De pannekoek die pudding heet

De Engelsen weten ons altijd danig in verwarring te brengen met hun pudding. Dat kan van alles zijn, van worst tot wentelteefjes. De meest raadselachtige onder de puddingen is de Yorkshirepudding. Het is in Engeland bij de zondagse maaltijd een traditionele begeleider van roastbeef en ander gebraden groot vlees, zoals de lenderollade die vorige week

De Engelsen weten ons altijd danig in verwarring te brengen met hun pudding. Dat kan van alles zijn, van worst tot wentelteefjes. De meest raadselachtige onder de puddingen is de Yorkshirepudding. Het is in Engeland bij de zondagse maaltijd een traditionele begeleider van roastbeef en ander gebraden groot vlees, zoals de lenderollade die vorige week vrijdag op het menu van de thuiskok van dienst stond.

Wat moet een pudding bij vlees? En moet een Yorkshirepudding ogen alsof hij mislukt is, ingezakt en gehavend?

Hoe dan ook, recepten voor Yorkshirepudding duiken al op in de achttiende eeuw. Welbeschouwd is het in een schaal of bakblik gebakken pannekoek. Vaak is het smaakrijke vet gebruikt dat van het groot gebraad afdruipt. Er wordt wel beweerd dat Yorkshirepudding dient als goedkope maagvulling, het vlees is al duur genoeg. Maar het is wel een smakelijke maagvulling.

In essentie verschillen de recepten voor Yorkshirepudding niet veel. Dispuut bestaat alleen over de noodzaak om het beslag een tijdje koel te laten rusten en daarna weer stevig op te kloppen. Volgens sommigen is dat noodzakelijk, anderen vinden het onzin. Ik heb beide werkmethoden geprobeerd; voor het resultaat maakte het geen merkbaar verschil.

Het is leuk om het bakproces door het ovenruitje gade te slaan. Houd de ovendeur gesloten om het bakken niet te verstoren. De Yorkshirepudding rijst spectaculair en zakt even spectaculair weer in. Wat rest, is een krokant gebakken pannekoek in de vorm van een bakje. Er kan niet veel misgaan. Behalve wellicht dat de Yorkshirepudding niet helemaal gaar is, al mag hij van binnen wel iets van een vochtige smeuïgheid hebben. Zorg daarom dat de bakvorm goed heet is.

Voor het maken van eenpersoonspuddinkjes is een muffinvorm erg geschikt. Verwarm de oven voor op 220 graden. Maak intussen het beslag. Wie de koninklijke weg wil volgen, doet het zo. Doe de gezeefde bloem met het zout in een kom. Maak een kuiltje in de bloem. Vul het kuiltje met een beetje van de melk en een ei. Meng ze met een garde van binnen uit met de bloem. Giet er al kloppend de rest van de melk bij. Klop stevig, opdat het beslag geen klontjes bevat.

Het kan ook op de botte manier. En dat werkt het best. Doe alle ingrediënten bij elkaar en zet er de staafmixer in, met een klontvrij beslag als resultaat.

Giet de olie in de muffinholletjes. Zet de vorm een paar minuten in de hete oven tot de olie begint te walmen. Haal de vorm uit de oven en verdeel meteen het beslag over de muffinholletjes. Zet de vorm terug in de oven en laat de Yorkshirepuddinkjes in een minuut of 30 bruin en krokant worden. Serveer ze onmiddellijk, want ze verliezen snel hun krokantheid. Zet ze met een stalen gezicht op tafel. Het hoort zo, ze zijn niet mislukt.

Yorkshirepudding

Voor 6 puddinkjes:

60 gram bloem

1 ei

1,5 dl melk

snufje zout

1 eetlepel bakolie