Bochtspecialiste uit High Point

Verrassend tweede werd de Amerikaanse Heather Richardson gisteren op de 500 meter in Heerenveen. Het is niet meer dan een opstapje: ze richt zich op olympisch succes.

Nederland, Heerenveen / It Hearrenfean, 15-11-2012 NRC Handelsblad Schaatster Heather Richardson uit de VS. Foto: Laurens Aaij/Hollandse Hoogte

Let op de slag van die tengere Friezin, Marrit Leenstra. Kijk naar belofte Wouter Olde Heuvel of de Noorse stylist Havard Bøkko, potentiële topallrounders. Kenners uit de schaatslanden Nederland en Noorwegen herkenden de talenten onmiddellijk bij de traditionele internationale Vikingraces aan het einde van het seizoen 2003-2004 in Thialf. Maar wie had oog voor een wat slungelachtige Amerikaanse, die als zestiende eindigde in de categorie junioren C2? Met haar tijden van 47,53 seconde op de 500 en 1.32,78 op de 1.000 was ze zoveel langzamer dan de snelsten, die al 43 en 1.26 reden. En haar stijl oogde wel erg onbeholpen.

„Ik was echt slecht”, vertelt Heather Richardson (23) acht jaar later, in de aanloop van de eerste wereldbekerwedstrijden van het seizoen in Heerenveen. Intussen vraagt geen schaatskenner zich nog af wie die grote, sterke Amerikaanse is. Kijk naar de ranglijst met beste tijden van dit prille seizoen: 1.14,00 op de 1.000 meter en 1.55,26 op de 1.500. Richardson is veruit de snelste op haar favoriete afstanden. Ze voegde er bij de Amerikaanse afstandskampioenschappen in Milwaukee een razendsnelle 37,96 op de 500 meter aan toe, en een persoonlijk record van 4.09,39 op de drie kilometer. Bij elkaar een wereldrecord op de kleine vierkamp. „Ik kom eraan”, zegt ze nu.

Lachend staat ze in Thialf onder het bord met baanrecords van haar concurrenten Christine Nesbitt (1.15,01) en Ireen Wüst (1.54,05). Gaat zij die tijden verbeteren? „Wie weet.” Geen grootspraak voor de Amerikaanse, wel een verhaal over een bijzondere achtergrond. Als klein meisje uit High Point, North Carolina, deed ze aan inlineskaten - op dezelfde baan als de broertjes Cheek, Michael en de latere olympisch kampioen Joey. Toen ze het een keer probeerde op het ijs, in Milwaukee, schaatste ze zich tot haar eigen verbazing ( „Out of the blue”) in de selectie voor de Vikingraces in het verre Heerenveen. Daarna keerde ze weer snel terug naar de vertrouwde rolschaatsen.

Maar coach Derek Parra, zelf voormalig inliner en olympisch kampioen in 2002, haalde Richardson in 2007 over om te kiezen voor ijzers. „Derek zag direct dat mijn timing heel goed was. Dat was mijn geluk, daardoor kon ik me snel aanpassen op het ijs.” Ze plaatste zich al na een paar maanden voor haar eerste wereldbekerwedstrijd. In haar eigen onorthodoxe stijl, gebaseerd op ijzersterke bochten. „Ik heb nooit naar andere schaatsers gekeken, deed gewoon waar ik mezelf comfortabel bij voelde.”

Vijf jaar later, één seizoen voor de Spelen van Sotsji, lijkt ze klaar voor de grote doorbraak. Privileges in eigen land, als potentiële winnaar van olympisch goud? Hooguit wat steun bij het vinden van een baantje, als inpakster van röntgenapparatuur bij General Electrics in Salt Lake City, haar trainingsbasis. „Sponsors voor het schaatsen vind je in de VS niet, het is ook nooit op televisie.”

Heather Richardson laat zich er niet door afleiden. „Tot de Spelen van Sotsji is dit voor mij de ideale route.” Ze is ook niet jaloers op de schaatsomstandigheden in Nederland, dat ze steeds beter leert kennen via haar vriend en BAM-schaatser Jorrit Bergsma. Prijzengeld in de wereldbeker is haar ‘salaris’. En er is één ding dat echt telt. „Ik ga helemaal voor olympisch succes.”