Adriaan van Dis: ‘Alleen op het strand en reizen, daar ging het ons om’

Adriaan van Dis tijdens zijn optreden op het Boekenbal in 2010. Foto NRC/Vincent Mentzel.

Schrijver en documentairemaker Adriaan van Dis (1946) hield vanmiddag in Wassenaar de tweede Boudewijn Buchlezing om geld in te zamelen voor het Boudewijn Büch Biografieproject. Zijn lezing ging deels over Buch maar vooral over Van Dis zelf: ‘volledig in de geest van Boudewijn’.

Van Dis was aanwezig te Wassenaar op uitnodiging van de Werkgroep Boudewijn Büch Biografie, waar mensen als Frits Barend en Klaas Koppe onderdeel van uitmaken. De werkgroep heeft tot doel om de nagedachtenis aan de in 2002 overleden schrijver, dichter en documentairemaker in leven te houden. De werkgroep vond Van Dis bereid met een 50 minuten durend betoog geld in te zamelen voor de totstandkoming van een Boudewijn Büch biografie die in 2016 moet verschijnen.

Auteur van die biografie is biografe Eva Rovers, die in 2011 prijswinnende biografie publiceerde over kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller. Rovers leidde Van Dis deze middag kort in door haar plan van aanpak te ontvouwen. Ze benadrukte ‘fantast’ Büch in zijn laat-twintigste eeuwse context te willen plaatsen. Rovers zei zich niet te willen laten afleiden door Büchs mystificatie, zoals zijn leugens over zijn overleden 5-jarig zoontje (‘De kleine blonde dood’) en zijn meerdere doctorandustitels.

Volgens Rovers wordt daarmee geen recht gedaan aan de rol die Büch in het laatste kwart van de twintigste eeuw heeft gespeeld. Hij was, zo stelde Rovers, een ‘inspirator’. Als voorbeeld noemde Rovers de brief aan Büch van een 17-jarige havist die de auteur vol enthousiasme bedankte voor het aan de man brengen van het werk van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). ‘Het hoogste wat een mens bereiken kan is verwondering’, citeerde Rovers de Duitse dichter en romancier. Büch, zo besloot de biografe, had dat ideaal bij leven en welzijn bereikt.

Van Dis begon zijn betoog staand voor openslaande deuren in een zaal op de begane grond van Raadhuis De Pauw. Pal naast het Brandweermuseum, gevestigd het hetzelfde pand. Door het glas van de openslaande deuren, achter Van Dis, keken de aanwezigen uit op druilerig herfstweer. ‘Heerlijk Boudewijn Büch weer’, opende Van Dis. ‘misantropisch weer, in vreselijk Wassenaar’. Aanwezigen die dachten een betoog over Boudewijn Büch te horen te krijgen, zaten volgens Van Dis verkeerd. ‘Mensen denken misschien dat ik nu 50 minuten ga spreken over Boudewijn Büch, maar niets is minder waar. Ik zal kort over hem spreken en daarna vooral over mijzelf. Volledig in de geest van Boudewijn.’

Van Dis ontmoette Büch in 1970 via een gezamenlijke vriend: Peter Zonneveld. Ze spraken niet over de dodo, Mick Jagger of Goethe. Reizen, daar spraken Büch en Van Dis op de zolderkamer bij Zonneveld het meest over. Toen al slaagde Büch volgens Van Dis erin met zijn uitbundige en enthousiaste verhalen ‘alles mooier, groter, droeviger’ te maken. Büch was volgens Van Dis ‘geen leugenaar, maar hij speelde een literair spel’. Een spel dat Van Dis zelf ook kon spelen. Maar, zo zei Van Dis over Büch, ‘hoe bekender hij werd, hoe groter de jokkebrokkerij’.

In het tweede deel van zijn verhaal vertelde Van Dis over de ontstaansgeschiedenis van zijn  eigen reislust, waarmee het deel gezien moest worden als een ‘hommage aan Büch’. Van Dis’ reislust kwam opzetten tijdens zijn jeugd, als kind in een repatriantenhuis. Verhalen over tropische strandwandelingen, de paradijsvogels die zijn moeder had zien vliegen, het kwam hem als magisch voor. Van Dis ging reizen. Als student ondernam hij een Grand Tour, bezocht veel van de meer dan 50 Afrikaanse landen, maakte Zuid-Afrika tot zijn thuisland. Het was, net als dat bij Büch het geval was, een zoektocht naar eenzaamheid. Van Dis: ‘alleen op het strand en reizen, daar ging het ons om’. Inmiddels is Van Dis klaar met dat fysieke reizen. Heeft hij genoeg aan de atlas waar hij, net als Büch, eindeloos konden zoeken naar eilanden op de kaart. ‘Eenzaamheid als eiland’. Missen doet Van Dis het niet, dat fysieke reizen. ‘De mooiste reis’, sloot hij vanmiddag in Wassenaar af, ‘ dat is de kopreis’.

Aanstaande vrijdag is het exact tien jaar geleden dat Boudewijn Büch stierf. Ter ere daarvan staat er komende week een aantal speciale Büchavonden op het programma. Dat programma kunt u hier inzien.

    • Roderick Nieuwenhuis