Nick Oberthaler is een minimalistische hooligan

Nick Oberthaler: Point de fluite. T/m 28 nov. bij galerie Martin van Zomeren, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u. Inl: gmvz.com ****

Dat is misschien wel het grootste probleem met hedendaags minimalisme: dat je zo snel geneigd bent te denken dat je het allemaal wel weet. Neem het werk van de Oostenrijker Nick Oberthaler (1981). Hij exposeert op dit moment bij Martin van Zomeren sobere, kale tekeningen van gekleurde blokkenpatronen, houtbouwsels en één foto – de tekeningen doen denken aan Sol LeWitt, de houtbouwsels aan iets te dunne kozijnen en de foto, nou ja, aan een vakantiekiekje.

We zien een paar kruinen van palmbomen, een blauwe hemel en een witte luchtstreep – die een vreemde curve maakt. Maar daarin zit nou net de crux: het licht lijkt bijna uit het oppervlak van de foto naar buiten te springen. Dat is natuurlijk een illusie, legt Oberthaler uit in een korte tekst: het effect dat we zien is niet meer dan het zonlicht dat in de lens van de camera reflecteerde. Wel vreemd. Onverwacht. Best mooi ook eigenlijk.

Wie dit heeft gezien, beseft dat Oberthaler voortdurend werkt met dit soort kleine afwijkingen en vervreemdingen – zelf noemt hij het ‘lekken’. Die lekken vormen een serieus bestanddeel van deze expositie, misschien zelfs wel de kern. Oberthaler is duidelijk niet alleen geïnteresseerd in de soberheid en de balans van het minimalisme, maar zoekt juist naar de afwijkingen, de marges, maar om die te ontdekken moet je als toeschouwer even af van het minimalisme-pad. Dan zie je ineens dat het in die sobere blokkentekeningen niet alleen gaat om de manier waarop kleuren veranderen als je er een andere kleur overheen zet, maar ook over in hoeverre die blokken verfspatten kunnen verdragen, of oneffenheden aan de rand van het papier – scheuren zelfs. Zo ontpopt Oberthaler zich langzaam tot een soort minimalistische hooligan: heel precies in de opbouw en de balans van zijn werk, maar even exact in de verstoring daarvan. Dat levert werk op waar je lang naar kunt blijven kijken, al schiet Oberthaler in zijn enthousiasme soms wat door. Neem het dunne witte raamwerkje (Untitled (touching sky)) waar, bijna even hoog, twee hemelsblauwe vingerafdrukken op zitten: geestig, maar eigenlijk net te veel anekdotiek. Dat heeft Oberthaler niet nodig om de aandacht gevangen te houden.