Brieven

Schaf autobelastingen af en verhoog de accijnzen

Autokopers vertonen in toenemende mate calculerend gedrag ten aanzien van geldende fiscale regels rond de ‘belasting van personenauto’s en motorrijwielen’ (BPM) en het bijtellingspercentage. Hierdoor loopt de staat steeds meer autobelasting mis, aldus Guus Peters (Opinie, 12 november). Om voor elkaar te krijgen dat iedere automobilist een redelijke bijdrage voor het gebruik van de weg blijft betalen, roept de auteur het kabinet op een nieuw systeem in te voeren waarmee de autobelasting direct wordt gekoppeld aan de CO2-uitstoot.

Deze oproep is overbodig. Een dergelijk systeem bestaat allang: de brandstofaccijns. Het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot gaan immers exact gelijk op. Het beoogde doel kan dus eenvoudig worden bereikt door bestaande belastingen af te schaffen en budgettair neutraal de accijns te verhogen. Hiermee wordt ook een ander maatschappelijk wenselijk doel bereikt: het belasten van het gebruik in plaats van het bezit van de auto.

Ruurd Schoonhoven

Oegstgeest

Hef belasting aan de pomp, per liter brandstof

Guus Peters stelt terecht dat een belasting op de CO2-uitstoot van auto’s beter is dan een wirwar van belastingvrijstellingen en -heffingen, maar de uitvoering van zijn voorstel zal berusten op de gegevens die voortkomen uit het testen van de uitstoot volgens Europese richtlijnen. De uitslag van zo’n test kan nogal afwijken van de werkelijke, in de praktijk veroorzaakte uitstoot en dus van het brandstofverbruik.

Zelf heb ik een dieselauto die, volgens de fabrieksopgave, tien liter brandstof verbruikt per honderd kilometer. Door oplettend gebruik van het gaspedaal kom ik in werkelijkheid op 4,4 liter per honderd kilometer. Dit scheelt nogal wat. Toch zou ik moeten betalen voor de uitstoot die is gebleken uit de test.

Rechtvaardiger is het om belasting te heffen aan de pomp, per getankte liter brandstof.

Jan Stoof

Geervliet

Die foto, dat is dus gewoon Anne Frank

‘Die foto, dat is toch Anne Frank?’, luidt de kop van Het Grote Verhaal (NRC Handelsblad, 13 november).

Als deze foto in 1941 genomen is, en als de op de foto afgebeelde baby inderdaad inwoonde bij de familie Frank aan het Merwedeplein 37 in Amsterdam, begrijp ik de ontkenning van de Anne Frank Stichting niet.

De bekende foto’s van Anne Frank uit 1941, in Weerklank van Anne Frank (Uitgeverij Contact, 1970) en in In het huis van Anne Frank (Uitgeverij Bert Bakker, 2004), tonen een meisje van elf tot twaalf jaar met hetzelfde halflange donkere haar, dezelfde scheiding links, dezelfde spitse neus en dezelfde mond als op uw foto.

Wie anders dan Anne Frank zou dit meisje moeten zijn? Evenals regisseur Deborah van Dam van de documentaire De Baby concludeer ik dat ‘één en één gewoon twee is’.

Norbert Vogel

Ridderkerk