Imponerende 'Rheingold' klinkt nog fris

Opera

Das Rheingold van R. Wagner door De Ned. Opera. 15/11 Muziektheater A’dam. Daar t/m 30/11 *****Regie/ **** Muziek

De reuzenslang met vlamspuwende tentakels. De vuurscène in Nibelheim, vol rijdende vlammenkarren en gebocheld rondploeterende dwergen. De glaswand waartegen wulpse Rijndochters de avances van de geile Alberich lenig afpoeieren. Na vijftien jaar is Das Rheingold in de visionaire regie van Pierre Audi en met de grootse decors van George Tsypin – ontstaan in 1997 en twee maal hernomen – een feest van herkenning en een ervaring die fris imponeert.

Zo monumentaal als Der Ring des Nibelungen in de visie van Audi/Tsypin was opera in Het Muziektheater ook sindsdien maar zelden. Wagners operavierluik met al zijn goden, machtwellust en liefde wordt sprookjesachtig tijdloos, maar ook modern gebracht, en blijft daardoor een wonder van theatrale verbeeldingskracht en technisch vernuft.

Dirigent Hartmut Haenchen heeft in Amsterdam lang gesleuteld aan en lucide Wagnerklank. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde gisteravond niet vlekkeloos, maar de wijze waarop Haenchen de in Rheingold cruciale, lichte toets afzette tegen sensuele woelingen (eerste tafereel) en donkerbruine ondergangsgloed (slot) vergrootte weergaloos de slagkracht van die uitersten.

De cast is goeddeels nieuw en uitstekend, met Günther Groissböck als donderende Fasolt. De fraai getimbreerde Thomas Johannes Mayer valt op als minder oppergoddelijke Wotan en omdat de personenregie soms bijna ritueel statisch is, is dat jammer. Stefan Margita geeft zijn rol nieuwe kleur. Ondanks zijn dictie (doffe ‘s’-klank) is zijn Loge een Mefistofelische, zoetgevooisde intrigant. Eng.