De journalist mag dieper graven

Kranten kampen met dalende oplagen. Toch zijn met name een aantal regionale kranten aan het investeren in ‘dure’ onderzoeksjournalistiek.

Nederland, Amsterdam, 16-11-2011. Werkzaamheden bij station Vijzelgracht van de Noord Zuid Metrolijn in Amsterdam. Bij de Vijzelgracht waren er veel problemen door verzakkingen. De werkzaamheden werden uitgevoerd onder `overdruk` om deze verzakkingen te voorkomen, deze fase van de werkzaamheden is nu afgerond. In beeld o.a. de grote ronde wielen die de tunnels markeren. Foto: Olivier Middendorp/Hollandse Hoogte

De ME’ers die niet klaarstonden toen Project X-Haren uitbrak. De kosten van het Stedelijk Museum Amsterdam die uit de klauwen liepen. De broeders die jonge kinderen misbruikten.

Het zijn drie verhalen die zonder onderzoeksjournalisten waarschijnlijk niet de openbaarheid hadden gehaald. Dit weekeinde houdt de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) een congres ter ere van haar tienjarig bestaan. Hoe staat het nu met de onderzoeksjournalistiek in Nederland?

Jarenlang deden veel nieuwsredacties onderzoeksjournalistiek er maar een beetje ‘bij’. Vooral praktische bezwaren stonden het structureel inbedden ervan in de redactieorganisatie in de weg. Want het is duur; iemand vrij maken voor lange verhalen terwijl de uitkomst van diens onderzoek onduidelijk is. De malaise in de dagbladjournalistiek door dalende oplagen en advertentie-inkomsten maakte het er niet beter op.

Toch gloort er een sprankje hoop. Vorig jaar liet de VVOJ een onderzoek doen onder 23 redacties in Nederland en Vlaanderen naar de kansen voor onderzoeksjournalistiek. Vrijwel alle hoofdredacteuren gaven aan belangstelling voor het onderwerp te hebben, als manier om ‘de concurrentie van andere media of informatiestromen (lees: internet) te overleven’. Diverse redacties bleken aanstalten te maken onderzoeksjournalistiek nieuw leven in te blazen.

Inmiddels zijn het vooral regionale media die daadwerkelijk investeren in onderzoeksjournalistiek. Opvallend, omdat juist zij hard werden getroffen door besparingen, ontslagen en reorganisaties. De Limburger heeft al jaren twee – op een totaal van 110 fte – journalisten vrijgemaakt voor grote projecten. Zij schreven onder meer over seksueel misbruik in de kerk en recenter een reeks over de politiek in Roermond, waarmee ze zijn genomineerd voor onderzoeksjournalistiekprijs De Loep die vanmiddag wordt uitgereikt.

Volgens onderzoeksjournalist Theo Sniekers van De Limburger staat zijn hoofdredactie nadrukkelijk aan zijn kant. „Het kan er op neer komen dat je maanden geen stuk maakt. Dan word je door de redactie wel gevraagd wanneer er iets komt. Dat is niet erg, zolang het resultaat het waard is.”

Andere regionale kranten zijn gevolgd. Dagblad van het Noorden heeft sinds anderhalf jaar vier verslaggevers van 125 fte op onderzoeksjournalistieke projecten gezet. „Wie nu nog een krant leest, is een liefhebber. Die neemt niet overal genoegen mee. Hij moet denken: dat kom ik nergens anders tegen. Dus moeten wij nieuws máken, niet alleen brengen”, zegt Jan Rozendaal, chef nieuwsdienst van het Dagblad van het Noorden. De onderzoeksverslaggevers maakten tot nu toe onder andere een uitgebreide reconstructie van de Project X-rellen in Haren.

Uit dat acht pagina’s lange stuk vloeide het nieuws voort dat er die avond veel minder ME’ers klaarstonden dan door de politie was gesuggereerd. „We willen een factor van belang zijn in Noord-Nederland. Het weekend met dat stuk over Haren werd onze oplage met een kwart verhoogd.”

De toegevoegde waarde van zijn onderzoeksteam zit volgens Rozendaal niet alleen in de tijd die ze kunnen nemen, maar ook in de afstand tot de diverse onderwerpen. „Als er iets speelt in de Groningse politiek schrijft een politieke verslaggever er zes verhalen over. Dan komt er iemand van een landelijke krant en schrijft in één keer een groot, samenvattend verhaal. Die helicopterview wilden we onze lezers zelf ook kunnen bieden.”

Ook Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, koos dit voorjaar voor het vrijmaken van twee verslaggevers. Hoewel de krant binnenkort opnieuw ingedeeld zal worden en bijlagen zullen sneuvelen, behouden die twee hun plek. Ze worden vrij gelaten, maar het is „mooi als hun nieuws de agenda bepaalt, in plaats van volgt.”

Ze schreven bijvoorbeeld een serie van zes stukken over de kosten van het Stedelijk Museum, over de Noord-Zuidlijn en over de Cruijffrevolte bij Ajax. „Het is een grote investering om twee van je topmensen uit de dagelijkse nieuwsstroom te halen. Maar we doen dat heel bewust. Op Amsterdams niveau willen we het verschil maken met diepgaande verhalen die de gekte van alledag ontstijgen.” Meer dan twee verslaggevers vrijmaken kan de redactie zich niet permitteren.

