Maar waar is die Nadal toch?

Vanaf vandaag strijden Spanje en Tsjechië om de Davis Cup. Spaanse topper Rafael Nadal is al maanden buitenspel. Betonnen banen breken hem op.

Spain's team captain Alex Corretja poses with his players David Ferrer, Nicolas Almagro, Marcel Granollers and Marc Lopez (L-R) after the draw for the Davis Cup final in Prague November 15, 2012. Czech Republic will face Spain in the Davis Cup final on Friday. REUTERS/David W Cerny (CZECH REPUBLIC - Tags: SPORT TENNIS) REUTERS

Redacteur Tennis

Rotterdam. De stormachtige carrière van Rafael Nadal, de beste tennisser ooit op gravel, is een verhaal van vroegrijpe oerkracht. Met het risico op zelfdestructie. Nooit was er een tiener met meer ATP-toernooizeges dan hij: elf. Nooit was er een 23-jarige met meer ATP Masters-zeges, de meest prestigieuze toernooien na grandslams, dan hij: achttien. En nooit was er een jongere proftennisser met een Career Grand Slam – alle vier grandslamtitels in een loopbaan – dan hij, toen hij in 2010 de US Open won. Nadal was 24 jaar.

Naast de stilist Roger Federer, volgens velen de beste tennisser aller tijden, veroverde Nadal met zijn slopende krachttennis een plek in de geschiedenisboeken. Maar waar de altijd fitte Federer toonbeeld is van gelijkmatigheid – hij miste vanaf 2000 geen grandslamtoernooi – maakte de intussen 26-jarige Nadal dit jaar voor de derde keer hardhandig kennis met de grenzen van zijn fysiek.

Bij de Davis-Cupfinale tussen Spanje en Tsjechië in Praag dit weekend is hij de grote afwezige. Hij stuurt al maanden via Facebook afmelding na afmelding de wereld in. En altijd met spijtbetuiging.

Waar is Nadal? „Elke dag in de fitnesszaal, thuis op Mallorca”, zegt zijn woordvoerder Benito Pérez-Barbadillo over de telefoon. „Allemaal zonder racket. Rafa is keihard aan het werk om zijn knie er bovenop te helpen. Dat kost tijd.” Zijn linkerknie, specifieker: een pees aan de knieschijf, is ontstoken. Op de tennisbaan staat hij nog niet en hij reist ook niet naar Praag af om het Spaanse team aan te moedigen. „Zijn herstelprogramma is heel intensief, daar kan hij niet te veel van afwijken”, zegt Pérez.

Als hij inderdaad zoals gepland eind december in Abu Dhabi zijn rentree maakt, heeft hij een half jaar competitie gemist. Een eeuwigheid voor een toptennisser. Nadal is inmiddels afgezakt naar plaats vier op de wereldranglijst. Hij won in juni voor de zevende keer op het gravel van Roland Garros en brak daarmee opnieuw een record. Maar de roofbouw op zijn lijf eiste zijn tol. Sinds zijn uitschakeling in de tweede ronde van Wimbledon tegen de Tsjech Lukas Rosol kwam Nadal niet meer in actie. Zichtbaar vermoeid zei de Spanjaard in de persconferentie na die vijfsetter dat hij het „misschien wat rustiger aan” moest doen.

Een seizoen duurt steevast te lang voor Nadal. Nooit won hij de World Tour Masters, de traditionele afsluiting van het seizoen, en pas één keer haalde hij de finale van dit officieuze WK. Maar Nadal opgebrand? Een vroegtijdig einde van zijn carrière? „Geen dokter heeft me ook maar iets gezegd dat daarbij in de buurt komt”, zei hij tegen de Spaanstalige CNN.

Voor een deel zijn het oude problemen aan de knieschijf. Pérez: „Wat wel nieuw is, is het Hoffa-syndroom”, een aandoening van het vetlichaam áchter de knieschijfpees. Het klinkt weinig opbeurend, al liet zijn arts weten dat hij de pees vaak volledig heeft zien herstellen – zonder operatie.

Het is niet de eerste chronische blessure van de Spaanse toptennisser. Nadal heeft al vanaf zijn late tienerjaren last van een voet door een aangeboren afwijking aan het zogeheten scheepvormige been. Toen dit ernstig opspeelde, enkele maanden na zijn eerste overwinning op Roland Garros in 2005, moest hij vrezen voor zijn carrière. Een specialist in Madrid wist echter raad en sindsdien speelt hij met een aangepaste schoenzool. Maar altijd met pijn.

In 2009, het jaar waarin hij ‘zijn’ Roland Garros niet won, speelden zijn knieën voor het eerst op. Het zou aan zijn harde, fysieke spel liggen, zo werd gespeculeerd. Rust nemen bleek niet genoeg. Na maanden kwakkelen besloot zijn medische begeleiding tot een therapie met verdovende knie-injecties waarmee, schreef Nadal in zijn autobiografie Rafa, „het probleem niet alleen zou verdwijnen, maar ook nooit meer terug zou komen”.

Op Roland Garros in 2010 was hij weer helemaal de oude en hij won ook Wimbledon en de US Open in dit superjaar. Alles weer in orde, zo leek. Toch valt aan zijn erelijst sindsdien op dat Nadal in oktober 2010 in Tokio zijn laatste toernooi won op een andere ondergrond dan zijn favoriet gravel. Tennissen op hardcourt is dan ook een marteling voor de kwetsbare Mallorcaan. „Het is zwaar voor mijn knieën, mijn voeten, eigenlijk alle gewrichten”, zei hij in een interview met CNN.

Nadal wees erop dat zes van de negen Masterstoernooien en twee van de vier grandslams op beton zijn. Ambitieuze spelers kunnen het zich dus niet permitteren gas terug te nemen op de hardste ondergrond. Maar Nadal overweegt dat toch te doen. „Mijn prioriteit is een lange loopbaan. Als het betekent dat ik iets zal zakken in de ranking, maar mijn loopbaan wordt daardoor verlengd [...] dan kan het een optie zijn”, zei hij tegen CNN.

Zijn pr-agent Pérez hoopt vooral dat de sport zich aanpast. „Tennis is de enige sport waarbij de ondergrond in de loop der jaren niet spelersvriendelijker is geworden, integendeel. Bij tennis heb je nu meer hardcourt dan vroeger. Die ontwikkeling druist in tegen de bevordering van de gezondheid van de spelers.” In het bijzonder die van Rafael Nadal.

    • Bart Hinke