Nederlandse banken financieren sloop ‘vuile’ zeeschepen

Nederlandse banken zijn betrokken bij de financiering van sloop van zeeschepen in ontwikkelingslanden, waar op grote schaal de hand wordt gelicht met arbeidsvoorwaarden en milieurichtlijnen. Bij financiering van scheepsbedrijven controleren banken onvoldoende of bij de sloop aan het einde van de levenscyclus van schepen, voldoende waarborgen zijn ingebouwd om dat ecologisch en arbeidsvoorwaardelijk fatsoenlijk te laten verlopen.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Nederlandse bankgroepen en scheepsslopen’ dat is uitgevoerd door de FNV, Oxfam Novib, Amnesty International en IKV Pax Christi. Nederlandse banken investeerden in 46 scheepvaartbedrijven, die de laatste vijf jaar ten minste 343 schepen lieten slopen in Bangladesh, China, India en Pakistan. Het gaat om ABN Amro, Friesland Bank, ING, NIBC en Rabobank. De banken screenen de bedrijven weliswaar op duurzaamheid bij de financieringsaanvraag, maar onderzoeken onvoldoende wat er met de schepen gebeurt als hun levenscyclus beëindigd is.

In Bangladesh, India en Pakistan wordt vaak de beaching-methode toegepast, waarbij schepen het strand worden opgevaren en vervolgens gesloopt. Volgens de onderzoekers komen daarbij veelal giftige stoffen vrij die zowel zee als strand vervuilen. Werknemers lopen gezondheidsrisico’s, onder meer omdat asbest in stukken moet worden gezaagd. Afspraken over salaris of werktijden zijn er nauwelijks.

Sloop van grote zeeschepen is steeds vaker aan de orde vanwege de overcapaciteit ervan in de wereldhandel. Banken moeten volgens de onderzoekers zeevaartbedrijven actiever aanspreken op hun vlootbeheer, zowel tijdens als na hun levenscyclus. In jaarverslagen moeten banken aangeven hoe zij ervoor gezorgd hebben dat bij investeringen in scheepvaartbedrijven, garanties zijn vastgelegd over verantwoord slopen.