Met welk spel kom je al schietend deze herfst door?

Game

Halo 4

343 Industries

Xbox 360 ***

Game

Call of Duty: Black Ops 2

Treyarch

Xbox 360, PlayStation 3, Windows, Wii U ****

De populairste schietspellen komen op een of andere manier in paren. Eind 2012 gaat alle aandacht naar sciencefictiongame Halo 4 en oorlogsgame Call of Duty: Black Ops 2, dat zich afspeelt tijdens de Koude Oorlog en in 2025. Financieel succes staat al vast, zelfs al voordat ze in de winkel lagen werden ze massaal verkocht.

De nummers in de titels zijn misleidend: voor beide reeksen staat de teller eigenlijk al rond de tien. Met vermoeide soldaten op de verpakkingen liggen cynische opmerkingen over sequelitis dan ook op de loer. Terecht, als je kijkt naar de online multiplayer. Daar zijn de wijzigingen in de spelregels minimaal, waarschijnlijk uit angst om trouwe groepen spelers te verliezen.

Hetzelfde geldt voor de spelmechanische werking. Beide games hebben dezelfde voor- en nadelen als voorheen. Call of Duty beweegt vloeiender en preciezer, Halo heeft exotischer wapentuig. Door weidsere buitenlocaties biedt Halo meer ruimte voor beweging en planning, maar daarmee offert het de urgentie en alertheid op die Call of Duty zo spannend maken.

Ook in toon en taal is weinig veranderd. Halo begeleidt zijn actie nog steeds met Gregoriaans gezang, Call of Duty doet het met pompende beats. In Halo fluistert een vrouwelijk hologram je naar je volgende missie, in Call of Duty grommen kerels: „Get the fuck out of there!” Halo ademt dus gewichtigheid, terwijl Call of Duty banaliteit schreeuwt. Maar als je deze nieuwe afleveringen speelt, blijkt het contrast een stuk minder schematisch te zijn geworden.

Zo lijkt Halo moeite te hebben om een boeiende plot te construeren binnen zijn intergalactisch decor. Leidend is de relatie tussen een ruimtemarinier en zijn rondborstige artificiële hulpje. In de romantische, maar seksloze scènes tussen held en hologram ligt een zekere tragiek, al zullen de makers dat niet zo hebben bedoeld. De missie zelf blijkt niet meer dan een reddingsoperatie, geforceerd gedwarsboomd door buitenaardse wezens als knalvoer.

Nog merkwaardiger is dat er in het eerder zo platte Call of Duty zowaar aandacht is besteed aan spanningsboog en karakterontwikkeling. Het verhaal is nog steeds campy, patriottisch en melodramatisch, maar er is nu een overtuigend lijntje over de invloed van ‘landsbelang’ op de relatie tussen vader en zoon: het spel laat zien hoe geweld leidt tot meer leed.

Dat maakt Call of Duty verrassend genoeg de betere van de twee grote najaarsschietspellen, al is dat met name te danken aan de schrijvers en stemacteurs.