In minder dan 10 minuten staat de binnenplaats in lichterlaaie

Zeventig miljoen euro schade veroorzaakte de enorme brand bij chemicaliënbedrijf Chemie-Pack op5 januari 2011. Deze maand stond de top van het bedrijf voor de rechter. Hoe kon de ramp gebeuren? Een reconstructie.

5 januari 2011. Brandweerlieden overleggen bij Chemie-Pack, dat in vlammen opgaat. Foto Joyce van Belkom

Het wordt een „ontzettend rustige” dag, verwacht productieleider Ralph O. van Chemie-Pack. Om zeven uur ’s ochtends is hij op het industrieterrein Moerdijk. Het is de eerste week van het nieuwe jaar, de tweede week van de kerstvakantie. Algemeen directeur Gerard S. is op wintersport in Oostenrijk. Bij Chemie-Pack liggen orders klaar, maar geen grote haastklussen, voor zover O. zich later in de rechtszaal kan herinneren. Doodgewone werkzaamheden staan op het programma, uit te voeren door medewerkers die het chemicaliënbedrijf goed kennen. Er is weinig verloop bij het bedrijf, veel mensen werken er al twintig jaar of langer.

Veiligheidsmanager Hans de K. is er om acht uur. De voormalige beroepsmilitair moet onder meer zorgen voor vergunningen en dat er veilig wordt gewerkt, dat wil zeggen: volgens de instructies. Enig „verbaal geweld” is hem daarbij naar eigen zeggen niet vreemd. Hij heeft die ochtend een rondje over het bedrijf gemaakt. Hij heeft een stoomketel in werking gesteld, waarmee een verwarmingscontainer wordt bediend. Daarin worden kleinere plastic containers opgewarmd, zodat de inhoud makkelijker kan worden verpompt. Hij heeft die ochtend ook de pomp gezien die al een paar jaar op het buitenterrein staat. Daarmee worden vloeistoffen uit tankwagens naar binnen gepompt. Ook worden er wel harsen mee overgepompt. Een aantal werknemers van Chemie-Pack weet dat onderdelen van die pomp op een koude dag als deze kunnen bevriezen en dat je dan moet stoppen met pompen. De K. heeft daar ooit wel eens iets over gehoord. Na de lunch heeft hij in zijn kantoor nog een gesprek gevoerd met Ralph O. Hij wil net vertrekken naar de andere vestiging van Chemie-Pack, in Roosendaal, als hij iemand hoort schreeuwen dat er brand is.

De ochtend van de brand staan op de binnenplaats van Chemie-Pack vele tientallen plastic containers, zogenoemde IBC’s. Containers met hydrosol. Vaten met ferroceen en tolueen. Ze staan daar omdat ze net zijn afgeleverd. Omdat ze die dag worden bewerkt. Of omdat ze binnenkort door de klant worden opgehaald. Volgens sommige werknemers staan er soms ook containers waarvan de inhoud te zeer stinkt om ze binnen te houden. De toezichthouders van de gemeente Moerdijk hebben er nooit echt moeilijk over gedaan. Eén keer is opgemerkt dat het wel wat vol begon te raken.

Dik Spiering, een neef van de directeur, werkt al meer dan een kwart eeuw bij het bedrijf. De laatste jaren is hij commercieel medewerker. Die dag vervangt hij een collega en fungeert hij als productiechef van de vloeistofruimte. Hij laat die ochtend een lading xyleen overpompen, buiten de vloeistofruimte, onder een overkapping. Xyleen is een stof met een vlampunt onder de 40 graden Celsius. Zulke stoffen mogen alleen binnen worden verpompt. Maar volgens Dik is binnen geen ruimte. „Ik nam aan dat dat mocht”, zegt hij in de rechtszaal.

Politieagent

Anderen vinden dat onbegrijpelijk. „Het was niet de juiste plek”, zegt Gerard S. Zijn veiligheidsmanager: „Als ik dat had gezien, had hij een probleem gehad. Maar ja, ik ben geen politieagent. Ik kan niet iedereen controleren.”Aan het eind van de ochtend zet Dik Spiering alvast de opstelling klaar van een volgende klus: het overpompen en mengen van twee harsen. Buiten.

Direct na de lunchpauze begint productiemedewerker Mohamed Abdellati met die klus. Makkelijk gaat het niet. De hars is ondanks de opwarming in de container stroperig en de pomp is koud. Het pompen stokt. Abdellati grijpt een gasbrander die is bedoeld om verpakkingsfolie mee te krimpen. Hij richt de brander op de membraanpomp om deze te ontdooien. Hoe lang hij dat doet, is niet duidelijk. Volgens een heftruckchauffeur staat hij er om twee uur mee te zwaaien en een half uur later opnieuw. „Ben je wel goed bij je hoofd!”, roept de chauffeur naar eigen zeggen. Maar Mohamed heeft het anderen ook zien doen, hij zegt er zelfs opdracht voor te hebben gekregen. Anderen ontkennen dat. Ze noemen de verklaringen van Abdellati „leugenachtig”. Hoe dan ook, volgens Abdellati moet het werk snel af. En trouwens: hoe sneller je werkt, hoe meer je kan verdienen. Wie snel werkt, krijgt een bonus die wekelijks wordt uitbetaald. Het gehannes met de gasbrander leidt tot vlammen, misschien doordat de lekbak van de pomp nog enkele liters xyleen bevat. Met deze gevaarlijke stof wordt de pomp doorgaans ook schoongemaakt, op advies van een klant. De vlammen in de pomp slaan over naar de tientallen plastic containers op enkele meters afstand. Containers vol brandbare, gevaarlijke stoffen.

