Tanen naar een lachje van Odysseus

Madeline Miller: Een lied voor Achilles. Vert. Robert Neugarten. Meulenhoff, 368 blz. € 19,95 **

Achilles zonder zijn karakteristieke hiel, maar met een homoseksuele sensibiliteit, ranke heupen, groene ogen en goudblond haar. Dat is de visie op de antieke held van classica Madeline Miller in haar debuutroman Een lied voor Achilles – waar ze de Orange Prize 2012 voor kreeg. Ze werd er in Groot-Brittannië om bejubeld en haar boek werd een bestseller. Miller had de halfgod uit de Ilias menselijk gemaakt: de jongen die op zijn 17de al te horen kreeg dat hij naar Troje moest om te vechten, wetende dat hij er ook zou sterven. En wat nog aantrekkelijker werd gevonden: ze deed dit hele verhaal vanuit de – voor de literatuur altijd weer aantrekkelijke – positie van de tweede man, Patroclus. Deze vriend van Achilles heeft bij Homerus slechts een bijrol, terwijl diens dood de reden was voor de wrok van Achilles. Reden voor Miller om hem de hoofdrol te geven.

Het resultaat is een verhaal dat leest als een trein. Het houdt het midden tussen ‘alles wat je van Achilles wilde weten, maar nooit durfde te vragen’ en een aflevering uit een homo-bouquetreeks.

Miller heeft e en grote kennis van de klassieken. Ze strooit achteloos met namen en gebeurtenissen zonder dat het ooit in loze namedropping ontaardt. Vrij eenvoudig weet ze je mee te nemen in de wereld van Homerus en er haar interpretatie aan toe te voegen. De strijd om Achilles tussen zijn moeder en Patroclus maakt deze figuren menselijk en herkenbaar.

Dat zal ook de reden zijn dat Miller op zoek ging naar de reden van Achilles’ wrok. Waarom was hij zo buitensporig verdrietig om de dood van Patroclus? Volgens Miller niet omdat de twee gewoon bevriend waren maar, zoals Plato ook al suggereerde, omdat ze homo waren. Jammer is dan wel weer dat de liefde tussen de twee haast bovenmenselijk wordt afgeschilderd. Soms is er een beetje jaloezie, maar de trouw tussen de twee is enorm. Patroclus volgt zijn vriend overal en zet alles in het werk om de reputatie van Achilles te redden. Dat maakt het tot een vrij vermoeiende liefde.

En mocht de lezer desondanks toch nog zijn twijfels hebben, dan zet Miller Patroclus’ gedachten cursief: ‘Ik zal hem nooit verlaten.’ Dat moet waarschijnlijk verdieping suggereren, maar het maakt het verhaal zo plat als een dubbeltje.

Interessanter zou het bijvoorbeeld zijn geweest wanneer Miller meer had geschreven over reacties van de buitenwereld. Nu is er soms wat verbazing, een teleurgesteld prinsesje dat ook taande naar die gouden haren van Achilles of een schalks lachje van Odysseus, maar meer ook niet.

Terwijl die twee jongens tussen al die militairen tien jaar lang voor Troje liggen. Daar moet meer van te maken zijn geweest. Nu blijft Millers boek hangen tussen een soort doktersroman (Patroclus ontpopt zich tot behendig chirurg), waarbij de vraag niet is: krijgen ze elkaar, maar: wanneer komen ze van elkaar af.

Madeline Miller treedt op 17/11 ’s avonds op tijdens Crossing Border in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. www.crossingborder.nl