Soedan creëert hongersnood Nuba-volk

De Arabische regering van Soedan bombardeert de scholen, kerken en akkers van het zwarte Nuba-volk. „Hun cultuur wordt stelselmatig vernietigd.”

De dorpelingen zoeken in het hoge gras. Ze vinden de plek waar de bommen van het Antonov-legervliegtuig van de Soedanese luchtmacht zijn gevallen. Bij een krater midden in het graanveld wijst herder Ahmed Kashab naar de boom waaronder hij lag te slapen. Hamdulillah, God zij dank, hij heeft het overleefd.

Het is zondagmorgen in de Nubabergen. Vrouwen met kleurige omslagdoeken zijn onderweg naar de kerk van de Moro-stam. Opnieuw klinkt het aanzwellend gezoem van een Antonov. De voorganger van de protestantse Nubakerk stuurt zijn mensen terug naar de bergen. Juichend, dansend en biddend wordt in de rotsspelonk een schuilplaats bij de Allerhoogste gezocht. De preek gaat over Openbaring 22: „Buiten zullen de honden zijn en doodslagers. Maar God zal spoedig komen.”

Vlak voor de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in juli 2011 begon het Soedanese leger het zwarte Nuba-volk in de provincie Kordofan te bombarderen. President Omar al-Bashir wil van Soedan een zuiver Arabische en islamitische maken. De Nuba’s en andere Afrikaanse volkeren in het zuiden van Soedan passen daar niet in. De strijd tegen de Nuba’s, met hun eigen taal, cultuur en veelal christelijke en inheemse religie, is volledig ontbrand.

Montasir Nasir, hoofd van de Mensenrechtencommissie in het Nuba-gebied, heeft dit jaar meer dan 2.000 bombardementen gerapporteerd. Hij somt een rijtje kerken op die dit jaar zijn geraakt, maar ook wijst hij op getroffen scholen en akkerbouwgronden. Hoeveel doden er zijn gevallen weet hij niet, maar hij verwacht dat het er duizenden zijn.

Sinds de christelijke Nubische koninkrijken in Soedan vanaf de zesde eeuw onder de voet werden gelopen door islamitische legers „is er voor de cultuur van de Nuba-volken, met name de christenen, geen vrijheid meer geweest”, zegt Nasir. Hij spreekt van een bewust beleid. „Khartoum is er al tientallen jaren op uit de Nuba-volken te arabiseren en te islamiseren. De lokale taal en cultuur worden stelselmatig vernietigd door scholen en kerken te bombarderen. Door de graanakkers te raken, zorgen ze voor een hongersnood.”

De kleine akkers liggen er troosteloos bij. De halmen zijn geknakt en er zit nauwelijks structuur in de zaaibedden. De Nuba’s houden rond hun hutten een akkertje bij voor eigen consumptie. In het dal hebben ze een groter areaal, bedoeld voor de handel waarmee ze de droge tijd (december tot april) kunnen doorkomen. Maar de strijd maakt dat nu onmogelijk.

Op de belangrijke markt in Kurci wordt vrijwel niets van het eigen land aangevoerd. Sesamzaad en sorghum worden met een grote vrachtwagen vol smokkelaars binnen gebracht. Aan de truck hangen jerrycans met diesel. De prijs van gesmokkeld voedsel en diesel uit het noorden blijkt iets lager dan in de grensplaats Yida in Zuid-Soedan.

Maar er is vrijwel niemand in de Nubabergen die cash geld heeft. Ruim 73 procent van alle inwoners heeft geen enkel inkomen, zo concludeerde een internationale non-gouvernementele organisatie vorige maand na een onderzoek. De rest van de mensen heeft ook nauwelijks iets. Op de vier bezochte markten is de gemiddelde kraam niet groter dan een badhanddoek. Daarop liggen stapeltjes mini-tomaten, soms mango’s, een hoopje van drie aardappelen of vier kleine citroenen. Vrijwel niemand koopt iets.

Onderzoekers van de John Hopkins Bloomberg School of Public Health in Baltimore, die Nuba-kinderen van een half jaar tot vijf jaar oud onderzochten, concluderen deze maand dat de voedselvoorziening dramatisch is verslechterd. Ruim 81 procent van alle huishoudens moet leven van één maaltijd per dag. In 2011 was dat nog het geval bij 9,5 procent. Als gevolg hiervan is 14,9 procent van de kinderen ondervoed. Voor 3,6 procent van de kinderen is de situatie ‘zeer acuut’.

Het ene deel van de Nubabergen wordt gecontroleerd door het Soedanese leger, het andere door rebellen. In rebellengebied staat slechts een katholiek ziekenhuis, dat illegaal van medicijnen en voedsel wordt voorzien. De Amerikaan John Catena (52) is de enige arts voor de 300 patiënten. Kinderen delen een bed. Van de 350 bedden zijn er 100 onbezet. Maar die vullen zich snel, vooral met ondervoede kinderen.

„In de afgelopen drie jaar heb ik het aantal ondervoede kinderen zien toenemen”, zeg Catena. „Binnen enkele maanden verwacht ik de ergste hongersnood die deze generatie heeft meegemaakt. De mensen hebben geen reserves meer. De regen in het afgelopen jaar was zo slecht, dat ze nauwelijks het jaar doorkwamen. Door de bombardementen hebben ze niet genoeg kunnen planten voor de nieuwe oogst in november. Dit leidt tot een groot voedseltekort.”

Tijdens de rondleiding door het ziekenhuis vertelt hij luchtig over de operaties van die dag. Bij een vrouw trekt hij even het laken weg. Haar buik vertoont een groot verbandgaas. „Ik heb er alleen maar gras en stenen uitgehaald.” Bomscherven hadden haar op het land bij Heiban getroffen. „Ze redt het wel.” Catena opereert twee dagen per week, meer dan 16 operaties achter elkaar doet hij eigenlijk nooit. Het sterftecijfer in zijn ziekenhuis is in een jaar tijd gedaald van 10 naar 2,5 procent.

Het zijn kleine lichtpuntjes, want ook Mensenrechtencommissaris Nasir schetst een zwart beeld van de nabije toekomst. „Sinds de oorlog in juni 2011 weer begon, zijn er uit dit gebied van de ruim 1 miljoen inwoners ongeveer 800.000 gevlucht. Dat is dus een etnische zuivering; mensen worden vanwege hun politieke, etnische en religieuze overtuiging met geweld uit hun gebied gejaagd.”

Volgens het vredesakkoord uit 2005, dat vorig jaar leidde tot de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan, hadden de Nuba-volken recht op een volksraadpleging over welke vorm van bestuur zij wilden. „Maar Khar-toum heeft dat niet uitgevoerd. In plaats van hulp geven aan het gebied ziet de wereld toe hoe de bommen vallen. Wij worden geregeerd door criminelen, maar de internationale gemeenschap doet er zaken mee.”

Regering en rebellen hebben drie weken geleden een overeenkomst bereikt met de VN, de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga over hulp aan de Nuba’s, maar daar komt niets van terecht. „Er is nog geen graankorrel terechtgekomen in rebellengebied”, zegt arts Catena. „Maar ondertussen geeft het VN-voedselprogramma wel voedselhulp aan het gebied dat de regering controleert. Dit is een klassiek voorbeeld van voedsel als wapen. Op deze manier is de internationale gemeenschap indirect verantwoordelijk voor de etnische zuivering.”

De eenzame arts in de Nuba bergen schudt zijn hoofd: „Ik kan niet begrijpen dat mensen de logica hiervan niet inzien.”