‘We moesten Italië redden’

Met haar doortastende optreden wist ze in Italië een financiële ramp te voorkomen. Maar minister Fornero is moe en stopt er straks mee.

Precies een jaar geleden kreeg Elsa Fornero (64) de ondankbare taak om als minister van Sociale Zaken in het zakenkabinet Monti met ongekende arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen het internationale vertrouwen in Italië te herstellen. Een taak die haar goed bleek te liggen. Maar nu verlangt ze terug naar haar boekenkast. „Ik zou niet de eerste zijn die in Italië om zijn arbeidsmarktideeën wordt vermoord.”

Ze heeft nog een kleine vijf maanden te gaan als minister maar praat nu al in de verleden tijd over haar kortstondige politieke carrière. Van een academisch leven in de luwte werd ze eind vorig jaar gekatapulteerd naar het brandpunt van de eurocrisis. De frêle arbeidsmarkteconome uit Turijn oogstte internationale lof voor haar doortastendheid op het moment dat de Italiaanse kredietwaardigheid dreigde af te glijden naar die van Griekenland. In vijftien dagen voerde ze vrijwel rimpelloos een pensioenhervorming door waardoor de gemiddelde Italiaan vijf tot zeven jaar langer door moet werken. Daarmee was Italië even een voorbeeld voor de rest van Europa. Maar in eigen land neemt de kritiek op haar beleid toe.

Even in Nederland voor een internationaal pensioencongres sprak ze gisteren openhartig over wat dat als mens met je doet. Want wie in Italië aan verworven rechten komt neemt ook een groot persoonlijk risico. In 2002 werd Marco Biagi, arbeidsrechtdeskundige en adviseur van de minister van Sociale Zaken vermoord door de linkse terreurorganisatie Brigate Rosse – om zijn ideeën. Fornero heeft dan ook permanent een bodyguard bij zich.

„Mijn hele leven is op zijn kop gezet nadat Monti mij vroeg om zijn minister van Sociale Zaken te worden”, zegt Fornero. „De permanente beveiliging is een aspect daarvan. Je moet je realiseren dat er al drie arbeidsmarktadviseurs van de regering zijn vermoord.” Is dat een van de redenen waarom ze zich in april niet verkiesbaar stelt als Italianen weer zelf mogen bepalen wie ze in de regering willen? Zorgvuldig kiest ze haar woorden. „Ik ben niet bang voor mijn persoonlijke veiligheid maar ik heb zeker rust nodig. Ik wil terugkeren naar een leven waarin ik weer tijd heb om te reflecteren, om te studeren of zelfs maar de krant te lezen.”

Op dit moment heeft Fornero echter geen tijd te verliezen. In een race tegen de klok wil ze mensen ervan overtuigen dat ook een tweede ronde aan arbeidsmarkthervormingen noodzakelijk is om Italië weer concurrerend en aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders. „Toen ik met mijn werk begon had zelfs op straat iedereen het over de oplopende spread tussen Italiaans en Duits staatspapier - een teken dat financiële markten er geen vertrouwen meer in hadden dat Italië zijn schulden afbetaalt.” Het maakte haar werk in zekere zin makkelijk. „Er was sprake van een noodsituatie. We moesten Italië redden om een bankroet à la Griekenland te voorkomen.” Maar het blijft moeilijk. „Het is bijna onmogelijk om mensen uit te leggen dat we dit niet alleen doen om de financiële markten rustig te houden of omdat Angela Merkel het wil, maar omdat het beter is voor Italië. Ik geef toe dat ik daar onvoldoende succesvol in ben geweest.”

Ze heeft zich er inmiddels bij neergelegd dat een hogere pensioenleeftijd, een meer bestendig pensioenstelsel, een soepeler ontslagrecht én meer rechten voor flexwerkers niet allemaal in één jaar gaat lukken. „Nieuwe regeringen moeten ons werk afmaken. Ik heb er de energie niet meer voor.” Haar hoop is gevestigd op de jeugd. „De Italiaanse politiek moet plaatsmaken voor een nieuwe generatie. Jonge Italianen schrijven mij dat ze weer trots zijn op hun land. Er zijn ook mensen die geloven dat we ons best hebben gedaan om het land weer op de rails te krijgen.”

Bestaande partijen moeten de ruimte bieden aan nieuwe mensen en ideeën, stelt ze. „En jongeren zouden gebruik moeten maken van de vrije Europese markt om werkervaring op te doen en dan terugkeren naar Italië om die bagage in te zetten voor ons land.” Ze wijst naar de mist boven het Amsterdamse IJ: „Want bij ons schijnt de zon.”