Onbevangenheid vergroot kans dat placebo tegen pijn werkt

Een neppilletje tegen de pijn werkt beter bij mensen die een veerkrachtige persoonlijkheid hebben, onbevangen denken en onbaatzuchtig zijn. Mensen met een boze, vijandige houding naar de buitenwereld zijn met een placebo eerder geneigd pijn te voelen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Jon-Kar Zubieta van de University of Michigan gisteren in het wetenschappelijke blad Neuropsychopharmacology.

De onderzoekers legden vijftig gezonde proefpersonen twee keer anderhalf uur in een PET-scanner, de ene keer met een suikerpilletje waarvan gezegd was dat het een pijnstiller was en de andere keer zonder iets. Tijdens de scan kregen de vrijwilligers twee keer een injectie met een zoutoplossing in hun kaakspieren via een van tevoren ingebrachte naalden. De ene keer werd een isotone zoutoplossing geïnjecteerd (pijnloos), de andere keer een geconcentreerde oplossing (pijnlijk). De volgorde was willekeurig en de proefpersonen wisten niet wat zij wanneer toegediend kregen.

Op deze manier konden de onderzoekers objectief bepalen wat het verschil in reactie in de hersenen was met en zonder placebo. Het suikerpilletje hielp soms tegen de pijn, en bleek sterk samen te hangen met de persoonlijkheid van de proefpersoon zoals die tevoren met testjes bepaald was. Mensen die rapporteerden mét placebo minder pijn te voelen, lieten in hun hersenen een reactie zien die wees op onderdrukking van de pijnregistratie. Ook in hun bloed werden tijdens het experiment lagere concentraties van het stresshormoon cortisol gemeten. Een onbevangen grondhouding van proefpersonen kon een kwart van de variatie in placebowerking verklaren.