Column

Ergernissen

Misschien kwam thuis de politieke situatie in Nederland op het verkeerde moment ter sprake, omdat ik me nog in een geestelijke dip bevond na het zien van de vreselijke voetbalwedstrijd Nederland – Duitsland (0-0).

Voetbalcoaches als Van Gaal en Löw zouden stante pede ontslagen moeten worden na zo’n wanprestatie, piekerde ik terwijl ik de tv uitzette. Hun zelfvoldane praatjes vooraf en achteraf, het lamlendige spel dat daarmee in geen enkele verhouding stond, de angst om zelfs in een vriendschappelijk duel ook maar enig risico te nemen, de krankzinnigheid van sommige keuzes – Van Gaal die aan een versleten werkpaard als Kuijt de voorkeur geeft boven een gretige spits als Huntelaar…

En dat in een week waarin Johan Cruijff tot overmaat van belachelijkheid verklaarde dat „mijn werk bij Ajax er bijna op zit”. Eerst iedereen die anders denkt dan jij eruitgooien en ’m dan smeren voordat je ergens verantwoordelijk voor kunt worden gehouden – je moet het maar durven. Zeker op het moment dat hoofdsponsor Aegon, die het mede door Cruijff veroorzaakte gedonder al langer zat was, zich terugtrekt. Cruijff zou ‘zijn’ club nu écht eens kunnen helpen door zijn reputatie in te zetten in de bedeltocht naar een nieuwe sponsor.

Kortom, de ergernissen waren me al te veel geworden, toen mijn vrouw ook nog eens over de zegeningen van het nieuwe kabinet begon. „Goed dat ze nu eindelijk aan de slag kunnen”, zei ze.

Ik keek glazig voor me uit en vroeg alleen maar: „Waarmee?”

„Nou, met hun plannen”, klonk het nog steeds even hoopvol.

„Je bedoelt uiteraard vooral de plannen van de PvdA”, zei ik, en ik dacht aan de opgewekte mails die Diederik Samsom haar regelmatig stuurde. Als partijleider, bedoel ik, want Diederik is geen Petraeus. Zijn mails zinderen niet van erotiek, maar van blijmoedigheid. „Een brug tussen twee partijen rust op twee oevers. Beide moeten stevig staan. En dus herstellen we fouten als die gemaakt zijn. Komen we elkaar tegemoet als er problemen zijn en werken we dag na dag aan het uitvoeren en verbeteren van onze plannen.”

Ik zag Diederik onvermoeibaar heen en weer zwemmen tussen die oevers, af en toe collega Mark op het droge trekkend.

„Vond je Diederik de afgelopen dagen niet goed?” vroeg mijn vrouw.

„Sterker nog: briljant. Hij troeft iedereen af met zijn kennis. Maar hij is zo briljant dat hij het omgekeerde even goed kan verdedigen. En wat zegt het dan nog? Waar zijn de consequent volgehouden standpunten?”

„Ze zitten in een coalitie…”

„Ik ken de mantra. En dus bezuinigt hij nu ‘het land kapot’, op dezelfde manier die hij de VVD in de verkiezingscampagne fel verweet. En dus is de illegaliteit voortaan strafbaar en dus gaan de werklozen straks na anderhalf jaar de bijstand in, en dus…”

„Maar wat had je dan gewild? Dat ze weer in de oppositie waren beland en jarenlang hadden moeten toekijken zonder invloed? Een partij die net een grote verkiezingszege had geboekt?”

„Je kunt ook te veel van je standpunten verkwanselen. De PvdA moet op haar tellen passen. Als de crisis doorzet en we straks met een legioen werklozen in de bijstand zitten, zullen jullie nog eens wat beleven. Daar is het VVD-oproer van afgelopen week kinderspel bij. Laat dat maar aan de SP over.”

„We houden erover op”, zei ze, „je bent nu te somber.”

Ik knikte. „Ik vind het vooralsnog een 0-0 kabinet.”