Rutte durft alweer grappen te maken

Op de PVV, de SP en het CDA hoeft het kabinet niet te rekenen. Andere oppositiepartijen zijn wel bereid zaken te doen. Het succes van Rutte II is daarvan afhankelijk.

DEN HAAG - Premier Mark Rutte aan het woord op de tweede dag van het debat over de regeringsverklaring van Rutte II. ANP PHIL NIJHUIS Phil Nijhuis

Mark Rutte was er gisteren weer. Terwijl de VVD-fractie de afgelopen twee weken verdronk in de boosheid van kiezers, leden en prominenten over de invoering van de inkomensafhankelijke zorgpremie, bleef het stil rond de leider. Zo stil dat er hier en daar twijfels rezen over het vermogen en de wil van Rutte de eigen partij door deze nivelleringscrisis te loodsen.

De verwijten die Rutte afgelopen weken uit evenwicht leken te brengen, gleden tijdens het debat over de regeringsverklaring van hem af. De premier had zich niet alleen verzoend met de nivelleringswens van de nieuwe coalitiegenoot PvdA, hij had zich er zelfs mee verbonden – hoewel dat slechts werd ingegeven door economische omstandigheden, zoals Rutte zelf benadrukte.

Zo legde hij uit dat zijn VVD in principe geen voorstander is van kleinere inkomensverschillen, maar dat het in tijden van grote bezuinigingen „fatsoenlijk” is om de lagere inkomens relatief te ontzien.

Met die redenering probeerde Rutte ook algemenere kritiek van de oppositie te weerleggen. Namelijk dat het nieuwe verbond van liberalen en sociaal-democraten een gemeenschappelijke visie ontbeert, en daarmee niet in staat zal zijn de samenleving te overtuigen van de noodzaak van grote bezuinigingen. Een onzinnige redenering, vond Rutte. De VVD en de PvdA hebben een gemeenschappelijke visie op het bestuur: houdbare staatsfinanciën, eerlijk delen en een duurzame economie.

Het leidde tot verbazing en ergernis bij PVV-leider Geert Wilders en CDA-leider Sybrand van Haersma Buma. Was dit nou de man met wie ze de afgelopen twee jaar hadden samengewerkt? Die zich al die tijd met schijnbaar groot plezier tegen de PvdA had afgezet? Ze vonden het maar ongeloofwaardig. Wilders, die Rutte afschilderde als socialist, diende een motie van wantrouwen in. Buma zei niet meer te weten wie nou de echte Mark Rutte was, de man die voor de verkiezingen een hekel had aan nivelleren, of de man die er nu begrip voor heeft? SP-leider Emile Roemer was „echt geïrriteerd”, omdat de premier naar zijn smaak oneerlijk was over de effecten van zijn beleid op lagere inkomens.

Het raakte Rutte niet. De VVD-leider, hij staat bekend als pragmatisch, had zich duidelijk gecommitteerd aan Samsom en diens PvdA. De identificatie met de nieuwe coalitiepartner leidde tot soms verrassende uitspraken. Opeens had Rutte het over „groene groei” en verdedigde hij de financiële degelijkheid van de PvdA met de opmerking dat er „niks links is aan een hoog begrotingstekort”.

Straalde hij de afgelopen tijd vooral deemoed uit, culminerend in een mea culpa op maandagavond, gisteren zat Rutte weer vol grapjes. Toen CDA-leider Sybrand Buma hem verweet dat zijn vorige minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) heel anders over de eurocrisis sprak dan diens opvolger Jeroen Dijsselbloem (PvdA), riep Rutte: „Het enige verschil tussen Dijsselbloem en zijn voorganger is dat de eerste dunner is.” De Kamervoorzitter wees hem erop dat die woorden in de Handelingen zouden worden opgenomen, maar dat schrikte de premier niet af. „Deze opmerking is namens het hele kabinet gemaakt.”

Afgaande op het debat van gisteren leek het belangrijkste risico voor het nieuwe kabinet, een gebrek aan zelfvertrouwen en vastberadenheid bij de minister-president, vervlogen. Zoals een VVD’er in de wandelgangen zei: „Na een dipje komt de baas altijd drie keer zo sterk terug.”

Het is niet meer dan een begin. Nu moet Rutte nog voldoende oppositiepartijen voor zich winnen om de plannen van VVD en PvdA door de Eerste Kamer te krijgen, waar de coalitie geen meerderheid heeft. Op de flanken hoeft hij niet te rekenen, zo maakten SP en PVV duidelijk. Verbazender is dat ook middenpartij CDA voorlopig meer bezig lijkt met de gebroken verkiezingsbeloften van Rutte dan met de mogelijkheden het nieuwe beleid te beïnvloeden.

De nieuwe coalitie zal het moeten hebben van D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP – ook allemaal kritisch over het kabinet.

In dat licht had het belangrijkste deel van het debat plaats toen de meeste kijkers al waren afgehaakt. Laat op de avond boog de premier zich over de moties van deze partijen, en voltrok zich een ongebruikelijk schouwspel. Terwijl kabinetten gewoon zijn oppositiemoties zonder veel poespas te ontraden deed Rutte het tegenovergestelde. In soms minutenlange tekstexegeses ging de premier tot het uiterste zijn opponenten tegemoet te komen. En was te zien hoe zij zich weer lieten betrekken bij het besturen van het land.