Fantastische zoon zwaait alleen soms met honkbalknuppel

Wie: Marlon B. (24)

Waar: politierechter Utrecht

Wat: vernieling van een autoruit en -spiegel, bedreiging met een honkbalknuppel.

Marlon (24) is er niet. Hij is in Australië op working holiday, vertelt zijn moeder aan de politierechter. Samen met de vader van Marlon is ze naar de rechtszaak tegen hun zoon gekomen. Ze zijn op de plek gaan zitten waar hij hoort te zitten, die van verdachte.

Marlon heeft zijn ouders gemachtigd namens hem te spreken, maar de rechter vertelt dat dat niet kan. „Alleen een advocaat mag gemachtigd worden in een rechtszaal. U mag iets zeggen over zijn persoonlijke omstandigheden, maar niet over de feiten waarvan hij wordt verdacht.”

Zijn vader en moeder knikken.

Hun zoon wordt verdacht van vernieling en bedreiging. In 2010 sloeg hij een raampje in van een auto die hem naar zijn idee te nipt passeerde. De bestuurder zat onder het glas. In 2011 sloeg hij een autospiegel kapot van een passerende auto. Dat gebeurde toen hij voor de coffeeshop waar hij werkte een automobilist wegstuurde, die daar niet mocht parkeren. Volgens Marlon deed de bestuurder van een andere auto toen net alsof hij hem aan wilde rijden. Boos sloeg Marlon tegen de autospiegel.

Toen de bestuurder stopte en opperde dat Marlon twintig euro zou betalen om de spiegel te laten repareren, ging hij naar binnen in de coffeeshop. De bestuurder dacht dat hij de twee tientjes ging halen, maar Marlon kwam terug met een metalen honkbalknuppel die in de coffeeshop achter de bar stond. Hij zou ermee gezwaaid hebben en gezegd hebben: zal ik je hiermee betalen?

En nu zit hij dus in Australië. Hij werkt op een surfkamp, vertelt zijn moeder. „Hij staat daar de hele dag te grillen, hij is echt aan het genieten.” Hij heeft een ticket voor de terugreis, in augustus 2013.

Zijn moeder vertelt toch iets over de toedracht van het eerste incident. „Het is een heel nauw straatje, waar hij werd ingehaald.”

De rechter grijpt niet in.

Zijn vader: „Ik ben met Marlon bij die mensen langs geweest. We hebben de schade betaald. Zij zeiden: wij zaten eigenlijk ook fout.”

Zijn moeder: „En dat andere: volwassen mensen die hun stuur omgooien, als grapje. Dat moet toch ook niet?”

Ze wil nog iets anders vertellen: Toen Marlon negentien was, is hij in Almere gestoken met een mes dat een man uit zijn achterbak pakte. Dat wilde hij nooit meer meemaken, daarom reageert hij zo, verklaart zijn moeder. „Maar het is een prima joch.”

De officier van justitie eist een werkstraf van veertig uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Ze zegt: „Ik hoor de ouders hier spreken over nauwe straatjes en lastige verkeerssituaties, maar het is toch gewoon een hele rare reactie om een honkbalknuppel te pakken?”

De politierechter kiest voor een boete. Want een werkstraf zou Marlon moeten uitvoeren als hij terugkomt uit Australië. Dat is nog ver weg. En dan moet hij juist zijn leven gaan opbouwen, zegt ze.

Ze legt zeshonderd euro boete op, waarvan driehonderd voorwaardelijk. De acceptgiro voor Marlon zal naar het huis van zijn ouders worden gestuurd. „U regelt het dan verder?”, vraagt de rechter de ouders.

Buiten de zaal zegt zijn vader dat het „op zich wel de bedoeling is” dat Marlon die boete zelf betaalt.

Maar zijn moeder zegt: „Maar ja, hij heeft nu al zijn geld in Australië nodig.”

Marlon boft maar, met zulke ouders. Zijn moeder: „Het is een prima joch.”

Zijn vader: „Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Zijn moeder: „Wij hebben twee fantastische kinderen en we doen alles voor ze.”