‘Het is tijd voor zelfcivilisatie’

Vanuit de ruimte kan de mens zijn eigen planeet in ogenschouw nemen. Geoloog Peter Westbroek schreef een boek over de noodzaak van ‘planetaire zelfkennis’.

Peter Westbroek: ‘Het gaat me om wetenschap als levensoriëntatie’ Foto Roger Cremers

De omslagfoto van De ontdekking van de aarde is een montage. In een antieke globehouder, tussen in leer gebonden folianten, hangt de aardbol. Alleen is dat geen houten globe met getekende continenten, maar de aarde zoals ze met Kerstmis 1968, gezien door het raam van Apollo 8, opkwam boven het maanoppervlak. Aarde werd toen voor het eerst in volle glorie gefotografeerd vanuit de verre ruimte, met een oplichtende atmosfeer.

Auteur van het boek is Peter Westbroek, emeritus hoogleraar geofysiologie aan de Universiteit Leiden. Volgens hem markeert de Apollo-foto van planeet Aarde het begin van wat hij noemt ‘planetaire zelfkennis’: door de ogen van drie astronauten keek de aarde als het ware voor het eerst naar zichzelf.

De ontdekking van de aarde is Peter Westbroeks ambitieuze, maar heel leesbare poging om geologie, biologie en sociale wetenschap bij elkaar te brengen. Hij sluit aan bij een nieuwe, wetenschappelijke benadering van de planeet aarde die disciplines wil overstijgen: Earth System Science. Daarin worden de nieuwste inzichten van geofysica, biologie en klimaatwetenschap verwerkt in één alomvattende systeemtheorie. Westbroek levert een oorspronkelijke bijdrage aan deze nieuwe systeemleer door de mens daarin een plaats te geven. Zijn boek is de eerste poging om dit weidse panorama uit te tekenen voor een breed publiek. Hij heeft er sinds zijn emeritaat in 2002 aan gewerkt.

Toen Apollo 8 zijn beelden naar de aarde stuurde, was Westbroek 31 jaar. Hij was niet meteen onder de indruk, vertelt hij thuis in Leiden. „Wij waren door de oorlog in Vietnam hevig anti-Amerikaans en ik vond al die technologie geen antwoord op de problemen van toen. Pas later ben ik gaan inzien dat dit een Eureka-moment was voor de mensheid, dat van alles teweeg bracht: het nadenken over klimaatverandering, het onderzoek naar Global Change, uitmondend in Earth System Science. Toen is het begonnen.”

Voor het eerst sinds Copernicus voltrekt zich momenteel een nieuwe omwenteling in ons wereldbeeld, zegt Westbroek: van het modernistische, heliocentrische van de Verlichting naar een meer symbiotisch beeld. Daarin grijpen de vier sferen – de geosfeer, atmosfeer, hydrosfeer en biosfeer – in op elkaar en vormen ze één systeem: systeem aarde.

Een revolutie, volgens Westbroek. „Neem geologie. Dat vak was versplinterd in deelgebieden: petrologie, hydrologie, geofysica. Het viel allemaal onder dezelfde studie, maar daarmee hield het op. Je mocht de grenzen tussen die gebieden vooral niet overschrijden. Want we wisten nog niks van samenhang tussen allerlei disciplines.”

Dat veranderde door een doorbraak aan Columbia University, aan het eind van de jaren zestig. Toen ontstonden nieuwe inzichten in de beweging van aardplaten, de zogeheten platentektoniek. Die theorie verklaart de ligging van continenten, gebergten en oceanen en de werking van aardbevingen en vulkanen.

Westbroek: „Ineens ontstond inzicht in de grotere samenhangen. Je zag dat de geologische cyclus niet alleen structuren afbreekt, maar dat het materiaal aan de andere kant van het systeem net zo hard terugkomt. Dat de aardse cyclus uit een hele reeks heel kleine cycli is opgebouwd, die steeds kleiner worden en zich steeds sneller ontwikkelen. De koolstofcyclus, de stikstofcyclus, het ontstaan van levende organismen. Mijn hele vakgebied is weer tot bloei gekomen dankzij die mondiale visie en het grote verhaal dat eruit ontstond.”

Westbroek werd gegrepen door het nieuwe, interdisciplinaire onderzoek. „Ik werkte indertijd aan fossieltjes en ben gaan kijken naar de rol die micro-organismen spelen bij het afremmen van kalkneerslag in de oceanen. Ik ging beseffen hoe belangrijk microbiologie is voor de geologie, wat bacteriën allemaal teweeg brengen. En ik heb dat opgeschreven in Life as a Geological Force (1991).”

