Kinderen die niet mochten bestaan

De indrukwekkende speurtocht van Guus Luijters naar foto’s van in WO II omgebrachte Joodse kinderen blijft materiaal opleveren. Een Addendum met 700 foto’s is nu verschenen.

Gert Laufer, het jongetje op de foto bij dit stuk, is niet ouder dan drie jaar geworden. Op 4 september 1944 werd hij vanuit Westerbork op transport gesteld naar Theresienstadt en van daar doorgedeporteerd naar Auschwitz. Op 8 oktober is hij daar vermoord. Totdat zijn nicht Ellen-Roos Bücker uit Amstelveen zich met zijn foto bij Guus Luijters meldde, was het alsof dit kind nooit had bestaan. Gert behoorde tot de bijna 18000 uit Nederland gedeporteerde en vermoorde joodse, Roma en Sinti kinderen van wie de nazi’s ieder spoor hadden willen uitwissen. Mede dankzij de inspanningen van Guus Luijters en Aline Pennewaard is dat niet gelukt.

In hun begin dit jaar verschenen boek In Memoriam publiceerden zij, gerangschikt naar transport, de namen van de vermoorde kinderen. Van drieduizend slachtoffers achterhaalden ze foto’s, die op een drukbezochte tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief werden geëxposeerd. Honderden mensen, op zoek naar hun verdwenen familieleden, buurkinderen of klasgenootjes, wisselden informatie uit en droegen nieuwe foto’s aan, die ter plekke aan de expositie werden toegevoegd. In totaal kwamen er zevenhonderd foto’s bij van vermoorde kinderen, geboren tussen 15 juli 1924 en 13 september 1944. Hun portretten zijn nu opgenomen in Addendum, een hartverscheurend monument waar je niet met droge ogen naar kunt kijken. We zien jongens en meisjes die voor hun achttiende uit Nederland zijn weggevoerd, onder wie baby’s en peuters zoals Gert Laufer, vrolijk lachend aan de vooravond van hun dood.

Van het peutertje Gert Laufer ontbrak niet alleen een foto in In Memoriam, ook zijn naam staat er niet in vermeld. Dat komt doordat hij behoorde tot de 719 kinderen die van Theresienstadt naar Auschwitz zijn doorgedeporteerd. Van hun overlijden is nooit een verklaring afgegeven, hun namen zijn niet in de Staatscourant gepubliceerd. Luijters achterhaalde in In Memoriam dat 463 van deze kinderen zijn vermoord. In Addendum komen daar de namen van nog eens 31 slachtoffers bij, onder wie Gert Laufer en zijn zusje Edith. Zelfs familielid Ellen Roos Brücker heeft nooit van het bestaan van dit meisje geweten, laat staan van haar dood in Auschwitz. Van dit kind waren – zoals de nazi’s zich ten doel stelden – letterlijk alle sporen uitgewist. „Ze mochten simpelweg niet hebben bestaan”, zegt Guus Luijters, maar door In Memoriam en Addendum hebben de vermoorde kinderen niet alleen een naam gekregen, maar velen van hen ook een gezicht.

Een kleine vierduizend foto’s zijn inmiddels achterhaald en gepubliceerd. Bij elke foto horen verhalen met nieuwe, vaak schokkende maar ook ontroerende informatie. Het verhaal van Gert Laufer begint in 1939. Zijn vader, Fritz Laufer, een na de Kristalnacht uit Duitsland gevluchte Jood, belandde al in 1939 in Westerbork waar hij Franziska Schick ontmoette. Ze trouwden in het kamp en kregen er twee kinderen. Gert werd geboren op 5 mei 1941, zijn zusje Edith Ines op 21 oktober 1942. Het fotootje van Gert met zijn ouders werd vanuit Westerbork als briefkaart verstuurd naar grootvader Laufer in Wenen, waar Ellen Roos-Brücker het in zijn nalatenschap aantrof. Aan de afzender, barak 45 Westerbork, ontleende Guus Luijters de informatie dat de Laufers als ‘oudste kamp ingezetenen’ tot de ‘elite’ van Westerbork behoorde en er vanuit gingen dat ze niet op transport gesteld zouden worden. Waarom dat in 1944 toch gebeurde, is voor de onderzoekers vooralsnog een raadsel. Ook Ellen Roos Brücker kan er niets over zeggen. Zij hoorde dankzij de naspeuringen van Luijters voor het eerst dat Gert Laufer een zusje had en dat beide kinderen met transport 101 naar Theresienstadt zijn gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.

In Addendum staan honderden foto’s van baby’s, peuters, kleuters, schoolkinderen en tieners, vaak kinderen uit één gezin, van wie we niet wisten dat ze ooit hebben bestaan en over wie nu de verhalen loskomen. Bij de presentatie van Addendum, afgelopen weekend, doken weer nieuwe foto’s en herinneringen op. Mensen brachten door weggevoerde buren in bewaring gegeven spullen mee die ze nooit hadden kunnen teruggeven. Dankzij In Memoriam en de gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdams Gemeente Archief waren ze op het spoor gekomen van nabestaanden. Iemand die al heel lang een geboortebeker in bezit had, ontdekte wie de wettige eigenaar was en kon hem na zeventig jaar teruggeven.

Guus Luijters kan dus tevreden zijn. Maar hij is dat niet. „Veertienduizend vermoorde uit Nederland gedeporteerde kinderen hebben nog altijd geen gezicht. Ook van hen moeten er foto’s zijn. Neem alleen al de klassenfoto’s die in de jaren ’30 en ’40 zijn gemaakt. Het kan niet anders dan dat daar verdwenen kinderen op staan.”

Uiteraard hoopt hij dat deze foto’s te voorschijn komen, zodat ook Addendum weer een vervolg kan krijgen.

Guus Luijters en Aline Pennewaard: In Memoriam - Addendum. 142 blz. Nieuw Amsterdam, €14,95.