Zomerexpo gaat kunst verkopen

De Zomerexpo in het Gemeentemuseum Den Haag wordt in 2013 een verkooptentoonstelling. De galeries vinden het oneerlijke concurrentie.

Kunst bekijken in een museum en na afloop één van de werken kopen. Bij het Gemeentemuseum Den Haag kan dat volgend jaar, tijdens de Zomerexpo. De tentoonstelling, waarvoor iedereen die kunst maakt werk kan inleveren, kreeg voor drie jaar subsidie, maar moet vanaf 2014 op eigen benen staan.

Het wegvallen van de subsidies is niet de enige reden dat de Zomerexpo een verkooptentoonstelling wordt, zegt Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum, die de expositie samen met de stichting ArtWorlds organiseert. „We willen meer mensen stimuleren kunst te kopen en we willen kunstenaars de kans geven hun werk te koop aan te bieden aan een groot publiek.” Volgens Tempel onderscheidt de Zomerexpo zich van kunstbeurzen doordat kunstenaars in het museum zonder tussenkomst van een galerie in staat worden gesteld hun werk te koop aan te bieden. „Er zijn genoeg kunstenaars die niet vertegenwoordigd worden door een galerie en die dus moeilijk in contact komen met een breed publiek. Daarnaast heeft een deel van het publiek drempelvrees om een galerie binnen te gaan. Die belemmeringen zijn er niet in een museum.”

De Nederlandse Galerie Associatie vindt het oneerlijke concurrentie. Volgens voorzitter Guus Broos is de Zomerexpo in het voordeel omdat die met subsidie is opgezet en plaatsvindt in een gesubsidieerd museum. „Galeries moeten veel kosten maken om kunst te kunnen verkopen. Ze investeren in beurzen en betalen huur. De Zomerexpo hoeft dat niet.”

Erik Hermida, directeur van de KunstRAI, is het eens met deze kritiek. „Musea zijn er niet om kunst te verkopen”, zegt hij. „De overheid moet gesubsidieerde instellingen verbieden zich op de vrije markt te begeven.” Maar Sebastiaan van Kuijk van de Affordable Art Fair reageert positief. „Ik vind het fantastisch als kunst kopen voor een breed publiek toegankelijk wordt.” Fons Hof, directeur van kunstbeurs Art Rotterdam, vindt het „enerzijds positief als mensen voor het eerst kunst gaan kopen, maar anderzijds misleidend dat die kunst het kwaliteitskeurmerk van het museum krijgt.”

De Zomerexpo, met een begroting van 600.000 euro, heeft voor drie jaar subsidie gekregen van het Fonds voor Cultuurparticipatie, 200.000 euro per jaar. Daarnaast krijgt de organisatie 60.000 euro per jaar van het Mondriaanfonds. Deze subsidies zijn niet structureel, maar bedoeld als opstart. Ongeveer een kwart van de begroting wordt gedekt door de inschrijvingskosten: wie wil meedoen aan de Zomerexpo, betaalt 25 euro per kunstwerk. Daarnaast meldde de BankGiroLoterij zich afgelopen jaar als partner. De loterij betaalde onder meer de stimuleringsprijzen voor deelnemers.

De Zomerexpo wordt volgend jaar voor de derde keer georganiseerd, naar het voorbeeld van de Summer Exhibition van de Royal Academy of Arts in Londen en de Canvas Collectie in België. Carlien Oudes, artistiek leider van de Zomerexpo, zegt: „In Londen zijn de kunstwerken ook te koop. Daar wordt 60 tot 70 procent verkocht. Het is moeilijk inschatten wat het bij ons zal opleveren. De kunstenaars mogen zelf de prijs van hun werk bepalen. Belangrijk is in elk geval dat we komend jaar een klantenkring opbouwen en dat kunstenaars zich ervan bewust worden dat ze zich ondernemend moeten opstellen.”

Deelnemers zijn volgend jaar verplicht hun werk te koop aan te bieden. Ze krijgen 70 procent van de opbrengst, de rest is voor ArtWorlds.