De heer en mevrouw Richards-Jagger

Bijna is het zover, dan besluiten The Rolling Stones het 50ste jaar van hun bestaan af met hun ‘Reunion Concert’. Vijftig jaar onvergetelijke muziek. Vijftig jaar het bewijs dat mannen verder kunnen kijken dan pantalon en overhemd.

Keith Richards and Mick Jagger attending a screening of Crossfire Hurricane, a documentary about the Rolling Stones, at the Odeon Leicester Square, London, UK. 18/10/2012. James Veysey/Hollandse Hoogte

Over ruim een week is het zover: dan vieren The Rolling Stones hun vijftig jarig bestaan met het eerste van een korte reeks jubileumconcerten. Daar, op het podium van de O2 Arena in Londen staan op 25 november Keith Richards, met een haarband in de grijze pieken, Ron Wood, smal en zwartharig als een kraai, de gedistingeerde Charlie Watts en Sir Mick, op 69-jarige leeftijd nog altijd een adonis.

Ook daar, vijftig jaar na het eerste optreden in 1962, zullen The Rolling Stones weer de ‘anti-Beatles’ zijn. Tegenover de beschaafde Beatles, in hun Beatlesjasjes met lang maar schoon haar, stelden The Rolling Stones ooit een imago van vies, vuig en verderfelijk. Hier stond een band die de attractie van gevaar wist uit te buiten. Zowel muzikaal als uiterlijk.

Al bij hun eerste optreden, in de Marquee Club in Londen, op 12 juli 1962, bleken The Rolling Stones zich niets aan te trekken van de gewoonte voor muzikanten om podiumkostuums, liefst allemaal dezelfde, te dragen. Richards was de duistere beatnik, met zijn lila overhemd, en versleten jeans; Mick Jagger verscheen in een gestreepte zeemanstrui, de hals zo wijd dat hij van zijn schouder zakte.

Keith Richards en Mick Jagger zouden uitgroeien tot de blikvangers van hun generatie, en bovendien vonden ze een nieuw oriëntatiepunt voor het mannelijk imago uit. Iedereen kon nu weten: ook een man mag verder kijken dan pantalon en overhemd. Keith Richards ontwikkelde zich door de jaren van een hippie in bontjas tot een duistere troubadour met een guerrillalook van leer en sjaaltjes. Maar hij had het in sommige perioden van zijn leven drukker met zijn drugsverslaving dan met zijn uiterlijk. De echte trendsetter was dan ook Mick Jagger, die in 1966 tot ‘Meest modieuze man van Londen’ werd uitgeroepen. Als Jagger niet op het podium stond, was hij te vinden bij snelle boetieks als ‘Granny Takes A Trip’ in Chelsea. Of hij probeerde de kleren van zijn vriendinnen. Het was midden jaren zestig. Hippies droegen bontjassen, flaphoeden, haarbanden, fluwelen broeken, blouses met ruches, eyeliner en lang haar. Maar Jagger koos al snel een eigen koers, of hij vergrootte de modeconcepten uit. Moesten broeken strak zijn, dan droeg Jagger ze strakker dan een maillot. Mochten T-shirts kort zijn, dan reikten ze bij Jagger tot net onder zijn tepels.

Anders dan veel andere rocksterren – en ook anders dan zijn reputatie buiten het podium – was Jaggers uiterlijk nooit een macho. Dat bleek al bij dat eerste optreden, in het gestreepte matrozenshirt. Zo’n shirt werd destijds gedragen door meisjes en homoseksuelen. Eind jaren zestig was ‘uni-sex’ en vogue, maar Jagger ging verder. Hij was ronduit vrouwelijk. Zijn lange haren liet hij knippen bij de topkapper van die dagen, Vidal Sassoon. Hij droeg satijnen tunieken met wapperende mouwen, als een jonkvrouw. In de jaren zeventig werd zijn garderobe ontworpen door de Britse ontwerper Raymond ‘Ossie’ Clark, het gezicht van de swinging 60s. Tijdens de tournees droeg Jagger een jumpsuit van fluweel, met een decolleté tot aan zijn navel.

Tijdens een van de meest emotionele optredens van The Rolling Stones, in 1969 in Hyde Park, Londen, drie dagen na de dood van voormalig bandlid Brian Jones, was Jagger gekleed in een maagdelijk wit jurkje met ruches langs de hals. Hij las op het podium een gedicht voor van dichter Shelley, ter nagedachtenis aan Jones, en liet 2.500 witte vlinders vrij. Het 250.000-koppige publiek was muisstil. Een paar maanden later gaven de Stones een concert in Altamont, Californië, dat tragisch eindigde toen een 18-jarige Afrikaans-Amerikaanse jongen door Hells Angels werd doodgestoken. De kloof tussen de softe Stones en quasi-stoere Angels, die zogenaamd de ‘security’ verzorgden, was groot. Voordat de moord gepleegd was, vroeg Jagger, gekleed in roze satijnen cape en roze satijnen pet, aan de op het podium geklommen Hells Angels: „Give me some room fellas... please?” Na het Altamont-debacle zouden hun concerten steeds professioneler worden.

Zo verliep de ontwikkeling van The Rolling Stones parallel aan die van de popmuziek zelf. De jaren zestig waren het decennium waarin popmuziek werd uitgevonden als massamedium. Alles werd groter: de aandacht van fans, van media, de festivals, de logistiek.

In de jaren tachtig traden de Stones toe tot eerste generatie van de megaoptredens. Om de achterste rijen in de stadions en arena’s te bereiken rende Jagger nog sneller over de podia heen en weer, en liet zich met een hoogwerker langs het publiek voeren. Hij droeg renschoenen en kniebeschermers, gecombineerd met fuchsiakleurige satijnen jasjes – het waren de aerobicsjaren.

Uit de geschiedenis van de Stones blijkt een duidelijk verschil tussen Amerikaanse en Britse bands. Een Amerikaanse rockmuzikant stapt het toneel op in een spijkerbroek en T-shirt. Voor Engelsen is imago van levensbelang. Bands als The Smiths, Duran Duran, The Stone Roses, Oasis, The Libertines bedachten de groepsnaam pas nadat ze het gewenste uiterlijk gekozen hadden. Britse muzikanten experimenteren met kapsels en kleding, naaien zelf of lenen kleren van hun vriendinnen. En mannelijke muzikanten kiezen, net als Jagger, niet zelden voor een vrouwelijk accent, als ruches, eyeliner of decolleté.

Jagger en Richards noemen zich de ‘Glimmer Twins’, een keurige maar niet helemaal toepasselijke bijnaam. Jagger/Richards gedragen zich als een echtpaar: waarom anders zou Richards zich in z’n autobiografie Life bekreunen om de afmetingen van Jaggers lid? Ze kibbelen en kijven en ondertussen schrijven ze onsterfelijke nummers, van Satisfaction, Wild Horses en Sympathy For The Devil tot Brown Sugar, Sister Morphine, en As Tears Go By, en tientallen andere.

Jagger en Richards zijn een stel dat niet mèt en niet zonder elkaar kan. Al meer dan vijftig jaar.