Nee, wij zijn écht geen spindoctors

Buiten Den Haag kent niemand ze: de politiek assistenten. Het ‘schaduwlegertje van Rutte II’ opereert achter de schermen.

Nederland. Den Haag, 17 augustus 2011. Annelies Pleyte, politiek assistent van premier Mark Rutte. Tweede Kamer, pleniar debat met minister Jan Kees de Jager van Financien en minister-president Mark Rutte inzake Eurozone pakket voor Griekenland. Foto : Martijn Beekman Martijn Beekman/Hollandse Hoogte

Politieke verslaggevers

Den Haag. Een rechtenstudent uit Groningen. Twee voormalige lobbyisten. Een vakbondsadviseur. Een handjevol fractiemedewerkers. Zij mogen zich sinds vorige week allen ‘politiek assistent’ van een minister in het kabinet-Rutte II noemen.

Buiten Den Haag kent niemand ze. Maar de ‘PA’s’, zoals ze op het Binnenhof heten, zijn een belangrijke pion in het politieke spel. Ze adviseren de minister over debatten in de Kamer. Ze praten de eigen fractie bij over wat de minister van plan is. Ze peilen de stemming bij oppositie. En hoewel ze protesteren als je ze ‘spindoctor’ noemt, praten ze wel graag met journalisten. Om ‘de beeldvorming’ van hun minister te bewaken.

Zulke ‘verbindingsofficieren’ zijn geen overbodige luxe voor een kabinet zonder meerderheid in de senaat, dat veel pijnlijke bezuinigingen moet doorvoeren en in een heftige politieke storm is beland. Sterker, ze kunnen weleens van wezenlijk belang zijn voor deze coalitie.

Wie zijn de PA’s van dit kabinet?

Aan het schaduwlegertje van Rutte II valt één ding meteen op: de twee regeringspartijen hebben hun rekrutering anders aangepakt. De VVD-ministers werken bijna allemaal met jonge, tamelijk bescheiden assistenten die terughoudend zijn in hun mediacontacten. Het merendeel was al PA in Rutte I. Zo blijft Bente Becker bij minister Henk Kamp en staat Rolinde Weide minister Schultz weer bij. De nieuwe minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, heeft fractiemedewerker Liesje Schreinemacher meegenomen.

Bij de PvdA daarentegen hebben ze gekozen voor ervaren partijgangers die al jaren meelopen in verschillende functies. Zo trekt minister Dijsselbloem (Financiën) vanaf nu op met Sherlo Esajas, die perswoordvoerder was van Wouter Bos en PA van staatssecretaris Sharon Dijksma. Minister Bussemaker (Onderwijs) gaat aan de slag met Jeroen van Berkel, jarenlang de steun en toeverlaat van Ahmed Aboutaleb. Esajas en Van Berkel werkten de afgelopen jaren als lobbyist op het Binnenhof.

Bij Simone van Geest, de politiek assistent van minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel/Ontwikkelingssamenwerking), komen veel lijntjes samen. Van Geest was Ploumens woordvoerder toen ze nog partijvoorzitter was; het afgelopen half jaar werkte ze voor partijvoorzitter Hans Spekman. Ze is getrouwd met Tino Wallaart, die op zijn beurt werkte als politiek assistent van Ronald Plasterk en als woordvoerder van minister Cramer (Milieu).

De PA’s komen liever niet met hun naam in de krant. Hoe minder bekend bij het grote publiek, hoe beter ze hun werk kunnen doen. Toch lukt dat niet altijd. De bekendste PA van het Binnenhof, Jack de Vries, onderhield in zijn tijd bij CDA-premier Balkenende warme contacten met de pers. Zó warm, dat hij de bijnaam ‘Jack het Lek’ verwierf. Maar op een gegeven moment werd De Vries zelf te bekend om nog rustig in de coulissen te kunnen opereren. Daarop verliet hij zijn post.

De politiek assistent is vaak de enige echte vertrouweling van een minister op een departement: ambtenaren en voorlichters stellen zich meestal neutraal op. „Iemand die je ongezouten de waarheid durft te vertellen, is dan waardevol”, zegt een oud-PA. Politiek assistenten worden ook gebruikt „om stoom tegen af te blazen”, zegt een oud-PA. „De mediadruk is enorm met alle sociale media. Tijdens een debat word je door Kamerleden afgemaakt op Twitter. Dan is het prettig als je een vertrouwd iemand naast je hebt.”

PA’s zijn een bijzonder soort ambtenaar. Ze zijn in dienst en worden betaald door het ministerie, maar zijn tegelijkertijd ‘van de partij’. Als een minister aftreedt, blijven de ambtenaren op hun post, terwijl de politiek assistent verdwijnt.

Het maakt hen tot eenzame figuren binnen een ministerie. Goede contacten met ambtenaren zijn waardevol, maar die zien hen vaak als indringer. „Je speelt regelmatig advocaat van de duivel”, zegt een andere oud-PA. „Bijvoorbeeld door te vragen: wat denk je dat er gebeurt als dit zo in de krant wordt gezet?”

De rol van PA’s is belangrijker geworden sinds de ‘oekaze van Kok’: de verordening van oud-premier Wim Kok dat Kamerleden geen direct contact mogen onderhouden met ministeries. Sindsdien worden vragen van Kamerleden aan ambtenaren door PA’s afgehandeld. De PA is een relatief nieuw verschijnsel. Pas in 1994, onder het eerste paarse kabinet, werd de functie geformaliseerd. Alleen de premier en twee vicepremiers hadden toen een politiek assistent. Tegenwoordig heeft bijna elke minister of staatssecretaris er eentje.

Tijdens Balkenende IV speelden PA’s een grote rol in de loopgravenoorlog tussen CDA en PvdA, die uiteindelijk zou leiden tot de val van het kabinet. PvdA’ers als Tino Wallaart en Sherlo Esajas konden volstrekt niet overweg met Jeroen de Graaf, de opvolger van Jack de Vries als PA van Balkenende. Hij verdacht hen van lekken uit de ministerraad. Zij verdachten hem ervan de rijksrecherche op hun dak te hebben gestuurd.

De PA’s zelf vinden het wel meevallen met hun invloed. Goed, ze zitten dicht op de macht en horen veel. Ze kunnen kleine toezeggingen doen aan Kamerleden of iets aan de toon van de minister veranderen. Maar hoe belangrijker het onderwerp, hoe minder hun invloed – zeggen ze. „Ik voer het debat niet, ik sta de media niet te woord”, zegt een oud-PA. „Als het niet goed gaat, kun je dat de PA niet aanrekenen.”