BP schikt ramp met olieplatform voor 3,5 miljard

BP treft een recordschikking voor de olieramp met Deepwater Horizon in 2010. Nu is strafrechtelijke vervolging van de baan.

Na de grootste olieramp uit de Amerikaanse geschiedenis heeft de Britse oliemaatschappij BP nu ook de grootste schikking uit de Amerikaanse geschiedenis op haar naam staan.

BP betaalt 4,5 miljard dollar (3,5 miljard euro) aan de Amerikaanse overheid – 4 miljard aan strafrechtelijke claims, 525 miljoen aan de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC. Het bedrag komt bovenop de tientallen miljarden dollars die BP betaalt om de schade van de ramp te vergoeden. Het dichten van het lek en het verwijderen van aangespoelde olie kostte circa 14 miljard dollar.

Bij de ontploffing van het olieboorplatform Deepwater Horizon, voor de kust van Louisiana in april 2010, stroomde naar schatting 757 miljoen liter olie de Golf van Mexico in. De olie spoelde aan en besmeurde honderden kilometers van de kustlijn. De milieuschade is gigantisch. Bovendien kwamen bij de ontploffing elf medewerkers van het boorplatform om het leven.

BP had ongeveer 6,1 miljard dollar uitbetaald aan 220.000 gedupeerden toen het concern in maart een schikking van 7,8 miljard dollar (5,9 miljard euro) aankondigde voor ongeveer 116.000 gedupeerde mensen en bedrijven. BP zei toen dat de schikkingen niet als een schuldbekentenis moest worden opgevat.

Jarenlang ontkende BP nalatig te zijn geweest, maar nu heeft de oliemaatschappij alsnog schuld bekend aan elf beschuldigingen van het Amerikaanse ministerie van Justitie die betrekking hadden op nalatigheid en opzettelijk wangedrag.

Bestuursvoorzitter Bob Dudley laat in een verklaring op BP’s website weten: „Ieder van ons betreurt ten diepste het tragische verlies aan levens dat is veroorzaakt door het ongeluk [...], evenals het effect van de lekkage op de kust. Wij verontschuldigen ons voor onze rol in het ongeluk en, zoals de schikking met de Amerikaanse overheid laat zien, accepteren wij de verantwoordelijkheid voor onze acties.”

BP betaalt het schikkingsbedrag verspreid over een periode van zes jaar, zo staat in dezelfde verklaring. De afgelopen jaren heeft de oliemaatschappij allerlei bedrijfsonderdelen verkocht – waaronder een raffinaderij en olie- en gasvelden – om de claims van de olieramp te betalen.

De schikking houdt in dat de Britse oliemaatschappij niet strafrechtelijk meer kan worden vervolgd. Wel werd gisteren bekend dat drie BP-medewerkers individueel worden aangeklaagd. Twee van hen worden beschuldigd van doodslag door nalatigheid, zij zouden niet afdoende toezicht hebben gehouden op veiligheidstesten op het boorplatform. En een directeur van BP zou tegen de autoriteiten gelogen hebben over de omvang van het olielek. Hij is aangeklaagd voor het afleggen van een valse verklaring.

Burgers kunnen nog altijd civiele zaken tegen BP aanspannen.