Zó dicht bij de Formule 1 maar ook zó ver weg

Robin Frijns reed vorige week bij twee raceteams testrondjes. Maar zonder sponsors lijkt hij kansloos voor een stoeltje in de Formule 1.

Robin Frijns probeert thuis bij zijn ouders zijn hoofd leeg te maken na een slopende week vol Formule 1 in Abu Dhabi. Begin vorige week stapte de 21-jarige Limburger in bij renstal Sauber, twee dagen later reed hij in de auto van tweevoudig wereldkampioen en WK-klassementsleider Sebastian Vettel, in dienst van Red Bull. Het raceteam probeert de auto te verbeteren, opdat de Duitse kopman zijn derde wereldtitel kan winnen. „Het komt niet elke week voor dat je voor twee Formule 1-teams rijdt. Ik probeer nog steeds te verwerken wat alle knoppen op het stuurwiel doen”, zegt Frijns.

Hij is door Sauber gevraagd in het Midden-Oosten de auto te testen, want de renstal ziet voor de lange termijn een groot talent in hem. Medewerkers van Sauber waren lovend. Bij Red Bull lag het anders: Frijns mocht daar testen, omdat hij de World Series by Renault – een kweekvijver voor racebeloften – had gewonnen. Hij kreeg niet de mogelijkheid een snelle rondetijd neer te zetten, zoals Red Bull-talent Antonio Felix da Costa twee dagen wel kon doen.

De Oostenrijkse renstal vroeg Frijns in een eerder stadium om, net als Felix da Costa, in het opleidingsprogramma van Red Bull te komen, maar hij weigerde twee keer. Frijns twijfelt voordat hij tekst en uitleg geeft. Een interview met een persbureau werd volgens hem zo uit zijn verband gerukt, dat hij zich moest verantwoorden bij Red Bull-teambaas Christian Horner. Frijns zegt nu: „Ik heb de ene keer ‘nee’ gezegd omdat Red Bull voor jou beslist waar je gaat rijden. Je kunt dus niet zelf een raceklasse en team kiezen. Ik ben gevoelig, de mensen om mij heen vind ik erg belangrijk. En het heeft de laatste jaren resultaat opgeleverd. De andere keer weigerde ik, omdat ik moest bijbetalen. En dat ging niet.”

Frijns zit in een lastig parket. Drie keer op rij werd hij kampioen in steeds sterkere ‘opstapklasses’, maar sponsors staan niet voor hem in de rij. „We zijn druk bezig met sponsoring, wereldwijd. Niemand vindt het interessant. Hoe dat komt? Ik zou het niet weten. Iedereen wil zijn geld bij zich houden in deze tijden.”

Frijns realiseert zich dat hij zonder sponsors en dus zonder geld minder aantrekkelijk is voor Formule 1-teams. Ongeveer een kwart van de coureurs mag rijden, omdat ze zoveel geldschieters hebben. Sterk voorbeeld is de Venezolaan Pastor Maldonado, die naar verluidt 30 miljoen euro meebrengt voor een jaar sturen bij middenmoter Williams. Kleinere teams hebben geld nodig om competitief te kunnen zijn.

Een racestoeltje gaat komend seizoen aan Frijns voorbij, door het gebrek aan sponsoring, denkt hij zelf. „Als je reëel bent, weet je dat het lastig wordt. Bij Sauber is er een jongen die al twee jaar zit te duwen en nog veel geld meebrengt ook.”

Die jongen is testrijder Esteban Gutiérrez, die kan rekenen op steun van Telmex – het telecombedrijf van de rijkste man ter wereld, de Mexicaan Carlos Slim. Na de eendaagse test van Frijns mocht Gutiérrez twee dagen testen in Abu Dhabi. Over een mogelijkheid bij andere teams is hij vaag – het aantal plekken is schaars.

Zijn naam werd de laatste weken in verband gebracht met een testrol bij de Formule 1-teams Mercedes en Williams. Frijns laat een stilte vallen. „Ik heb mijn best gedaan tijdens de tests, nu is het een politiek spelletje. Mijn manager Werner Heinz is met iedereen in gesprek en laat overal mijn naam horen.”

Door geldgebrek zou het logisch zijn dat Frijns elke strohalm aanpakt, zoals een opleiding bij een team of een plekje als testrijder. Over die laatste mogelijkheid zegt hij: „Ik ben geen jongen die op een bank naar de tv gaat kijken. Er rijden dan jongens op de baan en ik zit ernaast. Maar ik zeg niet bij voorbaat ‘nee’. Ik ben veeleisend voor mezelf en ga om te winnen. Dit jaar werd ik in één weekend zevende en negende, dan ben ik echt niet te genieten.”

Ondanks de sterke resultaten van de afgelopen jaren kan Frijns’ racecarrière na deze winter zomaar voorbij zijn. Een jaar in de GP2 rijden – voorprogramma van de Formule 1 – is voor hem te duur. „En Sauber gaat dat niet voor een jaar betalen, zodat ik eventueel later kan instappen.” Zijn voorlopige conclusie: „Ik heb niet veel opties, dus wacht af. Gekmakend en frustrerend. Maar in de winter gebeurt er veel. Ik trek pas een fles open als er iets op papier staat.”