Pakistan toont buren nieuw gezicht

Pakistan laat strijders van de Talibaan vrij. Dat duidt op een koerswending. Islamabad streeft naar een constructieve rol in Afghanistan en de regio.

Pakistan heeft eindelijk ingestemd met het Afghaanse verzoek hooggeplaatste Talibaan-gevangenen vrij te laten. Ruim een jaar drongen de Afghaanse president Hamid Karzai en zijn vredesgezant Salahuddin Rabbani daar al op aan in een poging vredesbesprekingen met de Talibaan op gang te brengen. Het zou volgens Pakistaanse bronnen gaan om „ongeveer tien” Talibaan-commandanten. Onduidelijk is wanneer ze vrij komen en onder welke voorwaarden. De beslissing werd alom verwelkomd als een ongekend gebaar van Pakistaanse steun aan het Afghaanse vredesproces.

Toen het nieuws gisteren uitlekte tijdens de tweede dag van een driedaags bezoek van gezant Rabbani aan Islamabad, klonk ook scepsis. Pakistan wordt al jaren beschuldigd van dubbelspel. Het land zou steun bieden aan de internationale coalitie die in Afghanistan vecht tegen de Talibaan en Al-Qaeda en intussen de Talibaan helpen. Zo wordt algemeen aangenomen dat het leiderschap van de Afghaanse Talibaan zetelt in de Pakistaanse stad Quetta, niet ver van Kandahar en onder bescherming staat van de belangrijkste inlichtingendienst van het Pakistaanse leger, de Inter-Services Intelligence (ISI).

Pakistans dubbelspel zou zijn ingegeven door het leger dat grote invloed heeft op de buitenlandse politiek. In de aloude strijd tegen India konden de generaals geen sterk Afghanistan gebruiken dat misschien de zijde van New Delhi zou kiezen. Afghanistan zwak houden, was het devies. Het liefst met een regering die Pakistan goed gezind is.

Tot zover het oude liedje. Want het Pakistaanse buitenlands beleid heeft letterlijk en figuurlijk een nieuw gezicht gekregen. Een van de eerste reizen van de vorig jaar benoemde minister van Buitenlandse Zaken, de 34-jarige Hina Rabbani Khar, was naar New Delhi. Eerst werd geschamperd over haar dure Hermès Birkin-tas en haar verfijnde uiterlijk, maar inmiddels zwijgen de sceptici.

Pakistan beseft dat de NAVO ook na de terugtrekking in 2014 nauw bij Afghanistan betrokken zal blijven. De Talibaan zijn niet sterk genoeg om de macht te grijpen. Bovendien heeft Pakistan al sinds 2005 te lijden onder een bloedige Talibaan-opstand in eigen land. Angstige investeerders trokken weg en door een haperende stroomvoorziening ligt de industrie grotendeels plat. Intussen groeit de bevolking maar door, terwijl Pakistan zijn jongeren nu al geen banen kan bieden, wat hen kwetsbaar maakt voor de Talibaan. Pakistan kan zich simpelweg geen kostbare vijandschappen meer veroorloven, niet met de VS in Afghanistan en evenmin met India.

Toen Karzai vorig jaar in New Delhi was, waar hij een overeenkomst tekende die India invloed in Afghanistan zou geven, reageerde Pakistan niet als door een wesp gestoken. Vorige week was Karzai weer in New Delhi. Nu om het Indiase bedrijfsleven naar zijn land te leiden. Opnieuw geen protest uit Islamabad. Volgens de invloedrijke veiligheidsanalist Imtiaz Gul zien ook de generaals nu het benarde van de situatie in.

Inmiddels heeft Pakistan zelfs banden aangeknoopt met gezworen vijanden van de Talibaan in Afghanistan. In februari ontmoette minister Khar verschillende leiders van de Tadzjieken, Hazara en Oezbeken. Vrijlating van Talibaanleiders, impopulair in Pakistan, is een nieuw front in een charmeoffensief dat ten doel heeft alle spelers ervan te overtuigen dat Islamabad een einde wil aan de instabiliteit van zijn buurland. „Het belang van Pakistan is voor ons belangrijker dan wat populair is”, zei minister Khan onlangs op Al-Jazeera. „We hebben bijna 36 jaar geleden onder een niet-democratisch bewind. Geef ons een beetje tijd”.

    • Joeri Boom