Ode en klaagzang over huid

Be You – Patricia Kaersenhout en Jeannette Ehlers.T/m 29 dec. CBK Zuidoost, Amsterdam Zuidoost (cbkzuidoost.nl). 8 dec opent bij C&H Art Space Amsterdam een groepsexpositie met o.a. Kaersenhout en Ehlers. (ch-artspace.com) ****

Te dik er bovenop, te boodschapperig, te weinig inventiviteit. Veel hedendaagse kunst die maatschappelijk geëngageerd wil zijn, treft het lot van dat piepkleine bijwoordje ‘te’. Natuurlijk zijn er de paar duivelstoejagers die het wel lukt. Erik van Lieshout is er zo één. Documenta-lieveling William Kentridge ook. De nog relatief onbekende, aan de Rietveld Academie afgestudeerde Patricia Kaersenhout (1966) doet een goede gooi.

In het CBK Zuidoost in Amsterdam toont Kaersenhout twee nieuwe films, waarvan ze er één maakte met de Deense Jeannette Ehlers. Daarnaast toont zij twee oudere, manshoge tekeningen en een serie nieuwe foto’s, ook een samenwerking met Ehlers. Deze foto’s zijn de zwakste elementen op de tentoonstelling. Door middel van een digitaal trucje hebben Ehlers en Kaersenhout de donkere elementen in zeventiende-eeuwse schilderijen in het Rijksmuseum in Amsterdam en het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen wit gemaakt. Meer dan een aardigheidje is het niet.

Gelukkig is haar andere werk veel rijker. Kaersenhout, die van Surinaamse komaf is en zich bezighoudt met kwesties als slavernij, de Afrikaanse diaspora, vrouwelijke seksualiteit en racisme, heeft samen met Ehlers de grofkorrelige zwartwit-film Be You gemaakt. De film, die afgelopen week het Black Woman Festival in de Bijlmer opende, is een prachtige staccato ode en tegelijk een lamentatie aan de zwarte huid en haar betekenissen.

Evenzo dubbelzinnig zijn Kaersenhouts tekeningen en haar nieuwste animatiefilm. Hoewel de tekeningen al in 2009 zijn gemaakt en de animatiefilm uit 2012 dateert, horen ze duidelijk bij elkaar.

The Poetry of Invisibility (deel 1 en 2) is een zoektocht naar betekenis, naar geur, kleur en geluid, naar gemoedstoestand, woonplaats en bewegingsvrijheid – en dat in alle mogelijke media, op een zo ongrijpbaar mogelijke manier. De tekeningen zijn haast driedimensionaal en bestaan uit knipsels, verf, potlood, linnen en papier: een scharminkelig kamertje speelt daarin de hoofdrol, een zwarte man ligt in een bed. In de animatiefilm zijn de tekeningen tot leven gewekt. De man zit nu op een veranda, rook kringelt boven zijn hoofd. Het geluid van een voorbijrazende trein klinkt, ergens lekt water, er klinken stemmen uit een radio die van alles roepen over complexiteit, over identiteit en ras. Allemaal loodzware kwesties die verdampen in een atmosfeer van lome hitte, want net op het moment suprême stoort de radio, is de ether weer vol van ruis en is er rook die langzaam wordt uitgeblazen.