Wereldwijde verdroging is overschat

Regionaal heerst soms extreme droogte. Maar in andere gebieden werd het wateraanbod juist groter, blijkt uit nieuwe berekeningen.

Karel Knip

Het lijkt de afgelopen zestig jaar op aarde niet droger geworden, in tegenstelling tot wat het klimaatpanel IPCC in zijn laatste rapport schreef. Een nieuw onderzoek aan de droogteperiodes in het tijdvak 1950 – 2008 laat voor de aarde als geheel nauwelijks een bijzondere trend zien. Ook lijkt het totaal landoppervlak dat door ernstige droogte werd getroffen in de periode van 58 jaar nauwelijks toegenomen.

Wel is het sinds 1950 regionaal droger geworden, vooral rond de Middellandse Zee, in de Sahel en in China. Maar daar staat een beduidend hoger wateraanbod in andere gebieden tegenover. Dat concluderen onderzoekers verbonden aan Amerikaanse en Australische instituten vandaag in het tijdschrift Nature. Eerste auteur is Justin Sheffield van Princeton University.

In het laatste rapport van het VN-panel voor klimaatanalyse IPCC (2007) werd de gestaag toenemende droogte nog min of meer als vaststaand gepresenteerd. Dat een steeds groter deel van het aardoppervlak sinds 1900 door droogte getroffen was, werd er ‘likely’ genoemd. In IPCC-termen betekent dat een waarschijnlijkheid van meer dan 66 procent. Dat het door de mens versterkte broeikas-effect er een rol in speelde heette ‘more likely than not’: eerder wel dan niet waar. Maar in een dit jaar verschenen extra rapport over extreem weer was dit al afgezwakt tot de constatering dat er maar ‘gemiddeld vertrouwen’ bestond in de analyses. Nu lijkt er reden om de conclusies nog verder af te zwakken.

Bij nader inzien blijken uitspraken over droogte gebaseerd op een tamelijk willekeurige index voor droogte die rond 1965 in de VS werd ingevoerd. Anders dan regenval of temperatuur is het begrip ‘droogte’ niet makkelijk eenduidig te definiëren. Droogte hangt immers niet alleen af van regenval, maar ook van bijvoorbeeld verdamping. De Amerikaan Wayne C. Palmer ontwierp een arbitraire maat: de Palmer Drought Severity Index: PDSI.

De arbitraire PDSI is wereldwijd ingevoerd. Maar volgens Sheffield en collega’s is de index al jarenlang verkeerd berekend, en dan met name de ‘PE’ (potentiële evapotranspiratie) die daarin een belangrijke rol speelt (zie kader).

In de Amerikaanse landbouwpraktijk is destijds een formule in gebruik genomen die de PE uitsluitend uit de temperatuur afleidt. Dat was min of meer uit nood geboren, omdat vaak niet meer voorhanden was dan een temperatuurmeting. Dat luchtvochtigheid, wind en zonnestraling ook van invloed zijn op de PE bleef buiten beschouwing.

Maar, noteren Sheffield en collega’s, de methode is niet geschikt voor het opsporen van trends in klimaatverandering. Zij berekenden de PE met een formule die wél rekening houdt met wind en luchtvochtigheid. Het leidde tot waarden van de droogte-index die fors verschilden van de oude waarden.

Zoals ook in een begeleidend commentaar wordt vastgesteld, toont het artikel aan dat uitspraken over droogte volkomen afhangen van de gehanteerde methodologie. Er is aan toe te voegen dat het daarom ook zo moeilijk is aan te tonen dat het broeikaseffect erop van invloed is.