Vreemd zijn, vreemd gaan

Junot Diaz is een van de belangrijkste stemmen uit de hedendaagse Amerikaanse literatuur – en niet alleen dankzij zijn Dominicaanse wortels. Ook met zijn nieuwe bundel losjes verbonden verhalen bespeelt hij het verwachtingspatroon van de lezer.

Het verhaal van Junot Díaz komt ons bekend voor. Zijn vader vertrekt in de jaren zeventig vanuit de Dominicaanse Republiek om te gaan werken in de Verenigde Staten, waar de lonen beter zijn en de belofte van een beter leven lonkt. Na enkele jaren laat deze man zijn vrouw en kinderen overkomen en zo belandt de zesjarige Junot in 1974 in een achterstandswijk van Parlin, New Jersey.

Het wennen aan het nieuwe land met de helse kou en vreemde omgangsnormen verloopt stroef. Tot een bibliothecaresse de jongen een boek aanraadt, en hij in een moordend tempo pagina’s begint te verslinden. Uiteindelijk gaat hij naar Rutgers University, waar hij met moeite het collegegeld kan betalen. Daar ontdekt hij dat hij zelf ook kan schrijven, en in 1996 brengt hij de in een rauwe mix van Spaans en Engels geschreven bundel Drown uit, die overal geroemd wordt als een literaire sensatie. Twaalf jaar later wint hij de Pulitzer Prize voor The Brief and Wondrous Life of Oscar Wao en is zijn sterrendom compleet.

Eind goed, al goed. Het lijkt het bekende succesverhaal van een arme immigrant die tegen alle kansen in toch tot zijn culturele achterstand weet af te schudden om tot het establishment toe treden, het verhaal dat wij (en met name Amerikanen) altijd graag horen. Toch laat Junot Díaz zich niet zo gemakkelijk vangen. Het is eenvoudig om de steeds weer terugkerende tegenstellingen in zijn werk tegenover elkaar te plaatsen: VS-DR, tederheid-machogedrag, nostalgie-science fiction, realisme-fantasy, man-vrouw, keihard-subtiel. Maar Díaz maakt nooit een keuze tussen twee werelden, en blijft ook niet als een observator in het grensgebied staan.

Spanglish

Hij toont steeds weer aan dat deze tweedelingen in werkelijkheid door elkaar lopen. De door hem gehanteerde mix van Spaans en imperfect Engels (ook wel Spanglish genoemd) is niet de twijfelende taal van een moeizaam integrerende immigrant, maar de spreektaal waarmee hij opgroeide.

Ook in zijn nieuwe werk Zo raak je haar kwijt verleidt Díaz ons tot simpele gedachten over een gecompliceerde wereld. Net zoals in Drown koos de schrijver niet voor een bundel met korte verhalen of voor een roman, maar voor de tussenvorm van een verzameling losse, verbonden verhalen. Net als in Oscar Wao speelt hij met onze verwachtingen en met clichés. De hoofdpersoon is Díaz’ alter ego Yunior, die ook in zijn eerdere twee werken een prominente rol speelde. Yunior gaat vaak vreemd. Heel erg vaak. Wanneer zijn vriendin Magda erachter komt, maakt ze het niet direct uit en blijft hij wekenlang smeken om een nieuwe kans, terwijl zij steeds afstandelijker wordt. Een pijnlijke vakantie in de Dominicaanse Republiek betekent het einde van hun relatie en vormt de inleiding van een terugblik op Yuniors leven en de verschillende ingewikkelde soorten liefde die hij daarbij tegenkwam.

De liefde van een immigrante voor een hardwerkende man, de liefde van een dom mooi meisje voor een keiharde broer, de liefde van een moeder voor een stervende en koppige zoon, de liefde van een buurvrouw voor haar tienerbuurjongen. Met ‘Liefdeshandboek voor bedriegers’, het laatste verhaal, keren we terug in het heden, waarin Yunior weer door een vrouw wordt gedumpt vanwege zijn ontrouw. Dit keer betaalt hij een hoge prijs, en na vijf jaar lijden en leren schrijft hij de eerste pagina van een boek.

