Zelfreflectie is meestal niet hun sterkste punt

Het getuigt van moed dat Rutte en Samsom hun fouten toegeven. Eindelijk tonen politici eens wat zelfreflectie, betoogt Marcel Canoy.

Omdat ze na het zorgpremiedebacle zo snel op hun schreden zijn teruggekeerd, verdienen Mark Rutte en Diederik Samsom een groot compliment. Rutte heeft zijn excuses aangeboden en toegegeven dat de VVD en de PvdA fout zaten. Vrijwel iedereen is het erover eens dat het invoeren van inkomensafhankelijke zorgpremies onverstandig was.

Waarom verdient deze vorm van zelfreflectie een groot compliment? Omdat het een ondoordacht plan was. De zorgverzekeringsmarkt werd onnodig verstoord. De solidariteit in de zorg werd op de proef gesteld. De middenklasse moest niet alleen bloeden voor de lage, maar ook voor de hoge inkomens. Dit zou een perverse manier van nivelleren zijn geweest. Het nieuwe plan, waarin wordt genivelleerd via de belastingen, is logischer en eerlijker.

Maar het compliment is bovenal nodig omdat zelfreflectie zeldzaam is in de politiek. Politici hebben veel moeite om formeel terug te komen op een eerder ingenomen standpunt, en zeker om dat zo snel te doen. Doorgaans wordt zo’n stap omkleed met doorzichtige retorische trucjes. Hierdoor worden die politici vaak ook nog beticht van draaien.

Wat bepaalt of het veranderen van standpunt opportunistisch gedraai is of het verkrijgen van nieuwe inzichten? Volgens NRC-columnist Marc Chavannes wordt de grens bepaald door het al dan niet bestaan van morele grenzen. Zo was het opvallend hoe snel diverse CDA-prominenten afstand namen van de PVV na het onvermijdelijke instorten van het zwalkende gedoogkabinet-Rutte I . De toenmalige CDA-minister Spies draaide evident toen ze het gedoogavontuur „een experiment dat niet voor herhaling vatbaar is” noemde, maar weigert toe te geven dat het hele avontuur een kardinale fout was.

Het is opmerkelijk dat politici zo’n moeite hebben met zelfreflectie. Voormalig premier Balkenende maakte het helemaal bont, door naar aanleiding van het opstappen van Kamerlid Wijnand Duyvendak (GroenLinks), in 2008, andere politici op te roepen tot zelfreflectie, hoewel hij zelf berucht was door het gebrek hieraan – althans in publieke uitspraken. Waarom is dit zo? Het lijkt weinig onderzocht. Ik zie een voor de hand liggende verklaring en een iets minder voor de hand liggende.

Omdat leiders van politieke partijen in het mediaspektakel meegezogen worden, is er bij verreweg de meeste politici sprake van een gemankeerd zelfbeeld. Een te rooskleurig zelfbeeld is een slecht begin op weg naar zelfreflectie. Ze hebben immers geen fouten gemaakt. Het kwam door de omstandigheden, de media – en verzin er zelf nog maar een paar.

De minder voor de hand liggende verklaring is dat politici zelfreflectie verwarren met het boetekleed aantrekken. Vaak hangen politieke besluiten aan elkaar van compromissen of komen ze tot stand onder tijdsdruk. Om dan als individuele politicus het boetekleed aan te trekken als het misgaat, is electorale suïcide.

Deze redenering is gebaseerd op electorale naïviteit. Je fouten toegeven getuigt juist van kracht. Kiezers worden moe van politici die om de hete brij heendraaien, hun kop in het zand steken of dingen lijken te verbergen. Hulde dus voor Rutte en Samsom in plaats van hoon.

Marcel Canoy is hoofdeconoom van Ecorys en hoogleraar zorgeconomie aan de Universiteit van Tilburg.