Tweede risicogen voor alzheimer ontdekt

Sander Voormolen

Mensen met een mutatie in het zogeheten TREM2-gen hebben een drie keer verhoogd risico om op latere leeftijd alzheimer te krijgen. Dat rapporteren twee onderzoeksgroepen deze week onafhankelijk van elkaar in het vakblad The New England Journal of Medicine.

Het TREM2-gen is de tweede grote erfelijke factor die een verhoogd risico geeft op alzheimer op latere leeftijd. Al in 1993 werd ApoE4 ontdekt als een belangrijke genvariant die het risico van een vervroegde dementie bepaalt, maar sindsdien zijn grote doorbraken op genetisch gebied uitgebleven. Wel zijn diverse zeldzame genvarianten ontdekt in families waar alzheimer al op jonge leeftijd optreedt, maar in de meeste gevallen is alzheimer een ziekte die zich pas na iemands 65ste openbaart.

„De risicodragende mutaties in TREM2 zijn veel zeldzamer dan die in ApoE4, maar het effect van dit gen is even groot”, zegt hoogleraar genetische epidemiologie Cock van Duijn van het Erasmus MC in Rotterdam, die betrokken was bij een van de studies. „ApoE4-mutaties komen voor bij 1 op de 6 mensen, TREM2 bij 1 op de 1000. Maar fouten in dit gen zijn kennelijk veel venijniger.”

TREM2 is een receptoreiwit op de buitenkant van veel soorten afweercellen, waaronder de zogeheten microglia-cellen in de hersenen. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor het opruimen van ‘rommel’ in de hersenen, die bijvoorbeeld ontstaat wanneer cellen afsterven. Als de TREM2-receptor niet goed functioneert, zou de rommel niet goed opgeruimd kunnen worden, schrijven twee onderzoekers in een begeleidend commentaar. Dat geeft dan een permanente ontstekingsreactie in het brein waardoor gezonde cellen beschadigd raken en eveneens afsterven.

Dat een ontsteking ten grondslag ligt aan alzheimer is wat onderzoekers „altijd al een beetje dachten”, zegt Van Duijn. „Rondom de eiwitplaques in hersenen van alzheimerpatiënten zagen we altijd al grote ontstekingen. Met deze vondst komen we dichter bij het ophelderen van het mechanisme daarvan.”