Waar is Rafa? In de fitnesszaal op Mallorca

Vanaf vandaag strijden Spanje en Tsjechië om de Davis Cup. De Spaanse kopman staat al maanden buitenspel. Betonnen banen breken hem op.

Rafael Nadal in gevecht met hardcourtbanen, hier op de Australian Open in 2011: „Het is zwaar voor mijn knieën, mijn voeten, eigenlijk alle gewrichten.” Foto Hollandse Hoogte

De stormachtige carrière van Rafael Nadal, de beste tennisser ooit op gravel, is een verhaal van vroegrijpe oerkracht. Met het risico op zelfdestructie.

Nooit was er een tiener met meer ATP-toernooizeges: Nadal won er elf. Nooit was er een 23-jarige met meer Masterszeges – de meest prestigieuze toernooien na de grandslams: hij won er achttien. En nooit was er een jongere proftennisser met een Career Grand Slam – alle vier grandslamtitels: Hij was 24 jaar en drie maanden toen hij in 2010 de US Open won.

Naast de stilist Roger Federer, volgens velen de beste tennisser aller tijden, veroverde Nadal met zijn slopende krachttennis een plek in de geschiedenisboeken. Maar waar de altijd fitte Zwitser toonbeeld is van gelijkmatigheid – hij miste vanaf 2000 geen enkel grandslamtoernooi – maakte de intussen 26-jarige Spanjaard Nadal dit jaar voor de derde keer kennis met de grenzen van zijn fysieke ongemakken.

Bij de Davis-Cupfinale tussen Spanje en Tsjechië in Praag is hij dit weekend de grote afwezige, zoals de Mallorcaanse kampioen al maanden via Facebook afmelding na afmelding de wereld instuurt. En altijd met een spijtbetuiging.

Waar is Nadal? „Elke dag in de fitnesszaal, thuis op Mallorca”, zegt zijn woordvoerder Benito Pérez-Barbadillo in een telefonisch interview. „En dat is allemaal zonder racket. Rafa is keihard aan het werk om zijn knie er bovenop te helpen. En dat kost tijd.” Zijn linkerknie, specifieker gezegd: een pees aan de knieschijf, is ontstoken. Op de tennisbaan staat hij nog niet en hij is ook niet naar Praag afgereisd om het Spaanse team aan te moedigen. „Zijn herstelprogramma is heel intensief, daar kan hij niet te veel van afwijken”, aldus Pérez.

Als hij inderdaad zoals gepland in Abu Dhabi eind december zijn rentree maakt, heeft hij al met al een half jaar competitie gemist. Een eeuwigheid voor een toptennisser. Nadal is intussen afgezakt naar plaats vier op de wereldranglijst. Hij won in juni voor de zevende keer op het gravel van Roland Garros en brak daarmee opnieuw een record. Maar de roofbouw op zijn lijf eiste zijn tol.

Sinds zijn uitschakeling in de tweede ronde van Wimbledon tegen de Tsjech Lukas Rosol, die de dubbelpartij in de Davis-Cupfinale speelt, kwam Nadal niet meer in actie. Zichtbaar vermoeid zei de Spanjaard op een persconferentie na de vijfsetter op Wimbledon dat hij het „misschien wat rustiger aan” moest doen.

Een heel seizoen duurt steevast te lang voor de Spanjaard. Nooit won hij de World Tour Masters, de traditionele afsluiting van het seizoen, en pas één keer haalde hij de finale van dit officieuze WK. Maar opgebrand? Een vroegtijdig einde van zijn carrière? „Geen dokter heeft me ook maar iets gezegd dat daar bij in de buurt komt”, zei Nadal vorige maand in een interview met de Spaanstalige CNN.

Voor een deel zijn het oude problemen aan de knieschijfpees. Pérez: „Wat wel nieuw is, is het Hoffa-syndroom”, een aandoening van het vetlichaam áchter de knieschijfpees. Het klinkt allemaal weinig opbeurend, al liet zijn arts onlangs weten dat hij vaak heeft gezien dat de pees volledig herstelt – zonder operatie.

Het is niet de eerste chronische blessure van de Spaanse toptennisser. Hij heeft al vanaf zijn late tienerjaren last van een voet door een aangeboren afwijking aan het zogeheten ‘scheepvormige’ been. Toen dit probleem ernstig opspeelde, enkele maanden na zijn eerste overwinning op Roland Garros in 2005, moest hij zelfs vrezen voor zijn carrière. Vader Nadal, zo schetste hij in zijn biografie Rafa, opperde bij wijze van troost dat zijn zoon het ook als professionele golfer zou kunnen maken: „Met al jouw talent en lef.”

Maar een medisch specialist in Madrid wist raad en sindsdien speelt hij met een aangepaste schoenzool. Nooit zonder pijn. „Vanaf dat moment wist ik nooit meer zeker te weten of de partij die ik speelde mijn laatste zou zijn”, schreef Nadal in zijn biografie.

In 2009, het jaar waarin hij ‘zijn’ Roland Garros niet won, speelden de kniepezen voor het eerst op. Het zou aan zijn harde fysieke spel liggen, zo werd gespeculeerd. Rust nemen hielp niet. Na maanden kwakkelen besloot zijn medische begeleiding tot een therapie met verdovende injecties in zijn knieën waarmee, zo schreef hij in Rafa, „het probleem niet alleen zou verdwijnen, maar ook nooit meer terug zou komen”.

Op Roland Garros in 2010 was hij weer helemaal de oude en hij zou in dat superjaar ook Wimbledon en de US Open winnen. Alles weer in orde, zo leek, maar zijn erelijst geeft sindsdien een saillant beeld: in oktober 2010 won hij in Tokio zijn laatste toernooi op een andere ondergrond dan zijn favoriete gravel. Tennissen op hardcourt is een marteling voor de kwetsbare Mallorcaan. „Het is zwaar voor mijn knieën, mijn voeten, eigenlijk alle gewrichten”, zei hij in het interview met CNN.

Nadal wees er op dat zes van de negen Masterstoernooien en twee van de vier grandslamtoernooien op beton zijn. Ambitieuze spelers kunnen het zich dus niet permitteren gas terug te nemen op de hardste ondergrond. Maar hij overweegt dat toch te doen. „Mijn prioriteit is een lange loopbaan. Als het betekent dat ik iets zal zakken in de ranking, maar mijn loopbaan wordt daardoor verlengd [...] dan kan het een optie zijn”, zei hij tegen CNN.

Zijn pr-agent Pérez zegt vooral te hopen dat de sport zich aanpast. „Tennis is de enige sport waarbij de ondergrond in de loop der jaren niet spelersvriendelijker geworden is. Integendeel. Bij tennis heb je nu meer hardcourt dan vroeger. Die ontwikkeling druist in tegen de bevordering van de gezondheid van de spelers.” In het bijzonder die van de fysiek kwetsbare Rafael Nadal.