Waardig eten in Spanje in crisistijd

Door de crisis hebben veel Spanjaarden geen geld meer voor de traditionele zondagslunch buiten de deur. De kerk biedt de illusie van een restaurant.

Een vrijwilligster in het restaurant ‘Waardig leven’ pakt een bord eten aan om dat naar gasten te brengen. Foto Oscar Vázquez/La Voz de Galicia

Als Pablo van drie zijn groentensoep op heeft, maakt de ober aanstalten af te ruimen. Maar zijn moeder pakt Pablo’s lepel, veegt hem af met een papieren servet en legt hem apart voor het hoofdgerecht. „Ik had deze van huis meegenomen”, legt ze de ober uit. „De lepels van hier zijn te groot voor hem.”

Pablo is deze zondagmiddag het enige kind dat aanschuift in de sociale eetzaal in een volkswijk van de Noord-Spaanse havenstad Vigo. Dat is eigenlijk niet de bedoeling van de evangelische pinksterkerk die de gaarkeuken bestiert. Haar barmhartigheidstichting ‘Vida Digna’ (‘Waardig Leven’) wil juist ook gezinnen met jonge kinderen welkom heten. Ze probeert de schaamte weg te nemen die veel burgers voelen zodra ze op voedselhulp aangewezen raken. De groeiende vraag naar voedselhulp (zie inzet) legt een worsteling met waardigheid bloot, die miljoenen Spanjaarden ervaren nu ze hun welvaart en sociale zekerheid razendsnel zien afbrokkelen.

Buiten de deur eten hoort bij het Spaanse leven. De zondagse lunch met familie is een traditie. Maar door de crisis staat die traditie onder druk, vertelt een van de vrijwilligers. „Nu kunnen ouders hun kinderen de indruk geven dat ze uit eten gaan in een gewoon restaurant. Net als vroeger. Daarom bieden we onze dienst juist in het weekeinde aan.”

Om deze illusie niet te verstoren, maar toch een indruk te kunnen krijgen, stelde deze krant voor een weekeind mee te helpen in de bediening. Deze bestaat naast vrijwilligers uit burgers die een taakstraf uitvoeren.

De gasten nemen plaats aan vierpersoonstafels met papieren tafellakens. Op elk tafeltje een broodmandje, een vijfliterfles met kraanwater en plastic bekertjes. Aan de groene muren hangen posters van tropische vogels en een A4’tje met de tekst: ‘Jezus roept je. Ga naar hem toe.’ Met gospelmuziek op de achtergrond dient een ober of serveerster het eten op.

De aanpak wordt gewaardeerd, zo blijkt uit de reacties. „Je wordt hier veel vriendelijker behandeld dan bij andere gaarkeukens”, zegt een vrouw. Een tafelgenoot vult aan: „Daar snauwen ze je af. Terwijl ze hier vragen of je nog een keer opgeschept wilt worden.”

Maar ondanks de positieve reacties is het beeld van een troosteloze gaarkeuken niet ver weg. De meeste gasten komen alleen en gaan alleen, zonder veel woorden te wisselen met de andere eters.

Door de crisis is het profiel van de bezoekers van gaarkeukens veranderd. In economisch betere tijden schoven vooral daklozen, alcohol- en drugsverslaafden, zigeuners, (illegale) immigranten en een deel van de onderklasse aan. Nu raken steeds meer gezinnen uit de middenklasse aangewezen op de voedselbedeling.

Tot het uitbreken van de crisis – eind 2007– had Spanje decennialang de welvaartsachterstand op noordelijkere landen kleiner zien worden. Nu de crisis het land ver terugwerpt kost het moeite aan die neergang te wennen. Veel Spanjaarden erkennen dat ze door fors te lenen en de vastgoedzeepbel jarenlang boven hun stand hebben geleefd. Het besef dat nu een lange periode van lage groei en bezuinigingen voor de deur staan, voedt de woede. En de angst: wanneer stopt deze vrije val?

De schrijfster Almudena Grandes vatte deze worsteling als volgt samen: „Toen we nog arm waren, droegen we onze armoede met waardigheid. Vervolgens werden we rijk en raakten die waardigheid kwijt. Nu we weer arm worden, hebben we moeite haar terug te vinden.”

Waardigheid is wat Vida Digna wil bieden. Maar dat blijkt niet altijd makkelijk. Om één uur mag men aan tafel. In rap tempo worden een voor- en een hoofdgerecht uitgeserveerd. Veel gasten vertrekken snel als ze hun maaltijd hebben genuttigd. Veel blikken zijn naar beneden gericht.

Als iedereen aan tafel zijn portie heeft gehad, vormt zich bij de keuken een rij mensen die restjes komen afhalen in meegebrachte plastic bakjes. Stokbroden die over zijn, worden in winterjassen gestoken. Een uur later zijn de tafels leeg en afgenomen, en kunnen de stoelen op tafel.

Jonge gezinnen blijven vooralsnog weg. Deze zondag kwam alleen Pablo met zijn moeder. Andere bezoekers vragen wel eten mee voor de kinderen, in een plastic bakje. Gevraagd waarom ze die kinderen niet hebben meegenomen, geven ze ontwijkende excuses. Ziek. Onhandig. Te duur met het openbaar vervoer.

Vrijwilliger José Luis begrijpt het wel. Hij is een herstellend alcoholist en probeert, sinds hij Jezus heeft gevonden, zijn leven op de rails te krijgen. „Toen ik op straat leefde, schaamde ik me ook om eten te vragen. Je zoekt makkelijker iets uit een kliko dan dat je aanbelt bij de achterdeur van een restaurant. Die weerstand zie ik bij deze mensen ook. Ze willen hier niet gezien worden. Laat staan door hun eigen kinderen.”

De keuken zelf draait vooral op giften van kerkgangers, lokale ondernemers, de EU en de plaatselijke spaarbank – al geeft die minder nu ze op de rand van bankroet verkeert.

De burgers die in het restaurant een taakstraf moeten uitvoeren, doen dat met frisse tegenzin. Veertiger Fidel moet twee weekenden werken omdat hij zijn vrouw, met wie hij in scheiding ligt, per sms had uitgescholden. Dertiger José omdat hij gepakt werd met drank achter het stuur. En vijftiger Manuel heeft ook meerdere weekeinden straf, maar vertelt liever niet waarvoor.

Als alles is klaargezet, maar er toch nog even tijd is voordat de gasten komen, ontsnappen ze even voor een biertje naar een café verderop in de straat. „Het is goed dat een project als dit bestaat”, meent Manuel „Ik zei gisteren nog tegen Fidel: er hoeven maar een paar dingen mis te gaan in je leven en je zit hier ook te eten.” José: „Verlies je je baan of word je ziek, dan is er niks. De overheid is er tegenwoordig niet meer voor je.”