Wrange Holocaust-humor

Meer dan eens is de Amerikaanse schrijver Shalom Auslander vergeleken met de jonggestorven stand-up comedian Lenny Bruce. Een vergelijking die te begrijpen valt. Beiden: van Joodse komaf. Beiden: sloper van heilig huisjes. Beiden: gewapend met humor.

In zijn opmerkelijke en hilarische debuut Klaaglied van een voorhuid (2007) rekende Auslander, à la Bruce, keihard af met een jeugd in een streng orthodoxe gemeenschap in Monsey, in de staat New York. Het was autobiografische verslaggeving van zijn verzetsstrijd tegen de verstikkende regels van het geloof; een boek over losmaken dat zelf (onbedoeld?) het bewijs was dat losmaken nooit helemaal zal lukken.

In zijn nieuwste, Anne Frank leeft en woont op zolder, neemt Auslander de Holocaust op de korrel. Niet zozeer de gebeurtenis zelf, maar de Holocaust-industrie en de wijze waarop delen van de Joodse gemeenschap zichzelf en elkaar gevangen houden in slachtofferschap.

Dit is het verhaal van Solomon Kugel, de klassieke ‘zichzelf hatende Jood’, die zich van zijn achtergrond en het ‘vermoeiende Holocaust-gelul’ heeft bevrijd door met vrouw Bree en zoon Jonah naar een landelijke woning in kleinsteeds Stockton te verhuizen. Het blijkt er al snel niet pluis. Een pyromaan heeft het gemunt op vergelijkbare woningen in de buurt; bovendien is er een curieuze stank op zolder. Die stank wordt voortgebracht door de ondergedoken en miraculeus aan de dood ontsnapte Anne Frank, die in het geniep aan haar tweede boek werkt; een boek waarmee ze de verkoopcijfers van haar eersteling (‘32 miljoen exemplaren, dat is geen kattenpis!’) hoopt te overtreffen. Het onooglijke vrouwtje weigert zich te vormen naar het ideaalbeeld van de heilige Anne: ze is veeleisend, smerig, onredelijk en opvliegend. Kugel zou haar het liefst op straat zetten, maar wat zou de wereld daar wel niet van denken: een Jood die Anne Frank uit huis gooit?

Een tweede ongewenste gast is Kugels moeder, die gedurende haar laatste levensmaanden een kamer bewoont die de Kugels liever verhuurd hadden. Moeder heeft de Holocaust niet meegemaakt – ze is in 1945 in Brooklyn geboren. Toch plakt ze foto’s uit vernietigingskampen in het fotoboek van haar leven en dekt ze alles af met het mantra: ‘Het komt door de oorlog.’ Auslander schrijft: ‘Beneden hoorde hij Moeder gillen. Het was een luide, snerpende gil, een schreeuw van angst en schrik die door het hele huis te horen was. [...] Moeder gilde elke ochtend. Dat deed ze al sinds ze gelezen had dat dit veelvoorkomend gedrag was bij Holocaust-overlevenden.’

Kugels hoop dat Moeder Anne Frank wél uit huis zal zetten, omdat Moeder ‘altijd het grootste slachtoffer moest zijn’, blijkt ongegrond. Moeder ziet het juist als haar taak Anne te beschermen tegen de buitenwereld.

Auslander benut volop de mogelijkheden de verwrongen logica en morele verlamming te onderzoeken, die voortvloeien uit te sterke vereenzelviging met het verleden. Tegelijk stort hij zich op existentiële vragen. Maakt hoop ons uiteindelijk ongelukkiger? Hoe is het mogelijk dat een Jood in een vernietigingskamp (flauwtjes) glimlacht – zoals te zien op een beroemde foto uit het kamp Bergen-Belsen? Wordt de wereld, zoals Kugels op Steven Pinker geënte zwager Pinkus beweert, eigenlijk niet steeds minder gewelddadig? Maar verhalend blijft de roman in de schetsmatige opzet steken. Het is meer shtick dan literatuur.

Het opmerkelijkst aan een boek als dit is eigenlijk hoe onopmerkelijk het is. Er was een tijd – en die tijd ligt niet ver achter ons – waarin iedereen die zelfs maar milde scherts bedreef met de Holocaust in het algemeen, en Anne Frank in het bijzonder, het risico liep zijn of haar carrière te beschadigen. Dit jaar zagen we ook al Nathan Englanders (mildere) korte verhaal What We Talk About When We Talk About Anne Frank, waarin een vraag aan bod komt die ook Auslanders karakters steeds weer opwerpen: bij wie kunnen we onderduiken? Dat Auslanders roman geen verzet heeft opgewekt, en bij deze lezer zelfs enige verveling begon op te roepen, is een indicatie dat gevoeligheden verschuiven.

Met Anne Frank leeft en woont op zolder haalt Auslander het niveau van zijn debuut niet. Misschien door het korter worden van tenen, misschien omdat Klaaglied een afrekening met zijn eigen jeugd was, misschien omdat het basismateriaal – het geheel van de orthodoxie – van dat boek dieper, breder en rijker was. Maar uiteindelijk, vrees ik, omdat de grappen gewoon beter waren. Daarmee dreigt de vergelijking met Lenny Bruce treffender te worden dan je Auslander toewenst. Voor de steeds tragischer Bruce was het schoppen tegen heilige huisjes op zeker moment het enige wat nog telde. In zijn verbetenheid vergat hij dat mensen niet naar hem luisterden omdat hij ze schokte, maar alleen zolang hij ze tegelijk aan het lachen wist te maken. En dat lukte hem steeds minder.

Shalom Auslander treedt vanavond op op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. www.crossingborder.nl