Earth System Science is ontstaan bij NASA, uit werk in de astrobiologie. „In de Verenigde Staten is het intussen een gewone term, maar in Nederland is hij nog niet ingeburgerd. Hoe zou je het moeten vertalen: geobiologie, biogeologie? Overigens hebben we ook in Leiden zulke interdisciplinaire projecten gehad, zoals ons onderzoek naar de alg Emiliania huxleyi, met de ringvormige calcietschildjes, die de bekende algenbloeien maakt in zee. Het drong op zeker moment tot me door: verrek, die bloei heeft te maken met klimaatverandering.

„We werden ons bewust van de schoonheid van de aarde, in vergelijking met die levenloze globe van het Verlichtingstijdperk. Maar we beseften dat we op een gruwelijke planeet leven, waar massaal wordt gestorven. En dat uitputting van grondstoffen, overbevolking en klimaatverandering ons einde kunnen betekenen. Alles is mondiaal geworden, van de economische crisis tot de angst voor de eigen planeet.”

De wisselwerking tussen geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer is intussen gemeengoed onder wetenschappers. Maar de plaats van de mens in het geheel blijft omstreden: is die onderdeel van de biosfeer of is hij een geval apart?

Westbroek: „De Nederlandse Nobelprijswinnaar (1995) Paul Crutzen, een atmosferisch chemicus, kwam met de term Antropoceen. Daarmee bedoelt hij het kleine stukje recente tijd waarin de aarde de invloed ondervindt van menselijke activiteit, het allernieuwste tijdvak van het Holoceen [het jongste geologische tijdvak, DV].

„Crutzen situeert het begin rond het jaar 1800, met de opkomst van de industrialisatie en het grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen. Dat ideeën als die van Crutzen weer een manifestatie zijn van de groeiende zelfkennis van deze planeet, dat heb ik bedacht.”

De aarde, zegt Westbroek, is een systeem dat steeds verder differentieert. Op zeker moment is daarbij leven ontstaan, en op den duur ook de mens. Menselijk leven beschouwt hij daarom als een integraal onderdeel van het aardse superorganisme.

Een dergelijke, discipline- overstijgende manier van kijken ziet hij maar bij een enkele sociale wetenschapper. „De socioloog Joop Goudsblom staat hier voor open, maar hij is een uitzondering. Sociologen hebben zich afgekeerd van denken in het groot. Die zeggen: we hebben al genoeg ellende gehad van de Grote Verhalen, van Marx en aanverwanten, wij doen voortaan kleinschalig onderzoek. Nuttig, maar het is precies wat wij, geologen, deden vóór de platentektoniek.”

Met de opkomst van het geslacht Homo, zegt Westbroek, ging de biologische evolutie over in een culturele. Die culturele evolutie noemt hij, in navolging van de Duitse socioloog Norbert Elias, ‘civilisatie’. De essentie van dat proces is volgens Elias dat mensen aanvechtingen als lust, honger en agressie leren beheersen en dat die beheersing geleidelijk aan de sociale norm wordt. Westbroek noemt dit op zijn beurt ‘de zelfcivilisatie van de aarde’.

Zien we die zelfcivilisatie nu ook aan het werk ter beteugeling van de menselijke aandrang om hulpbronnen uit te putten voor korte termijngewin?

„Oliemaatschappijen en hun politieke bondgenoten staan onder druk. Intussen is er zicht op heel nieuwe technologieën, zoals zonne-energie en andere hernieuwbare bronnen. Maar bij de ontwikkeling daarvan komen we Shell en zijn aandeelhouders tegen, waaronder ons eigen pensioenstelsel. En dat is geen kleinigheid. Om zelfcivilisatie te kunnen doorvoeren heb je een nieuwe oriëntatie nodig. Die botst met gevestigde machtsverhoudingen, maar tast ze ook aan. Daar gaat dit boek over.”

Heeft u een wetenschappelijk of een levensbeschouwelijk boek geschreven?

„Allebei. Het gaat me om wetenschap als levensoriëntatie. We staan nog voor een groot deel onder invloed van andere oriëntaties, zoals religie en spiritualiteit. Maar wetenschap zal op den duur winnen, want die staat dichter bij de werkelijkheid.”

Zo drukt Westbroek, met zijn verwijzing naar Mulisch’ De ontdekking van de hemel hemelzoekers met hun neus op de aarde.

Peter Westbroek: De ontdekking van de aarde. Het grote verhaal van een kleine planeet, Balans, 336 blz. geïll. € 19,95