op volgorde, vandalisme, diefstal en geweld. Bedrijven vooral door diefstal. Ruwweg wordt een derde gemeld en van een kwart echt aangifte gedaan.

Wat doet de politie met die 1,2 miljoen waarvan ze dan wel op de hoogte raakt? Dat is trouwens 11 procent minder dan wat de samenleving in 2004 nog kwam melden. Daalt dan de criminaliteit of daalt juist het vertrouwen in de politie? Mij lijkt het een open vraag.

De politie wordt wel steeds slechter in het oplossen van de misdrijven. Van die 1,2 miljoen werden er in 2011 maar 289.000 opgelost. Dat is 15 procent minder dan in 2005. Het totale ophelderingspercentage is 24 procent en dalende. Terzijde: op een congres van criminologen aan de VU hoorde ik de korpschef Haaglanden, Henk van Essen, vertellen dat 80 procent van de opgehelderde misdrijven het gevolg is van betrappen op heterdaad. En dat 80 procent van die ‘heterdaadjes’ wordt gerapporteerd door burgers. De ophelderingskracht van de politie ‘solo’ is dus heel erg klein. Dat zie je ook aan het aantal aangehouden verdachten. Dat waren er vorig jaar 202.000, een afname met 15 procent ten opzichte van 2005. De capaciteit om boeven te vangen gaat dus ook achteruit. Ik kan het niet laten: aan het totale aanbod kan dat niet liggen.

Het Openbaar Ministerie behandelde vorig jaar 226.000 zaken. Toch ook 15 procent minder dan in 2005. Daarvan werd een derde geseponeerd: weggegooid. Een kwart werd door het OM afgehandeld, met één of andere sanctie. Voor de strafrechter bleven er in 2011 op die manier 102.000 misdrijven over.

Dus van die enorme berg van 8,2 miljoen jaarlijkse misdrijven halen er maar 100.000 de eindstreep bij de rechter! Dat worden er overigens ook minder. In 2005 deed de strafrechter nog een kwart méér zaken af. Vooral lichtere – het beleid is al jaren om de rechter vooral zwaardere delicten te sturen. In 90 procent van de strafzaken spreekt de rechter het oordeel schuldig uit.

Samengevat: het totaal aantal misdrijven is enorm. De behoefte bij de burger om er de politie mee te storen is gering. De kans dat de politie een zaak oplost is klein. Net als de kans dat het Openbaar Ministerie er daarna iets mee doet. Pas als de strafrechter zich ermee bemoeit is de uitkomst voorspelbaar – 90 procent schuldig. Daarvoor is het een tombola.

Pakkans en strafkans in Nederland, ze lijken me op de rand van verwaarloosbaar. Of de criminaliteit stijgt of daalt, er valt nauwelijks een zinnig woord over te zeggen. Het meeste criminele gedrag kennen we niet omdat burgers en bedrijven het gewoon slikken. De productiecijfers van het strafrechtapparaat zeggen evenmin veel. Dat we de opheldering moeten verbeteren, of de pakkans, of de strafkans opschroeven, of de doorlooptijden verbeteren of voor mijn part de straffen langer maken. Ik vind het prima, maar de uitkomst kan averechts zijn. Stel je voor dat het vertrouwen in politie en justitie er groter door wordt. Er komt dan een tsunami aan aangiften vrij, de criminaliteitscijfers vliegen omhoog, net als de klachten over de vastgelopen politie en justitie. Criminaliteit bestrijden? Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet.

Folkert Jensma is juridisch redacteur van NRC Handelsblad en nrc.next en schrijft op deze plaats wekelijks over de rechtsstaat.

Debat: nrc.nl/rechtenbestuur, twitter #rechtsstaat