Column

‘Kerk’

Op de website was het tof aangekondigd als ‘Kerk’ – tussen aanhalingstekens, want wel ironisch, duh.

Trendy types kwamen zondag in Amsterdam naar een „onconventionele viering met rappers, zangers en schrijvers” over „bezieling en bezinning” in De Nieuwe Liefde. Initiatief van een campagnestrateeg (Erik van Bruggen van BKB), een tv-presentator (Arie Boomsma) en een hiphopplatenbaas (Kees de Koning).

Of nou, trendy: een paar grachten verderop begon een uurtje eerder weer een goed bezochte ‘Preek van de Leek’: voor het vijfde seizoen beklimmen opiniemakers de kansel om „vanuit hun persoonlijke drive” te spreken – idee van de Protestantse Kerk Amsterdam.

In een zwarte suburb van Washington, District Heights, bezocht ik eens op zaterdagochtend een kerk in een supermarkt. In een vestiging van Giant aan de rand van de stad schoof een dominee op stilettohakken een gospel-cd in een boombox: recht tegenover de afdeling groente en fruit.

Bij de Protestantse Kerk in Nederland vertrekken jaarlijks 50.000 leden. Vorige week kondigden ze er daarom aan de komende jaren de „grootste financiële investering” te doen in honderd „pioniersplekken”. Iedereen met een idee voor „nieuwe vormen van kerk-zijn” kan zich melden.

Ik belde Hans van Ark, hoofd van het missionaire werk, maar die functie heet daar tegenwoordig ‘programmamanager’. „Je kunt niet zomaar meer altijd voor iedereen kerk zijn”, zei Van Ark.

Onderzoeksbureau Motivaction verdeelde Nederland een paar jaar geleden al voor de Protestantse Kerk in ‘mentality-milieus’, zoals ‘moderne burgerij’ en ‘opwaarts mobielen’. Kerken vullen lijkt een zaak van microtargeting te worden: elke doelgroep zijn eigen geloofsomgeving.

Van Ark vertelde over zeven pioniersplekken die er al zijn, zoals een „heel bloeiende” op IJburg, met woonruimte voor gescheiden vaders die niet te ver van hun kinderen willen wonen. Of het nieuwerwetse klooster dat onlangs opende in Jorwert: „een plek voor onthaasting en mindfulness” , bedoeld als „een dijk” tegen druk modern leven.

In die boodschappenkerk in District Heights liepen klanten met winkelwagen en al binnen voor een kort, heftig gebed: de dominee hield handen vast, masseerde hier een rug, daar een nek en zij bad wat de mensen vroegen, tot de tranen van opluchting over hun wangen stroomden: Hallelujah, thank you Lord. Waarna de klant een tissue kreeg, tien of twintig dollar in een kistje achterliet, en opgeknapt verder winkelde.

De voornaamste pioniersplek van de Protestantse Kerk Nederland wordt een virtuele kerk, via www.mijnkerk.nl. Daar kunnen mensen over een jaar 24 uur per dag terecht om een virtueel kaarsje aan te steken, of troost te vinden bij een internetpastor. Ieder voor zich.

De Protestantse Kerk noemt deze nieuwlichterij „een theologische en ecclesiologische doordenking van kerk-zijn in de huidige samenleving”. Ik noem het: de boodschappenkerk.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Christiaan Weijts.