Grapje

Rutger Lemm weigert een cijfer te zijn. Zijn koopkracht boeit hem niet. Want cijfers geven alleen de schijn van controle.

Het is een veelbeproefde tactiek onder verlegen tienerjongens. Je doet een stoere of juist kwetsbare uitspraak, maar zodra de ontvangst van je toehoorder tegenvalt, roep je snel: „Grapje!” Iedereen begint ongemakkelijk te lachen. Oh, we dachten even, dat je echt… Nee joh. Het was een grapje. „Ik ben op je verliefd… Grapje!” „Ik ga naar huis, heel hard leren voor mijn proefwerk Frans… Grapje!” „Ik heb net op mevrouw Delsing gemasturbeerd in het toilet naast lokaal 11 en het afgeveegd met mijn wiskundeschrift… Grap-je jongens! Hahaha! GRAPJE!”

Premier Rutte was vast zo’n jongen die elke uitspraak even een paar seconden als test liet hangen in de lucht, om dan in het negatieve geval zijn aanstekelijke lach in de strijd te gooien en de spanning weg te laten vloeien. Zijn VVD krabbelde afgelopen week terug nadat de zorgpremiemaatregel niet goed leek te vallen bij de achterban. „We gaan nivelleren, het is geven en nemen… Hahaha, daar hadden we jullie even, hè?” Zo sneuvelde de eerste gedurfde innovatie en bleken er ook voor dit kabinet taboes te bestaan.

Volgens Maurice de Hond verloor de VVD elf zetels in de peilingen. De media namen dit gretig over en binnen de partij zelf ontstond paniek. Maar deze voorspelling (als hij al correct was) gold natuurlijk alleen als er die dag verkiezingen zouden zijn. En om met cabaretier Thijs van Domburg te spreken: als er vandaag verkiezingen zouden zijn, was er helemaal geen verrassende uitslag, maar een historisch lage opkomst en overal in het land verwarring. „Verkiezingen? Nu? Maar ik heb net nog gestemd? Ik zie niets in mijn agenda staan! Wat is er in godsnaam aan de hand?!”

Of de inkomensafhankelijke zorgpremie ook echt zo’n slecht idee was, zullen we nooit weten. Maar de snelle terugdraaiing toonde wel aan welk deel van het electoraat het meeste invloed heeft. De impulsieve woede van oudere veelverdieners via e-mail, Maurice de Hond, Twitter en de Telegraaf is het enige effectieve protest tegen de overheid van de laatste paar jaar geweest. Studenten, kunstenaars, milieuactivisten, zorgmedewerkers, gehandicapten en de vakbonden kijken verbaasd en jaloers toe.

Arnon Grunberg ging deze week in een Voetnoot tekeer tegen de „koopkrachtfundamentalisten” die geloven in „illusies” en wier koopkrachtcultuur „achterlijk” is.

Ik moest aan de koopkracht denken toen ik, op aandringen van mijn fysiotherapeut, met tegenzin in de sportschool aan een apparaat zat te trekken. Ik gaf mijn lichaam de illusie dat het arbeid verrichtte. Het pinnetje stak in een gat met een getal ernaast. Dat getal gaf mijn kracht aan. Om mij heen kreunden krachtpatsers, en in het voorbijgaan konden ze precies uitrekenen hoe hard ze mij in elkaar konden slaan. „Ik ben… eens even zien… precies drie keer zo sterk als jij, vriend.” Ik werd gereduceerd tot een getal. Een laag getal.

Cijfers geven ons de geruststellende schijn van controle. De koopkracht is net zo’n grote illusie als de peiling van Maurice de Hond. Als we een les uit de kredietcrisis kunnen trekken, is het wel dat ons ‘rationele’ financiële systeem is gebaseerd op fabels. Onze politici gaan de crisis met oude instrumenten te lijf en lopen nu weer blind achter deze gevaarlijke droom van hebzucht aan.

Ik weiger een cijfer te zijn. Ik wil niet weten wat mijn koopkracht is. En dat is geen grapje.

Rutger Lemm is oprichter van webmagazine Hard//hoofd