In eerste instantie lijken dit simpele, bekende verhalen. Maar bij Díaz is niets zo simpel als het lijkt, en net wanneer je je comfortabel denkt te kunnen voelen bij een veelbeproefd narratief, slaat hij je om de oren met een vreemd detail of onverwachtse wending. Alles voelt tegelijk bekend en nieuw, alsof een vriend je een goed verhaal vertelt.

Het onderwerp van het verhaal is vaak niet het echte onderwerp. Wanneer Yunior vertelt over zijn jeugdliefde Nilda, praat hij eigenlijk over zijn aan leukemie stervende broer. Meesterverteller Díaz weet voortdurend spanning op te bouwen door dingen weg te laten (de ex om wie gerouwd wordt in het laatste verhaal is zelf de grote afwezige), of kleine hints te geven naar wat komen gaat (die soms vals blijken).

Ook in de (onvertaalbare) stijl van Díaz zien we een tegenstelling. De verhalen lijken op het papier gekwakt in een woeste schrijfrazernij, zo rauw en ritmisch zijn de woorden. Maar de schrijver is juist een trage perfectionist, die zijn door hiphop geïnspireerde teksten voortdurend herschrijft, en aldus in zestien jaar drie boeken uitbracht. Díaz schrijft vaak in de tweede persoon, waardoor de verteller de personages (en zichzelf) direct aanspreekt en hij de betrokkenheid van de lezer vergroot. Hij gebruikt geen aanhalingstekens voor dialogen en lezers die het Spaans niet machtig zijn, hebben zo nu en dan pech.

Yunior is de ideale verteller voor deze verhalen, de gespierde intellectueel, de gevoelige straatjongen. We houden van hem en verlangen naar meer van zijn zachtheid, maar hij bedriegt ons vaak en keert zich dan weer vlug van ons af. De verhalen die het dichtst bij hem staan, zijn het sterkst. Die barsten van de jongensachtige speelsheid en bewijsdrang, de eenzaamheid van de jeugd, zijn eeuwige innerlijke strijd, de honger naar seks en, uiteindelijk, liefde.

Buurvrouw

In ‘Miss Lora’ ontroert Yunior ons met verhaal van de onwaarschijnlijke aantrekkingskracht tussen zijn tedere buurvrouw (en lerares op zijn school) en hemzelf (‘Miss Lora was te mager. Ze had geen heupen. En ook geen borsten, geen kont, zelfs haar haar stelde niks voor’). En net als hij komen we er pas later achter hoe fout deze relatie was. In ‘De Zon, de Maan en de Sterren’ vertelt Yunior dat hij bij de eerste keer dat hij vreemdging zich zo klote voelde, dat hij zijn vriendin vanuit het bed opbelde:

‘Ik vroeg of alles oké was met haar.

Wat klink je raar, zei ze.

Ik weet nog dat Cassandra die geile kutspleet van haar tegen mijn been aan drukte en dat ik zei: Ik mis je.’

Junot Díaz ontving louter lof in zijn thuisland Amerika, onlangs nog in de vorm van een MacArthur Genius Grant (een bedrag van 500.000 dollar). Hoewel de kwaliteit van zijn werk niet te ontkennen valt, is enig wantrouwen bij zoveel kritiekloze adoratie op zijn plaats. In de VS heeft men (zeker sinds de presidentsverkiezingen) de latino-gemeenschap ‘ontdekt’ en Díaz’ street credibility wordt omarmd door een segment van de Amerikaanse samenleving (de redacties van The New Yorker en The New York Times) dat daar niets van begrijpt.

Want Díaz is geen perfect schrijver. Zijn stijl is hypnotiserend en zijn stem is uniek, maar ook hij heeft zwakke momenten. In ‘Otravida, Otravez’, waarin Yunior zich de minnares van zijn vader voorstelt, is hij meer op dreef dan in het titelverhaal ‘Zo raak je haar kwijt’. Daar blijven de clichés vaak gewoon clichés en is er niet meer te zien dan Díaz ons laat zien. En dan begrijp je ook ineens waarom Díaz zo traag werkt en zo lang naar de juiste toon moet zoeken.

Junot Díaz blijft niettemin een van de menselijkste, fascinerendste en opwindendste schrijvers van de Amerikaanse literatuur. Hij werkt nu aan een apocalyptische science fiction-roman. Ik ben benieuwd.

    • Rutger Lemm