De blusapparatuur van Chemie-Pack is bedoeld voor branden die binnen ontstaan. Er is een geavanceerde schuimblusinstallatie die de opslagloodsen afsluit en onder een dikke laag schuim kan zetten. Maar binnen is geen brand. Het calamiteitenplan houdt geen rekening met brand die uitbreekt op de binnenplaats. Veiligheidmanager Hans de K. stelt de schuimblusinstallatie toch in werking. Hij pakt een brandblusser, richt op de pomp en denkt dat het vuur is gedoofd. „Maar ineens zie ik een gigantische vuurzee.” Een productiechef, Peter Groen, richt een blusapparaat op de directe omgeving van de pomp maar vertelt later dat de waterdruk te laag is. Dik Spiering richt een hogedrukspuit op de containers. Maar het vuur grijpt om zich heen. Wat niet helpt, is dat niemand de pomp heeft uitgeschakeld. „Ik was in paniek”, zegt Abdellati. Daardoor blijft er hars stromen en het vuur voeden. Misschien heeft het blussen met water de brand alleen maar vergroot, want veel gevaarlijke stoffen zijn lichter dan water en drijven brandend over het hele terrein. De tientallen plastic containers buiten bezwijken. In minder dan tien minuten staat zowat de hele binnenplaats in lichterlaaie en hangt een dikke zwarte rookwolk boven Moerdijk. Als de brandweer komt, na negen minuten, is het te laat om met schuim te blussen. De brandweer besluit het vuur gecontroleerd uit te laten branden en containers met gevaarlijke stoffen als aceton met water te koelen. Daardoor raken enorme hoeveelheden bluswater met chemische stoffen vervuild, wat tot een peperdure schoonmaakoperatie leidt. De schade door de brand bedraagt uiteindelijk ruim 70 miljoen euro.

Zwijgen

Productieleider O. is na de brand „hevig geëmotioneerd”. Veiligheidsmanager Hans de K. staat zich bij het blussen geweldig te ergeren. „De brandweer bluste met water en niet met schuim. Ik heb gezegd dat ze verkeerd bezig waren.” De brandweer zegt later dat deze tactiek escalatie van de brand juist heeft voorkomen.

Onmiddellijk na de brand wordt al volop gespeculeerd over de oorzaak. Er wordt gezegd dat Mohamed iets bij de pomp heeft gedaan. Een half jaar lang zwijgen alle medewerkers van Chemie-Pack daarover. „Ik had liever niet dat het uit mijn mond zou komen”, zegt productiechef Peter Groen. Directeur S. vraagt Abdellati de volgende ochtend of hij de gasbrander op de pomp heeft gericht. „Hand op mijn hart: ik heb het niet gedaan”, is het antwoord. S. zegt geen reden te hebben aan de woorden van zijn gewaardeerde medewerker te twijfelen. De gasbrander wordt wel eens genoemd als mogelijke oorzaak, bijvoorbeeld in een gesprek met verzekeraars. Maar pas een half jaar later weet de politie dat dit de vermoedelijke oorzaak van de brand is geweest. Abdellati zegt later dat hij iedereen de waarheid heeft verteld, maar dat de anderen hem op het hart hebben gedrukt om „zijn smoel erover te houden”. Niet waar, zeggen de managers. De algemeen directeur zegt dat hij alle medewerkers „een waarschuwing” heeft gegeven niet te speculeren over de oorzaak, want daar kreeg je alleen maar rotzooi van met verzekeraars.

Eenmansactie

Na zes maanden bekent Abdellati tijdens een verhoor de toedracht. Intussen vinden veel medewerkers het gebruik van de gasbrander door Abdellati wel oliedom. Productiechef Peter Groen heeft ook wel eens de gasbrander gebruikt om de pomp te ontdooien. „Ik liep daar niet mee te koop, want ik wist dat dat niet mocht.” Hij deed dat met een brandblusser in de buurt en maar enkele seconden. De managers van Chemie-Pack zeggen dat ze nooit hebben geweten dat weleens een gasbrander werd gebruikt om pompen te ontdooien. „Een eenmansactie”, noemen ze dat.

Na de brand komen de verhalen dat Chemie-Pack veiligheidsregels aan z’n laars heeft gelapt. Werknemers getuigen dat dat niet klopt. „Het hoorde bij de fundamenten van het bedrijf om de veiligheidscultuur hoog te houden”, zegt chemisch technoloog Frans Nanulaitta, die lang bij het bedrijf heeft gewerkt. Zijn adviezen werden volgens hem altijd gevolgd. Het management was gespitst op naleving van veiligheidsregels, beweren de drie managers. Veiligheidsmanager Hans de K. stond bekend als „zeer streng”. Er waren cursussen en oefeningen. Je moest mondkapjes dragen. Een heftruckchauffeur kreeg eens per brief op zijn lazer van de directie omdat hij zijn heftruck herhaaldelijk had gebruikt om een strakke ketting los te wrikken en een andere heftruck opzij te schuiven. Zijn „onverantwoordelijk rijgedrag” zou „niet zonder gevolgen” blijven. „U moet begrijpen dat wij niet kunnen accepteren dat de heftrucks gebruikt worden als botsauto’s.” Later zal de officier van justitie in haar requisitoir zeggen dat de veiligheidscultuur van Chemie-Pack niet deugde, en noemt ze onder meer als bewijs „dat heftrucks als botsauto’s werden gebruikt”.

Het zijn dit soort verwijten achteraf die ons grieven, zeggen de managers van Chemie-Pack. Ze schamen zich voor hun kinderen dat ze „als criminelen worden afgeschilderd” en kunnen niet geloven dat ze straks misschien de cel in moeten. Directeur Gerard S.: „Ik ben in een andere wereld terechtgekomen.”