Volgens Ockhuysen zien de meeste kranten inmiddels in dat alleen met diepgravende verhalen de strijd met het gratis nieuws te winnen is. NRC Handelsblad heeft sinds twee jaar een onderzoeksgroep van vijf journalisten die permanent tijd hebben voor diepgravend onderzoek.

Het AD heeft nu één onderzoeksjournalist in dienst, maar de krant is een nieuwe onderzoeksgroep aan het opzetten, die begin volgend jaar in bedrijf moet zijn. Volgens hoofdredacteur Christiaan Ruesink zullen er tussen de 3 en de 7 journalisten in de groep komen. Zij zullen nadrukkelijk samenwerken met specialisten, bijvoorbeeld van een sport- of regioredactie, afhankelijk van het onderwerp. „De opdracht is nieuws maken door onderzoek. Dat hoeven geen maandenlange onderzoeken te zijn. Het kan zijn dat ze aan een verhaal werken dat een week duurt, en aan een stuk van een half jaar”, zegt Ruesink. Hij trok daarvoor onder anderen Marcia Nieuwenhuis van De Pers aan.

Toch kiezen niet alle kranten voor een aparte onderzoeksredactie. De Telegraaf wil niet laten weten hoe onderzoek op de redactie is georganiseerd. De Volkskrant had voorheen acht onderzoeksjournalisten, maar stopte daar twee jaar geleden mee. Pieter Klok, plaatsvervangend hoofdredacteur: „Sindsdien hebben we twee aansprekende prijzen gewonnen voor onderzoeksjournalistiek. Ik vond het onderscheid met gewone verslaggevers onzinnig. Elke verslaggever zou een onderzoeksjournalist moeten zijn. Alle 23 verslaggevers kunnen vrijgemaakt worden voor diepgravender stukken. De ene persoon heeft daar mee affiniteit mee dan de andere. Ik durf te beweren dat er gemiddeld 10 verslaggevers met onderzoek bezig zijn.”

Tubantia heeft geen speciale onderzoeksdesk. „Dat kunnen we ons niet veroorloven”, aldus adjunct-hoofdredacteur Ger Dijkstra. Toch maakt ook hij verslaggevers vrij, bijvoorbeeld voor onderzoek naar de Twentse neuroloog Jansen Steur die tientallen verkeerde diagnoses zou hebben gesteld. Dijkstra: „We kunnen elke dag achter een hype aanlopen, maar we kunnen de zaken ook goed uitzoeken.”

Buiten de kranten groeit het aantal onderzoeksjournalistieke projecten. De Groene Amsterdammer investeert 25.000 euro in een masterclass onderzoeksjournalistiek voor studenten. Onderzoeksjournalist Brenno de Winter, die werkt voor diverse webmedia, werd afgelopen jaar door Villamedia uitgeroepen tot journalist van het jaar voor zijn onderzoek naar de ov-chipkaart. En journalist Eric Smit richtte in 2009 Follow the Money op, een non-profit organisatie, gefinancierd door donateurs. Het multimediale platform levert stukken aan geprinte media en werkt samen met radio en televisie. „Zo proberen we de kosten te delen.” De hoge kosten spelen het project wel parten. „Bij publicatie halen we er ongeveer 1/3 van de kosten van een onderzoek uit”, aldus Smit. Dankzij onderzoek van FTM publiceerde de Volkskrant over Mitt Romney die belasting ontwijkt via Nederland.

En hoe staat de onderzoeksjournalistiek ervoor bij de audiovisuele media? Sommige programma’s doen al jarenlang aan onderzoeksjournalistiek (Zembla, Argos); hun hele redactie heeft als opdracht aan stevig uitzoekwerk te doen.

Voor de snellere nieuwsmedia als NOS Journaal en het RTL Nieuws is het moeilijker. Ze lopen tegen dezelfde problemen aan als dagbladen: onderzoek is belangrijk, maar de actualiteit roept. „Net als andere nieuwsmedia zitten wij altijd in die spagaat”, vertelt adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein van RTL Nieuws. Hij heeft een kleine researchafdeling van twee verslaggevers en twee redacteuren, plus een chef. Die bracht onder andere het nieuws over de bende in Den Haag die stelselmatig mensen uit de Quote-500 overviel. Klein vindt het belangrijk dat het clubje bestaat, omdat ze eigen nieuws leveren dat bijdraagt aan het profiel van de rubriek. Maar hij benadrukt dat ook zij regelmatig moeten leveren. „We blijven een nieuwsmedium.”

Bij NOS Nieuws is het onderscheid tussen gewone en onderzoeksverslaggeving lastig te maken. De omroep hecht veel belang aan de 24-uurs nieuwsvoorziening. Hoofdredacteur Marcel Gelauff: „Maar tegelijkertijd hechten wij zeer aan eigen nieuws en diepgravende journalistiek. Maanden aan iets werken komt niet vaak voor. Weken zeker wel.”