BRIEVEN

Atlas De Wit

In de bespreking van de Atlas De Wit (Steden ‘afgetekend’ in koper, Wetenschapsbijlage 20&21 oktober) staat ‘Bijzondere gebouwen werden in vogelperspectief getekend (schuin van boven)’.Voor zover ik op de illustraties kan zien is hier geen sprake van vogelperspectief maar van ‘axonometrische projectie’ en is het Binnenhof getekend in scheve projectie. Een vogelperspectief is een bijzondere vorm van lineair perspectief. Hierbij ontmoeten evenwijdige lijnen elkaar in een verdwijnpunt dat op een hoog gelegen horizon ligt.

Bij een axonometrische projectie hebben de horizontale vlakken (plattegronden) de ware vorm; zijn er dus geen verdwijnpunten of horizon; hebben de horizontale en verticale lijnen de ware maat; zijn de verticale vlakken (zijgevels) vervormd; zijn de objecten onder een hoek van 60°,45° of 30° getekend.

Een scheve projectie heeft als bijzonderheid dat de objecten horizontaal getekend zijn.

Maarten Ruijters

Architect, Den Haag

Nepwetenschap

In het artikel over ‘Rookwolken en dwaalsporen’ (Wetenschapsbijlage 3 & 4 november) staat de vraag hoe het toch mogelijk is dat in een land – de Verenigde Staten – waar de wetenschap op zeer hoog niveau bedreven wordt er toch wetenschappelijk volstrekt onhoudbare opvattingen op nagehouden worden. En ook waarom de wetenschappers, die toch wel beter zouden moeten weten, daar geen stelling tegen nemen. De conclusie is dat dit waarschijnlijk te wijten is aan de angst om van on-Amerikaans gedrag beticht te worden en dat het in Europa wel zo’n vaart niet zal lopen.

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw heb ik voor de KNAW in Nederland een onderzoek uitgevoerd om na te gaan wat de status was van de aanvragen en van de onderzoekers die massaal projecten indienden om in aanmerking te komen voor de door het Ministerie van VROM beschikbaar gestelde middelen (NMP) in het kader van het klimaatonderzoek. Daarvoor heb ik met vele onderzoekers gesproken en heb toen gemerkt dat de nodigen van hen het achterste van hun tong niet (publiekelijk) lieten zien omdat men vanwege een ‘dissidente’ opvatting bang was om niet meer in aanmerking te komen voor de onderzoeksgelden. Een enkeling die dat wel deed heeft dat dan ook geweten. Het is een houding die heden te dage nog steeds geldt. Wetenschappers willen gewoon hun onderzoek blijven doen en brengen dat niet in gevaar door publiekelijk stelling te nemen tegen bepaalde mainstream opvattingen. Dat is ook angst, niet om voor on-Nederlands te worden uitgemaakt, maar gewoon voor het behoud van werk.

Drs. H.Jordens

via e-mail

Zomertijd (7)

Jan Frings beweert dat de zomertijd dichter bij de ‘natuurlijke’ zonnetijd zou liggen dan de ‘gewone’ wintertijd (brievenrubriek, Wetenschapsbijlage 10 & 11 november). Dit is niet waar.

De ‘natuurlijke’ zonnetijd in Nederland is bijvoorbeeld die van Amsterdam, welke tot 1 juli 1937 de wettelijke tijd was voor heel Nederland. Deze loopt 19m32,13s voor op de Universal Time (UT, Greenwich tijd), en dus 40m27,87s achter op de Middel-Europese tijd (MET) welke wij nu in de winter hanteren. Deze MET past bij 15 graden oosterlengte. In de zomer laten wij onze klok nog eens een uur voorlopen, deze tijd past bij 30 graden oosterlengte - Kiev of Istanbul.

Dit heeft tot gevolg dat de zon in Amsterdam niet rond 12 uur door het zuiden gaat, maar in de winter pas rond 12:40 kloktijd, en ’s zomers zelfs pas rond 13:40 . Door de zomertijd gaat de zon rond 24 juni pas na 22 kloktijd onder, in Amsterdamse tijd zou dit 20:27 zijn.

Als amateur-sterrenkundige vind ik het juist een nadeel dat de burgerlijke klok, die mijn leven bij dag dicteert, verhindert dat ik in de zomer ’s avonds nog sterren kan zien voor ik naar bed ga. Ik zie de zomertijd dan ook graag afgeschaft.

Dr A.R. (Tom) Peters

rekenaar van de Nederlandse Sterrengids, Amsterdam

Zomertijd (8)

Door de zomertijd loopt het verschil met de zonnetijd op tot 1 uur en 40 minuten. Veel amateurastronomen zijn daarom nog steeds niet blij met de zomertijd. Het verrichten van waarnemingen wordt dan op werkdagen erg lastig en veel publiekssterrenwachten blijven in de zomermaanden ‘s avonds dicht omdat het publiek niet op een schappelijke tijd kan komen kijken. Maar bij de gewone dagelijkse activiteiten kunnen ook veel amateurastronomen de langere zomeravonden best waarderen. Maar waarom de zomertijd tegenwoordig doorloopt tot eind oktober in plaats van eind september zoals vroeger, is ons een raadsel.

Edwin Mathlener

Stichting De Koepel, Utrecht